Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Werkdruk, een veelkoppig monster in het onderwijs

home

Marijke de Vries en Laura van Baars

© Censuur

Basisschoolleerkrachten reageerden in groten getale op het in Trouw gepubliceerde verhaal van Mark van der Werf, een beginnende leerkracht die na anderhalf jaar het bijltje erbij neergooide. Van der Werf ging 'ten onder in het onderwijs': aan het orde houden, het administreren van elk gesprekje, de volgprogramma's voor leerlingen, de vergadercultuur en de huishoudelijke klusjes in de klas, schrijft hij in zijn boek 'Meester Mark draait door'. Is er iets fundamenteel mis met het beroep onderwijzer? Een beschouwing aan de hand van de kritiekpunten van briefschrijvers.

Klaagcultuur
Ik zie mijn collega's naar de ratsmodee gaan. Ze klagen en ketteren tegen elkaar.'

Onderwijzeres met 40 jaar ervaring

Toenmalig onderwijsminister Marja van Bijsterveldt zei in 2010: 'Leraren, stop nu eens met klagen'. Het zou volgens haar veel beter zijn als docenten vaker het heft in eigen hand zouden nemen, vond ze. Zint ze iets niet? Dan kloppen ze toch aan bij de schooldirecteur en veranderen ze het zelf. Er is op Nederlandse scholen veel vrijheid; er is van alles mogelijk.

Maar zo makkelijk doorbrak de minister de door haar als 'slachtofferrol' gekenschetste houding van leraren niet.

Uit onderzoek blijkt dat niets het gevoel van werkdruk zo negatief beïnvloedt als een klaagcultuur. Een klaagcultuur is 'besmettelijk': alleen het klagen zelf doet al de beleving van werkdruk toenemen. Vaak is de onrust het gevolg van angst voor naderende veranderingen. En die stapelden zich in het onderwijs de afgelopen dertig jaar op. Er was een parlementaire onderzoekscommissie Dijsselbloem voor nodig om vast te stellen dat talloze vernieuwingen het Nederlandse onderwijs veel schade hebben toegebracht: ook de onderwijscultuur is er ernstig door verslechterd. Het vertrouwen in managers verdween bij het onderwijzend personeel. Juist dat vertrouwen is belangrijk. Goede schoolbestuurders, die opgeleid zijn als leraar of onderwijskundige, zijn daarom essentieel om de klaagcultuur te doorbreken.

Leerkrachten en leraren lijken zich overigens wel iets te hebben aangetrokken van de kritiek op hun lakse houding. In 2009 werd het netwerk Leraren met Lef opgericht en de laatste tijd zijn er steeds meer initiatieven om het onderwijs van binnenuit te veranderen. Goede voorbeelden daarvan zijn: Operation Education, United 4 Education en de door leraren geschreven notitie 'Samen leren' met aanbevelingen aan de politiek.

Beroepstrots
'Volgende week heb ik een cursus over omgaan met ouders. Ik ben 64 en sta al 43 jaar voor de klas.'

Leraar uit Noordwijk


"Terwijl het opleidingsniveau van ouders op het schoolplein verder stijgt, daalt het opleidingsniveau van de leerkrachten gestaag", constateerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) vorig jaar. Een 'merkwaardige paradox', die veel verklaart over het verlies van statuur van de onderwijzer. Sinds de salariëring van onderwijzers in 1979 verslechterde, kelderde ook hun imago. In dat jaar verdienden ze beter dan vergelijkbare werknemers bij de overheid of in de marktsector. In 2010 verdienden hogeropgeleide docenten in het primair onderwijs daarentegen 30 procent minder dan andere hogeropgeleiden.

Anders dan bij artsen of advocaten komt er uit de beroepsgroep zelf geen sterk initiatief om het tij te keren, aldus de WRR. De Onderwijsraad vindt dat leraren verplicht moeten worden om bijscholing te volgen. Vakbonden hadden liever, zoals de artsen, zelf een professionele standaard opgesteld, maar dit duurde het ministerie te lang. De beroepsgroep is te divers, te groot en te ongeorganiseerd. Het ministerie grijpt in met verplichte bijscholingstrajecten en biedt lerarenbeurzen aan. Daarnaast moeten ze vanaf 2017 in het lerarenregister vastleggen over welke papieren, diploma's en certificaten ze beschikken.

Maar hoewel de inspanningen gericht zijn op het verbeteren van de onderwijskwaliteit en het terugbrengen van de notabele voor de klas, voelt het verplichte karakter van de ingrepen voor sommige leerkrachten als een vernedering.

Lees verder na de advertentie
Niets beïnvloedt het gevoel van werkdruk zo negatief als een klaagcultuur. Een klaagcultuur is besmettelijk

© anp
Sommige schoolleiders laten hun leerkrachten onnodig van elk wissewasje een rapport opstellen, uit vrees voor de inspectie

Bureaucratie
'In alle bescheidenheid denk ik dat mijn vrouw, net als Mark, een geboren leraar is. De kinderen zijn gek op haar, de ouders lopen met haar weg, maar toch sneeuwen die leuke aspecten te veel en te vaak onder. De eindeloze administratie (met knullige en verouderde systemen) en het schrijven van leerplannen neemt bizar veel tijd in beslag. Naast de vele bijkomende klussen.'

Partner van een onderwijzeres ('Ze heeft zelf geen tijd, ze is werk van de kinderen aan het nakijken....')


Leerlingvolgsystemen, persoonlijkheidsrapportages, handelingsplannen waarin nauwkeurig per zorgleerling wordt bijgehouden welke begeleiding nodig is, hoe de voortgang is en of iemand zijn doelen haalt... Het kost klauwen met tijd, schrijven leerkrachten. Die klacht klinkt al langer: de Onderwijsinspectie wil dat alles wordt vastgelegd.

In 2011 riep vakbond CNV Onderwijs al op tot burgerlijke ongehoorzaamheid om een eind te maken aan de 'papierwinkel'. Volgens de bond zijn leerkrachten snel een uur per zorgleerling per week kwijt. Dit jaar werd de petitie 'Red het basisonderwijs' gestart. Volgens de initiatiefnemers gaat het onderwijs naar de knoppen door de heersende 'afrekencultuur'.

Volgens de inspectie zelf is géén sprake van een afrekencultuur. En met die administratieve rompslomp valt het ook reuze mee, bezweerde inspecteur-generaal Annette Roeters deze zomer in Trouw. De inspectie verwacht echt geen vuistdikke mappen vol met verslagen. Eén of twee A4'tjes is meestal genoeg. Sommige schoolleiders laten hun leerkrachten onnodig van elk wissewasje een rapport opstellen, uit vrees voor de inspectie.

Daarbij komt dat het aantal slechte scholen in tien jaar tijd fors is afgenomen: van ruim achthonderd 'zwakke' en ruim honderd 'zeer zwakke' in 2005, naar 140 zwakke en veertien zeer zwakke.

In haar jaarverslag is de inspectie ook kritisch: leerkrachten doen te weinig met de informatie die ze verzamelen. Volgens leerkrachten gaat er zoveel tijd zitten in verslaglegging, dat er geen tijd overblijft om er ook iets mee te doen.

Als leraren weer baas willen zijn over hun vak, moeten ze bewijzen dat ze dat waard zijn, vindt leraar en auteur van 'Het Alternatief' René Kneyber. Ze hebben de deur naar de inspectie wagenwijd opengezet met hun 'lamlendige houding', zei hij in deze krant. Volgens hem zouden ze de inspectie zelfs overbodig kunnen maken als ze zich met de kwaliteit van de lessen van hun collega's gaan bemoeien.

Leerlingen beginnen aan hun eerste schooldag van het jaar. © anp
Momenteel is grofweg een derde van de pabo-studenten afkomstig uit het mbo, ongeveer 60 procent van de havo en 5 procent van het vwo

Opleidingsniveau
'Ik zie mijn collega's kapotgaan als hun deskundigheid in twijfel wordt getrokken door de zogenoemde bouwcoördinatoren. Mijn lieve, geweldige collega's. De meesten al jaren in het vak, met een ouderwets degelijke opleiding. Absoluut deskundig, allemaal. Liefde voor kinderen, allemaal. En allemaal bezig hoe eruit te komen. Zie maar eens met een beperkte pabo-opleiding ander werk te vinden.'

Onderwijzer met 30 jaar ervaring

Niets is zo bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs als de kwaliteit van de leerkracht. Maar hoe goed is die onderwijzer? De afgelopen tien jaar was er veel kritiek op de pabo's. Ouders klaagden steen en been: jonge juffen en meesters schreven rapporten vol spelfouten en hoofdrekenen konden ze ook al niet. Hoe moesten ze dat leerlingen dan leren?

De 'veredelde knutselopleidingen' trokken steeds minder havisten en vwo'ers en juist meer mbo'ers. Momenteel is grofweg een derde van de studenten afkomstig uit het mbo, ongeveer 60 procent van de havo en 5 procent van het vwo.

Inmiddels is men het erover eens dat pabo's een tijd lang te wensen over lieten. De huidige generatie studenten moet daarom een verplichte reken- en taaltoets halen. Vanaf volgend jaar komen daar voor mbo'ers en havisten toelatingstoetsen aardrijkskunde, geschiedenis, en natuur & techniek bij.

Sinds enkele jaren bestaan er ook academische pabo-opleidingen. De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) adviseerde vorig jaar alle pabo's academisch te maken, maar dat gaat vooralsnog niet gebeuren. Wel wil minister Bussemaker meer academici voor de klas. Nu heeft 18 procent van de onderwijzers een universitaire graad, dat moet in 2020 30 procent zijn. Volgens de WRR zet dat te weinig zoden aan de dijk: "Al is het maar omdat het voor een enkele academisch afgestudeerde leraar weinig motiverend is om te werken in een omgeving waarin hij of zij de enige is."

