Weloverwogen primitief

home

door Peter van der Lint en Hans Nauta

Constant, de Nederlandse beeldhouwer, schilder en graficus, was de theoreticus van de Cobra-beweging. Gisteren overleed hij, 85 jaar oud.

'E en schilderij is niet een bouwsel van kleuren en lijnen, maar een dier, een nacht, een schreeuw, een mens, of dat alles samen', schreef Constant in het manifest dat hij opstelde voor de ' Nederlandse Experimentele Groep', die overging in de Cobra-beweging. De beeldhouwer, schilder en graficus die gisteren op 85-jarige leeftijd is overleden, was in 1948 direct betrokken bij de oprichting van de kunstenaarsbeweging Cobra (afgeleid van de naam van de hoofdsteden Kopenhagen, Brussel en Amsterdam).

Bekend zijn onder meer de fabelachtige dieren die hij tekende en schilderde. Kraaien met tanden, tijgerkatten, fantasierijke poezen en spookachtige honden, zoals die vorig jaar ook te zien waren op de overzichtstentoonstelling van zijn werk in het Cobra-museum in Amstelveen. Maar verder was hij binnen de Nederlandse groep de belangrijkste organisator. En samen met Asger Jorn en Christian Dotremont was hij ook een belangrijke theoreticus van het Cobra-gezelschap.

Constant werd in 1920 in Amsterdam geboren als Constant Nieuwenhuis. Van 1939 tot 1942 ging hij naar de Kunstnijverheidsschool en de Rijksacademie in Amsterdam. In het naoorlogse Nederland was een soort vacuüm ontstaan, zei hij over die tijd. Er bestond geen gelegenheid het land uit te gaan, het was nauwelijks mogelijk uit een bibliotheek boeken te krijgen, tentoonstellingen waren er helemaal niet.

Je raakte in een soort niets, je wist helemaal niet meer waar je was... Belangrijk voor hem was de ontmoeting in 1946 met Asger Jorn in de Parijse galerie van Pierre Loeb. Ze waren gelijkgestemden, Jorn hield zich net als Constant bezig met theorieën over kunst en de maatschappij. Onder invloed van Jorn begon Constant zijn fantasierijke dieren en figuren te schilderen en te tekenen. Ook raakte Constant steeds meer geboeid door de kindertekening.

Nadat hij had kennisgemaakt met Karel Appel en Corneille, richten ze in november 1948 in Parijs de ' Nederlandse Experimentele Groep' op, die niet lang daarna overging in de Cobra groep. Constant exposeerde in 1948 samen met Appel en Constant in kunsthal Santee Landweer in Amsterdam en later ook in Arti, Amsterdam op de expositie ' schilders onder de dertig'.

VERVOLG OP PAGINA 2

VERVOLG VAN PAGINA 1

Weloverwogen primitief

In memoriam

Constant werd voor de Nederlandse Cobra-kunstenaars de voornaamste contactpersoon met het buitenland. In zijn manifesten en artikelen bekeek hij de maatschappelijke rol van de kunstenaar en riep hij op tot de bevrijding van creativiteit en fantasie. Hij wilde een nieuwe maatschappij met een nieuwe kunst. In het manifest dat hij voor de Nederlandse Experimentele Groep opstelde, schreef hij ook: ' Het kind kent geen andere wet dan zijn spontaan levensgevoel en heeft geen andere behoefte dan dit te uiten. Hetzelfde geldt voor de primitieve culturen, en het is deze eigenschap ook, die deze culturen een zo grote bekoring verleent voor de mens van heden die in een morbide sfeer van onechtheid, leugen en onvruchtbaarheid moet leven.'

De schilderkunst van de Cobra-beweging kenmerkte zich door een bewust enigszins onbeholpen manier van werken, geïnspireerd op het tekenen van kinderen en op volks-en primitieve kunst. Constant maakte bezwaar tegen uitdrukkingen als ' een nieuwe manier van werken'.

