Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wereld van zwijgen, inkeer en gebed

Home

Monic Slingerland

Het leven van een kartuizer monnik zat vol tegenstrijdigheden, blijkt uit de tentoonstelling ’Het geheim van de stilte’, in Roermond. Neem bijvoorbeeld de monnik Dionysius van Rijkel, die in de 15de eeuw werd ingehuurd als politiek consultant, ondanks de 18 uur die hij per dag eenzaam in zijn cel doorbracht.

Kijk, zegt Krijn Pansters en hij wijst naar de muur in de Bethlehemstraat in Roermond. Daar, waar zes kleine ramen gezeten hebben, daar was de cel van een kartuizer monnik. In totaal waren er zestien cellen waarin deze kartuizers volgens strenge gewoontes leefden. Achttien uur per dag zaten ze in afzondering. Ze kwamen hun cel zelden uit. Slechts eens keer per week, op zondag, aten ze samen. Lichaamsbeweging kregen ze door de gezamenlijke wandeling, eenmaal per week. Of een rondje in hun eigen tuin, want die was er wel, bij iedere cel. „Sommigen lieten het volgroeien met onkruid”, vertelt Pansters. Ze aten twee keer per dag, maar wel met vier gangen. Anders zou de hongerdood het gevolg zijn.

Het kartuizer klooster in Roermond is een goed bewaard geheim. Bewoners van de Swalmenstraat in Roermond hadden geen idee wat zich achter die muur heeft afgespeeld, tegenover hun huizen.

Ze kregen onlangs te horen over de wereld van zwijgen, inkeer en gebed, waarin de kartuizer monniken van 1376 tot 1783 geleefd hebben, op het terrein achter de kloosterkerk.

Uit die tijd is veel bewaard gebleven, maar de kartuizer cellen zijn helaas afgebroken. Krijn Pansters beschrijft hoe zo'n leefruimte eruit zag. „Het waren aardig grote huizen, van zeven bij zes meter en twee verdiepingen hoog. Beneden was de werkplaats, daar hakten ze hout, of schreven. Boven was de slaapruimte en het altaar.”

Omdat de kartuizer monniken het grootste deel van de dag in alle eenzaamheid in hun eigen leefruimte doorbrengen, moet die cel niet te klein zijn, om te voorkomen dat ze gek worden. Op de film ’Die grosse Stille’ opgenomen in het kartuizer moederklooster in Grenoble, is te zien hoe zo'n cel eruit ziet. De film is te zien tijdens de expositie ’Het geheim van de stilte’, over de Roermondse kartuizers. De Stichting de Roermondse Kartuizers heeft de tentoonstelling in het pand waar vroeger het klooster was, ingericht in het 450-ste jubileumjaar van het bisdom.

Aan 'Het geheim van de stilte' is zeven jaar voorbereiding vooraf gegaan. Krijn Pansters (1975) is een van de mannen van het eerste uur. Hij is als gepromoveerd kerkhistoricus thuis is de laatmiddeleeuwse filosofie en spiritualiteit van de kartuizers en de franciskanen. hij werkt op het Franciscaans studiecentrum van de Fakulteit Katholieke Theologie. Pansters: „In dit gebouw kun je goed de schijnbare tegenstrijdigheden zien in de spiritualiteit van de kartuizers.”

Hij gaat voor naar de kerk waar de Roermondse kartuizers dagelijks bijeenkwamen voor drie vieringen, een van de weinig uitstapjes buiten hun cel. „Dat is een verrassing, voor wie hier nog nooit geweest is,” waarschuwt hij.

Hij opent de deur naar de kerk en even zijn we stil. Dan wil hij graag uitleggen hoe het zit met die overdaad aan schilderijen, beelden, en dat Rococoplafond. Wat een contrast met de soberheid die er in de cellen geweest moet zijn. Mooi is anders, maar indrukwekkend is het zeker.