Maar dat zijn toekomstige leerkrachten. Een deel van de juffen en meesters die nu voor de klas staan, is minder goed op hun taken voorbereid. Door lerarentekorten eind jaren negentig konden mbo-3-scholieren een tijdlang een verkorte pabo-opleiding volgen. Het gevolg is dat de Onderwijsinspectie de beroepsgroep elk jaar weer kapittelt: één op de vijf leerkrachten beschikt niet over de basisvaardigheden van zijn vak (bijv. duidelijk uitleggen). Ruim 60 procent scoort onvoldoende op complexe vaardigheden, zoals het analyseren van voortgang van de leerling.

Het schakelen tussen leerlingen en het differentiëren is met de invoering van het passend onderwijs alleen maar ingewikkelder geworden

Extra taken
'Plichtsgetrouw naar de studiedagen komen, waar een onduidelijke dame veel geld verdient aan gebakken lucht. Kostbare onderwijstijd kwijt zijn aan de dingen die ouders zo leuk vinden: de politie in school, de brandweer, de kinderpostzegelactie, de projectweken, Sinterklaas, Kerst, de kinderboerderij, sportevenementen. En dan word je als leerkracht toch ook zeker verwacht bij de avondvierdaagse, het schoolvoetbaltoernooi (op de woensdagmiddag), de Lego-league, (op zaterdag) enzovoorts.'

Onderwijzeres met 40 jaar ervaring

Schoolreisjes, het paasontbijt, sportdagen, seksuele voorlichting, anti-pestprogramma's... De onredelijke hoeveelheid 'leuke extra's' is veel briefschrijvers een doorn in het oog. Is er een probleem in de samenleving zoals pesten, geweld tegen homo's of religieus fundamentalisme? Altijd moet het onderwijs het maar oplossen, klinkt het gefrustreerd.

Uit onderzoek van CNV Onderwijs in 2013 onder ruim 3500 onderwijzers blijkt dat ruim 40 procent de werkdruk wijt aan al die extra's; 60 procent van de leerkrachten stelt dat dergelijke extra's ten koste gaan van de gewone lessen.

Tegelijkertijd geven leerkrachten in dat onderzoek ook aan dat zij allerlei taken absoluut niet kwijt willen. Aandacht voor pesten, verkeerseducatie, de Kinderboekenweek, de musical in groep 8, schoolreisjes en sportdagen - dat vinden veel leraren belangrijk. Wat weg mag: schoolontbijt, de avondvierdaagse, schoonmaaktaken, het lentefeest, de Koningsspelen, de overblijftaken, de tandenpoetslessen, voorlichting over alcohol en drugs en andere 'dingen voor de leuk'.

Het aantal thema's waaraan scholen aandacht (zouden) moeten besteden neemt toe, toch kunnen juffen en meesters steeds minder hulp inroepen van bijvoorbeeld conciërges: die zijn op veel scholen wegbezuinigd. Dit voorjaar kondigde minister Bussemaker aan dat scholen extra geld krijgen voor 'meer en betere handen' in de klas. Maar dat geld gaat in een grote zak naar schoolbesturen. Of die het besteden aan conciërges of onderwijsassistenten is daarmee onzeker.

Grotere klassen
'Ik werk nu in een drukke, onrustige groep 7 met 26 kinderen. Er zijn 5 groepsplannen en 45 individuele handelingsplannen. We moeten steeds meer onderwijs op maat aanbieden (passend onderwijs). De klassen worden niet kleiner, maar groter of gecombineerd.'

Onderwijzeres (51) met 25 jaar ervaring

Vorig jaar zaten er op basisscholen gemiddeld 23,3 kinderen in een klas, maar in 15 procent van de klassen zijn het er meer dan 28. Toch is de grootte van de klassen op zich het probleem niet voor veel briefschrijvers.

Wel een probleem zijn de grote verschillen tussen de leerlingen. Als het aantal leerlingen met gedragsproblemen in een klas de 30 procent overstijgt, daalt de tevredenheid van de leerkracht volgens onderzoek van de Oeso substantieel. Het schakelen tussen leerlingen en het differentiëren is met de invoering van het passend onderwijs alleen maar ingewikkelder geworden. Intern begeleiders, onderwijsassistenten of vakdocenten kunnen in theorie ondersteuning bieden, zodat de leerkracht ontlast wordt. Maar juist op deze krachten is de laatste jaren flink bezuinigd.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie
Niets beïnvloedt het gevoel van werkdruk zo negatief als een klaagcultuur. Een klaagcultuur is besmettelijk

Sommige schoolleiders laten hun leerkrachten onnodig van elk wissewasje een rapport opstellen, uit vrees voor de inspectie

Momenteel is grofweg een derde van de pabo-studenten afkomstig uit het mbo, ongeveer 60 procent van de havo en 5 procent van het vwo

Het schakelen tussen leerlingen en het differentiëren is met de invoering van het passend onderwijs alleen maar ingewikkelder geworden

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.