Alsof het een stijl betreft. Dat experimentele schilderen het woord zegt het al is meer experimenteren dan schilderen. We hadden geen uitgangspunt, afgezien dan van de materie zelf. En we keerden juist tot die materie terug omdat we geen uitgangspunt hadden. Dat was de bron, de oerbron. Constant was niet alleen de meest gedreven theoreticus van het Cobrastel, maar ook het meest geëngageerd. Zijn idealisme en strijdlust waren aan zijn werk af te lezen, en het engagement is volgens directeur John Vrieze van het Cobra Museum in Amstelveen zelfs de rode draad in zijn leven. Constant voelde zich marxist, of liever ' marxiaan', verbeterde hij: iemand die de ideeën van Marx bewondert, los van het misbruik dat er in de loop van de jaren van is gemaakt. Hij vond aansluiting bij Provo, en zocht lange tijd naar een nieuwe architectuur in zijn experimentele stad Nieuw Babylon (1956 1974), die een aangename leefomgeving moest worden voor de spelende, ongebonden mens (homo ludens) die dankzij de automatisering genoeg vrije tijd heeft om zijn creatieve talenten te ontwikkelen. Hij reageerde daarmee op het steeds drukkere verkeer en de saaie woonwijken die in de jaren vijftig in hoog tempo uit de grond werden gestampt. Hij werkte zijn ideeën uit in maquettes, tekeningen en landkaarten, maar ook in geschriften, manifesten en diapresentaties. Teleurgesteld omdat zijn ideeën weinig navolging kregen, begon hij eind jaren zeventig weer te schilderen. In 1997 werd op de Documenta van Kassel een compleet overzicht van Nieuw Babylon samengesteld, dat een jaar later ook in het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With te zien was.

De oorlog was een belangrijk thema in zijn werk. Tijdens zijn verblijf in Parijs in 1950 begon hij de verschrikkingen ervan in zijn werk te verwerken. De schilderijenserie ' Verschroeide Aarde' met als thema een luchtaanval, een roepende man op het doek ' Oorlog', wielen en ladders die symbool stonden voor destructie. Ook na de Cobra-tijd de beweging hield op in november 1951 werkte dit thema door in zijn werk. Geweld, of het nu in Vietnam, Zuid-Afrika, Zuid-Amerika of in Irak was, leverde steeds nieuwe doeken op. Engagement zie ik als een prikkel om iets te maken, zei hij toen hij in 1991 de Verzetsprijs kreeg van de Stichting Kunstenaarsverzet 1942-1945, voor zijn verdediging van de waardigheid van het individu. De actualiteit van het dagelijks leven, zoals nu de onderdrukking van de Koerden, geeft mij een impuls tot schilderen. Maar tijdens al die maanden dat ik aan een schilderij bezig ben, voel ik me niet continu een Koerd of een ander slachtoffer. Dan neemt de kunstenaar in mij het heft in handen en kijkt naar de manier waarop een lichaam of een landschap geschilderd is. Pas aan het eind controleer ik wat er met die oorspronkelijke impuls is gebeurd. Of er genoeg drama in het schilderij zit, of de verontwaardiging die ik gehad heb overkomt. Die drijfveer is onontbeerlijk. Drie jaar na de Verzetsprijs kreeg hij de Oeuvreprijs van het Fonds voor beeldende kunsten, vormgeving en bouwkunst.

Constant heeft nooit meegedaan aan de hype die rondom de Cobrabeweging is ontstaan. In tegenstelling tot iemand als Corneille, die zichzelf volgens kenners steeds meer ging persifleren, bleef Constant op hoog niveau schilderen, ook nadat Cobra was opgeheven. In de laatste twintig jaar van zijn leven maakte hij vooral dromerige aquarellen, schilderijen en tekeningen, waarbij hij zich liet inspireren door het werk van de oude meesters. Dat late werk van Constant werd vooral verkocht in de inmiddels gesloten galerie Collection d'art in Amsterdam. Constants Cobra-schilderijen brengen op veilingen, zoals alle Cobra-kunst, veel geld op, maar ook juist de werken die hij in die laatste jaren van zijn productieve leven schilderde, blijken daar bijzonder gewild.

Tot het eind van zijn leven bleef hij aan het werk in een Amsterdams atelier. Met de hedendaagse kunst zei hij niet zoveel meer op te hebben. Het ontbrak aan revolte. Eigenlijk was er sinds Cobra nauwelijks iets wezenlijks gebeurd, vond hij.

,, Ik zie op dit moment weinig nieuwe, bijzondere dingen in de kunst. Meestal zijn het installaties of video's, niets wat mij aanspreekt. Ik kan ook eigenlijk niemand opnoemen wiens werk ik bewonder.' ' Maar dat de schilderkunst een verouderde kunstvorm is, wees hij in een interview rond zijn tachtigste verjaardag af: ,, In Frankrijk zijn grotten met schilderingen van 20 000 jaar oud. En dan zou het nu ineens afgelopen zijn met de schilderkunst? Waanzin.”

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie