Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Westerling associeert 'vluchteling' met 'Jood'

Home

Lilian Peters

In enkele eenzijdige bijdragen over de vrede rondom Israël werd het lot van de Palestijnse vluchtelingen pardoes in handen gelegd van de Arabische landen, die hen hebben opgevangen. De argumenten van columnist Tamarah Benima zijn tendentieus.

De Israëlische schrijver Amos Oz (Podium, 11 januari) meent dat maar een deel van de verdreven Palestijnen mag terugkeren, alleen diegenen die in 1948 hun oorspronkelijke land ontvluchtten. Gelukkig gaat hij niet zo ver als Tamarah Benima, die meent dat Palestijnen uit zijn op de vernietiging van de Joodse staat. (Podium, 2 januari).

Tamarah Benima noemt een getal van drie miljoen Palestijnse vluchtelingen. Ze mag hier gerust een miljoen bij optellen. Op 31 december 1998 waren er 3673382 Palestijnen als vluchteling geregistreerd bij de UNRWA (VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen), waarvan 1487499 in Jordanië, 1348288 in de West Bank en Gaza-strook en 367610 en 370035 in achtereenvolgens Libanon en Syrië.

Allen zijn afkomstig uit het gebied dat sinds 1948 de staat Israël vormt. Het aantal geregistreerde vluchtelingen in Jordanië is sinds 1998 gestegen tot ruim 1,57 miljoen en ook in de andere landen is hun aantal toegenomen.

Daarnaast zijn er in Jordanië nog circa 700000 ontheemden, velen van hen zijn in de oorlog van 1967 gevlucht van de Westelijke Jordaanoever (toen onder Jordaans beheer) naar de Oostelijke Jordaanoever, en kunnen door de Israëlische bezetting van de Westoever niet meer terug. Anderen werkten in 1967 in Jordanië en hebben hun familie om veiligheidsredenen laten overkomen, met dezelfde trieste gevolgen.

Palestijnen vormen circa vijftig procent van de Jordaanse bevolking en geen zeventig procent, zoals Benima stelt. Jordanië is dan ook zeker geen Palestina, zoals vooral in rechts-politieke kringen in Israël wordt beweerd.

In haar column legt Benima de verantwoordelijkheid voor het Palestijnse vluchtelingenvraagstuk bij de Arabische staten, waar zij hun toevlucht hebben gezocht. Haar redenering is dat aangezien taal en cultuur hetzelfde zijn en geld in overvloed aanwezig is, deze staten de vluchtelingen makkelijk een nieuwe nationaliteit kunnen geven en daarmee Israël vrijkopen.

In Jordanië, zeker geen land van overvloed, hebben de Palestijnse vluchtelingen inderdaad de Jordaanse nationaliteit gekregen. Dat betekent echter niet dat zij hiermee hun verlangen naar en recht op terugkeer hebben opgegeven. Integendeel, Jordanië maakt zich in de onderhandelingen sterk voor het recht op terugkeer of compensatie van de Palestijnse vluchtelingen.

De door de schrijfster genoemde steden Haifa, Akko en Jaffa zijn inderdaad duizenden jaren oud en waren niet alleen tijdens het oude Israël bewoond, maar ook tijdens de Ottomaanse heerschappij en het Britse mandaat, toen het gebied als Palestina werd aangeduid. Belangrijker dan de historische naam is echter het feit dat vele vluchtelingen niet uit deze steden komen maar uit dorpen en steden die niet meer bestaan omdat ze zijn weggevaagd tijdens en na de Israëlisch-Arabische oorlog van 1947-1948.

Een vergelijking van de aantallen Joodse en Palestijnse vluchtelingen is een goede illustratie van de ingewikkelde situatie die ontstond door de vestiging van Israël, maar draagt niet bij aan een constructieve oplossing voor de Palestijnse vluchtelingen. Het voert te ver om hier in detail in te gaan op de definitie van vluchtelingen en de speciale positie van de Palestijnse vluchtelingen, maar dit is wel nodig voor een juist begrip van de situatie.

Benima lijkt te denken dat de lezer automatisch een verband legt tussen de begrippen 'vluchtelingen' en 'Palestijnen'. Uit eigen ervaring weet ik dat dit het geval is in de Arabische wereld, maar zeker niet in Nederland, de VS en andere westerse landen waar ik regelmatig kom. Men heeft daar doorgaans juist weinig benul van Palestíjnse vluchtelingen en al helemaal geen idee van de omvang en inhoud van dit probleem. De eerste associatie tussen Israël en vluchtelingen is doorgaans Israël als Joods thuisland, een veilige plek voor alle Joden ter wereld en niet een land waarvan de oorspronkelijke bevolking grotendeels is gevlucht of verdreven en waarvan het bestaan lang is ontkend.

Zoals Benima terecht stelt, komt ruim de helft van de huidige Israëlische bevolking uit Arabische landen. Maar anders dan zij beweert zijn de Arabische joden geen eersteklas burgers. Die plaats wordt nog altijd ingenomen door Israëlieten van West- en Oost-Europese afkomst.

Wel is het een aardige gedachte om de Arabische kant van de Israëlische samenleving meer te belichten. Hierbij kunnen dan ook de één miljoen Arabische Israëlieten worden betrokken. Zij zijn als niet-Joden inderdaad tweederangs burgers die hopen op hereniging met hun gevluchte familieleden, over wier lot nu wordt onderhandeld.

Deel dit artikel