Dit zagen de kartuizer monniken dus, als ze eens per week uit hun sobere cel kwamen. Ze waren de enigen die dit zagen. Niemand anders kwam hier, ook niet de gewone gelovigen uit Roermond. De lekenbroeders, die ook in het klooster woonden en die de was deden, de boodschappen en het eten kookten, mochten er alleen komen om te poetsen. Voor de vieringen hadden die hun eigen kapel, naast de kerk. Pansters gaat voor en laat zien hoe sober die ruimte is.

„De pracht en praal, die grote rijkdom, die had vooral een spirituele functie” zegt hij, bijna ter verdediging van de monniken die hier al meer dan twee eeuwen weg zijn. „Dat zie je aan de hand van de schilderijen die hier op de tentoonstelling staan. Neem dit kleine portret van Maria met Kind. Echt een topstuk. Grote kwaliteit. Daarmee bewezen ze eer aan God en aan Maria.''

Dat topstuk is een tweeluik uit het begin van de zestiende eeuw, met rechts de kartuizer prior-generaal Willem van Bibaut, en links een icoonachtig portret van Maria met kind. Pansters: „Dat was gewoon hier in het klooster aanwezig. Er waren hier wel meer dan 300 schilderijen, waarvan een aantal ook toen al van hoge kwaliteit. Vandaar de titel: het geheim van de stilte. Er waren vroeger al wel geruchten dat er in het klooster schatten aanwezig waren. Die waren er dus ook.”

De kartuizers kregen van adellijke en vermogende families het verzoek, voor hun overledenen te bidden en kregen daarvoor kunst in ruil. Of ze bestelden zelf een schilderij met een bijbels tafereel en lieten dan tevens zichzelf daar op afbeelden. Zo bouwden ze hun collectie op.

Opvallend is inderdaad dat bij veel schilderijen over het leven van Jezus er steeds een kartuizer monnik te zien is en altijd staat die helemaal vooraan, op een soort ereplaats. Niet echt bescheiden.

Pansters: „Ook dat heeft iets paradoxaals. De schilderijen hadden ook als doel, de spiritualiteit te voeden, juist door de kartuizers zo dicht bij belangrijke momenten te plaatsen.”

In de laatste zaal, met de boeken die in dit klooster geschreven en overgeschreven zijn, komt nog een schijnbare tegenstrijdigheid naar voren. Zo teruggetrokken als de kartuizers leefden, zo goed waren ze geïnformeerd over wat er in de wereld gebeurde. Een van de beroemdste kartuizers uit het Roermondse klooster, Dionysius van Rijkel, was zelfs politiek consultant. Hij werd om advies gevraagd door machthebbers uit zijn tijd, het eind van de vijftiende eeuw. Juist doordat hij zo afgezonderd leefde, had hij blijkbaar een heldere analyse van de situatie. Pansters: „Dat ze zo goed geïnformeerd waren, kwam doordat hun gebed steeds gevraagd werd. Zo hoorden ze op zondag in de kapittelzaal wat er in de wereld speelde, als hen gevraagd werd, ergens voor te bidden.”

Aan de kartuizer kloostergemeenschap in Roermond kwam een even abrupt als treurig einde. De Zuidelijke Nederlanden vielen onder de Oostenrijkse keizer. Joseph II had zijn eigen opvattingen over de rol van een klooster in de wereld. In de afzondering van de kartuizers zag hij weinig heil. Hij gebood de opheffing van het kartuizer klooster in Roermond. Na drie jaar verdween de laatste kartuizer. Sommigen werden Franciscaan, anderen gingen bij hun moeder wonen of probeerden in hun eentje stadsmonnik te zijn. Daarmee verdwenen de kartuizers voorgoed uit de Lage Landen.

Voor de tentoonstelling is het te laat, maar er wordt op het oude kloosterterrein een kartuizer cel nagebouwd, vertelt Pansters.

Lees verder na de advertentie
Niemand anders kwam hier, ook niet de gewone gelovigen uit Roermond. (Trouw)
(\N)

Deel dit artikel