Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wereldleiders vrezen voor een watercrisis

Home

Marco Visser

Amsterdam is deze week gastheer van de International Water Week, waarbij 25.000 politici, zakenmensen en deskundigen praten over klimaatverandering. © Jean-Pierre Jans

Het is een les die Nederlanders al leren als ze nog op een krukje voor de wastafel staan: tijdens het tandenpoetsen, kraan dicht. Dagelijks gebruiken Nederlanders 119 liter water, melden onderzoekers van TNS-Nipo. Maar dat is slechts een druppel vergeleken met het water dat we niet zichtbaar verbruiken.

Bij de vervaardiging van allerlei producten uit ons dagelijks leven wordt namelijk veel meer water verbruikt (zie kader onderaan). Het echte waterverbruik ligt daardoor op 4000 liter, elke dag weer. Tekorten aan water zijn het komende decennium dan ook het grootste gevaar voor de wereld.

Deze stelling komt niet van de tienduizenden waterdeskundigen die deze week in Amsterdam bij elkaar komen voor de International Water Week. Hij komt van de wereldleiders uit politiek en zakenleven die begin dit jaar op het World Economic Forum in Davos bij elkaar kwamen.

Het zegt wat, als dit soort mensen de watercrisis op één zet, zegt Arjen Hoekstra. Hij is hoogleraar watermanagement aan de universiteit van Twente, bedenker van de watervoetafdruk en medeoprichter van het Water Footprint Network. Hoekstra vergelijkt het probleem met de klimaatverandering, ook zo'n kwestie die stap voor stap uitgroeide tot een mondiale crisis.

Strijd tegen waterschaarste
Nederlanders lopen niet zo warm voor de strijd tegen waterschaarste- en vervuiling. Vreemd is dat niet, zegt de Amerikaanse Ruth Matthews, een van de directeuren van het Water Footprint Network. "Nederlanders ervaren de tekorten zelf niet. Dan denk je er niet aan. Nederlanders laten hun watervoetafdruk dan ook niet achter op eigen grondgebied, maar in landen als India, China en Bangladesh, precies de landen met waterschaarste- en vervuiling."

Lees verder na de advertentie
Nederlanders ervaren de tekorten zelf niet. Dan denk je er niet aan

Rutt Matthews, Water Footprint Network

India en China zijn de landen waar katoenplukkers de grondstoffen leveren voor onze kleren. Voor katoenteelt is veel grondwater nodig. "Gevolg is dat je in landen als India en China meer conflicten ziet rond het schaarse water. Hoe minder water, des te feller de strijd."

Nadat het katoen is geplukt, gaat het richting Bangladesh, waar westerse kledingmerken hun kleren laten maken. Voor het wassen en verven van de stoffen en garen gebruiken de Bengalen grondwater. Dat raakt vervuild en is niet langer drinkbaar. Lokale gemeenschappen moeten daardoor meer moeite doen om aan schoon water te komen. "Sommige mensen wassen zich in het vervuilde water", zegt Matthews. "Dat kan je ook zien als je daar rondloopt. Mensen hebben vaak last van allerlei huidziekten en irritaties."

Bijkomend probleem is dat de kledingindustrie in Bangladesh aan elkaar hangt van onderaannemers. Daardoor is het onmogelijk te bepalen hoeveel water is verbruikt voor bijvoorbeeld een T-shirt van H&M.

Vervuild water mengt zich met schoon grondwater
H&M bestelt zijn kleren bij een Bengaalse fabriek. De fabrieksbaas haalt zijn stoffen bij onderaannemers. Zij besteden het verven en wassen uit aan bijvoorbeeld een familie die in de achtertuin aan de slag gaat. Het vervuilde water slaan zij niet op in vuilwatertanks, maar mengt zich met schoon grondwater. Dat gebeurt buiten het zicht van H&M. Hetzelfde geldt voor de herkomst van het katoen. Dat komt pas na diverse schakels in de kledingketen bij de fabriek terecht, zodat niet duidelijk is of de bollen uit China, India of Turkije komen.

Voor katoenteelt is veel grondwater nodig. Gevolg is dat je in landen als India en China meer conflicten ziet rond het schaarse water

Dat komt sommige bedrijven goed uit. "Zij zeggen dan dat de cijfers te onzeker zijn", zegt Hoekstra. Volgens de onderzoeker komen bedrijven daar niet meer mee weg. "Door ons onderzoek en dat van anderen krijgen we steeds meer data. Bedrijven kunnen niet zo makkelijk meer zeggen dat ze van niks weten."

Het is ook niet zo dat elk bedrijf afwerend is. "De reacties verschillen", zegt Hoekstra. "Unilever en Heineken zijn er actief mee bezig. Ook de kledingindustrie is redelijk constructief. Vooral C&A en H&M."

'Fast fashion'
Het zijn precies deze bedrijven die ook Matthews als voorbeelden noemt. Dat terwijl vooral C&A een bedrijf is met veel goedkope 'fast fashion'. Matthews wijst op de rol van de klanten. "Als iedereen zegt: ik koop dat T-shirt voor 10 euro in plaats van 5, dan zal dat een enorm verschil maken. Maar ja, niet elke klant zal dat doen. Tegen Europeanen zeg ik vaak dat regelgeving ons water beschermt. De plaatsen waar onze producten vandaan komen, waar wij onze watervoetafdruk zetten, verdienen dezelfde bescherming."

Volgens Hoekstra is het mogelijk ons waterverbruik fors terug te dringen. "In de hele industrie kan je zelfs terug naar een watervoetafdruk van nul. Er is een verschil tussen watergebruik en waterverbruik. Watergebruik is niet erg, want dan keert het water terug. Dat is niet het geval bij waterverbruik. Dan keert het door verdamping niet meer terug in het systeem, of het keert wel terug, maar vervuild. Bij landbouw is verdamping onvermijdelijk. Toch kan ook daar het totale verbruik enorm naar beneden."

Door ons onderzoek en dat van anderen krijgen we steeds meer data. Bedrijven kunnen niet zo makkelijk meer zeggen dat ze van niks weten

Arjen Hoekstra

Deel dit artikel

Nederlanders ervaren de tekorten zelf niet. Dan denk je er niet aan

Rutt Matthews, Water Footprint Network

Voor katoenteelt is veel grondwater nodig. Gevolg is dat je in landen als India en China meer conflicten ziet rond het schaarse water

Door ons onderzoek en dat van anderen krijgen we steeds meer data. Bedrijven kunnen niet zo makkelijk meer zeggen dat ze van niks weten

Arjen Hoekstra