Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wetenschap als levensstijl

Home

Max Tegmark

De $100-laptop ontsluit internet voor kinderen in ontwikkelingslanden. © AP

Als iedereen zou handelen naar wetenschappelijke inzichten, wordt de wereld beter en de mens succesvoller, meent Max Tegmark. Hoe dat moet? Volgens de Zweedse hoogleraar kan dat heel simpel: "Plan een campagne. Lanceer hem. Klaar."


We hebben als wereldwijde wetenschapsgemeenschap spectaculaire vooruitgang geboekt op onderzoeksgebied. Maar in het opvoeden van het publiek faalden we opzichtig. In Haïti zijn in 2010 twaalf 'heksen' verbrand. In de Verenigde Staten beschouwt volgens recent opinieonderzoek negenendertig procent van de bevolking astrologie als een wetenschap, veertig procent gelooft dat de mens als soort nog geen tienduizend jaar bestaat.

Als iedereen zou begrijpen wat 'wetenschappelijk concept' inhoudt, zouden deze percentages nul zijn. Bovendien zouden we dan in een betere wereld leven, omdat mensen met een wetenschappelijke levensstijl hun beslissingen baseren op juiste informatie en zo hun kans op succes maximaliseren. Door rationele besluiten te nemen bij aankopen en bij verkiezingen versterken ze ook de wetenschappelijke aanpak van besluitvorming in ondernemingen, organisaties en overheden.

Waarom hebben wij in onze publieke taak zo jammerlijk gefaald? De antwoorden zijn volgens mij vooral te vinden in de psychologie, sociologie en economie.

Een wetenschappelijke levensstijl vereist een wetenschappelijke benadering bij zowel het vergaren van informatie als het gebruik ervan. Beide kennen hun voetangels en klemmen. De kans dat je de juiste keuze maakt is uiteraard groter als je je bewust bent van het complete scala aan argumenten voordat je een beslissing neemt, maar er zijn veel redenen waarom mensen dat soort volledige informatie niet krijgen.

Velen kunnen er eenvoudigweg niet bij komen: zo heeft maar drie procent van de Afghanen toegang tot internet, en bij een onderzoek uit 2010 bleek dat tweeënnegentig procent niet op de hoogte was van de aanslagen van 11 september 2001. Of mensen worden zo zeer afgeleid en opgeslokt door verplichtingen dat ze niet eens op zoek gaan naar meer informatie. Ze raadplegen alleen bronnen die bevestigen wat ze toch al vonden.

Zelfs mensen die toegang hebben tot internet en niet gecensureerd worden, kunnen de waardevolste gegevens nauwelijks vinden, doordat die informatie bedolven ligt onder een onwetenschappelijke medialawine.

En dan is de vraag nog wat we doen met de informatie die we wél hebben. De essentie van een wetenschappelijke levensstijl is dat je van mening verandert zodra je informatie krijgt die niet strookt met je standpunt. Zo vermijd je intellectuele stilstand. Toch worden leiders die stug aan hun visie vasthouden vaak geprezen als 'sterk'. De grote natuurkundige Richard Feynman prees het 'wantrouwen van deskundigen' als een hoeksteen van de wetenschap - maar kuddegeest en blind vertrouwen in gezagdragers zijn wijdverbreid.

Logica vormt de basis van wetenschappelijke argumentatie - maar wensdenken, irrationele angsten en andere vooroordelen domineren vaak de besluitvorming.

Wat kunnen we doen om een wetenschappelijke levensstijl te bevorderen?

Het voor de hand liggende antwoord is: verbeter het onderwijs. In sommige landen zou zelfs het meest elementaire onderwijs al een grote verbetering zijn (minder dan de helft van alle Pakistanen kan lezen). Dat zou fundamentalisme en intolerantie ondergraven, en daarmee geweld en oorlog indammen. Ook zouden vrouwen daardoor meer macht krijgen, wat armoede en de bevolkingsexplosie tempert.

Maar ook landen met een goedopgeleide bevolking kunnen grote vooruitgang boeken. Scholen lijken maar al te vaak op musea en weerspiegelen eerder het verleden dan dat ze vorm geven aan de toekomst. De leerstof zou niet mogen verwateren onder invloed van consensusdenken en politieke lobby's, maar gericht zijn op vaardigheden waaraan in onze eeuw behoefte is, die bijdragen aan de bevordering van relaties, gezondheid, anticonceptie, slim gebruik van de tijd en kritisch denken, en die je helpen om propaganda te herkennen. Voor jongeren dient beheersing van een vreemde taal en typevaardigheid de voorkeur te krijgen boven staartdelingen en netjes schrijven.

Mijn eigen rol als docent is in het internettijdperk veranderd. Ik hoef geen informatie meer door te geven, want die kunnen mijn studenten makkelijk zelf downloaden. Ik vervul nu een andere sleutelrol: ik stimuleer ze tot het vinden van een wetenschappelijke levensstijl, tot leergierigheid en het verlangen naar kennis.

Dan komen we nu bij de boeiendste vraag: hoe kunnen we er écht voor zorgen dat een wetenschappelijke levensstijl wortelschiet en floreert?

Redelijke mensen pleitten al ver voor mijn geboorte voor beter onderwijs, maar in veel landen, waaronder de Verenigde Staten, verslechtert het onderwijs en kalft de steun voor een wetenschappelijke levensstijl juist af.

Waarom? Natuurlijk omdat er machtige tegenkrachten actief zijn, die effectiever te werk gaan. Grote ondernemingen die bang zijn dat beter inzicht in bepaalde wetenschappelijke onderwerpen ten koste gaat van hun winst, willen onze blik maar al te graag vertroebelen, en hetzelfde geldt voor religieuze groepen in de marge die vrezen dat het ter discussie stellen van hun pseudowetenschappelijke beweringen hun macht uitholt.

Wat kunnen we hieraan doen?

Wij wetenschappers mogen niet meer zo hoog van de toren blazen. Laten we toegeven dat we niet overtuigend overkomen en behoefte hebben aan een nieuwe strategie. Wij hebben de beste argumenten, maar de antiwetenschappelijke lobby heeft de beste financiering.

De ironie wil dat de antiwetenschappelijke coalitie ook wetenschappelijker georganiseerd is! Een onderneming die uit is op beïnvloeding van de publieke opinie om zo meer winst te kunnen maken, zet daarvoor wetenschappelijke en uiterst effectieve marketinginstrumenten in. Wat geloven de mensen op dit moment? Wat willen we dat ze in de toekomst gaan geloven? Op welke angsten, onzekerheden, hoopvolle verwachtingen en andere emoties kunnen we inspelen? Hoe kunnen we ze zo goedkoop mogelijk van gedachten laten veranderen? Plan een campagne. Lanceer hem. Klaar.

Is deze boodschap simplistisch of misleidend? Stelt zij de concurrentie in een kwaad daglicht? Ach, dat is heel gebruikelijk bij het in de markt zetten van de nieuwste smartphone of het zoveelste sigarettenmerk, dus het zou naïef zijn om een andere gedragscode te verwachten als deze coalitie het opneemt tegen de wetenschap.

Toch zijn wij wetenschappers vaak hopeloos naïef. We maken onszelf wijs dat we het recht aan onze kant hebben en dat we deze lobby van bedrijfsleven en fundamentalisme dus wel kunnen verslaan met achterhaalde, onwetenschappelijke strategieën.

In de mensa mopperen we onder elkaar dat we 'ons daartoe niet gaan verlagen' en dat 'de mensen moeten veranderen', en we bestoken journalisten met statistieken. Op basis van welke wetenschappelijke argumentatie denken we dat dat enig effect heeft? We zeggen in feite al jaren: 'Tanks zijn onethisch, dus we bestrijden tanks met zwaarden.'

Om mensen te leren wat een wetenschappelijk concept is en hoe een wetenschappelijke levensstijl hun leven verbetert, dienen we het wetenschappelijk aan te pakken. Wat we nodig hebben zijn nieuwe organisaties die als pleitbezorgers voor de wetenschap gaan optreden en daarbij dezelfde wetenschappelijke marketing- en financieringsinstrumenten inzetten als de antiwetenschappelijke lobby. We moeten grijpen naar middelen waar wetenschappers van gruwen: van advertenties en lobbywerk tot publiekspanels die vaststellen welke soundbites het beste effect sorteren.

We hoeven ons daarbij niet te verlagen tot intellectuele oneerlijkheid, want in deze strijd beschikken wij over het allermachtigste wapen: de feiten.

Max Tegmark (Zweden, 1967) is als natuurkundige verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology. Dit is een voorpublicatie, vertaald door Aad Janssen, uit John Brockman (red.): 'Hier word je slimmer van' (Maven Publishing, 18,50 €) dat volgende week verschijnt. Hierin vertellen 151 denkers wat hun 'cognitieve gereedschapskist' verrijkt.



Deel dit artikel