Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

WEIGEREN - DE PRIJS VAN HET PRINCIPE

Home

HANS MARIJNISSEN

De profvoetballer heeft de rechter geprobeerd uit te leggen dat hij tegen geweld is en daarom vervangende dienstplicht wil doen. Maar de rechter veroordeelde hem afgelopen woensdag tot zeven maanden cel. Maarten Atmodikoro over zijn hart 'dat spreekt'.

“Ik heb nooit de confrontatie gezocht, was beslist geen vechterbaas. Nee, ik was niet bang, gedroeg me ook niet als een lafaard. Maar ik liep liever weg om de volgende dag - als de agressie was gaan liggen - de ruzie uit te praten. Vechten hoort niet bij mij.”

Atmodikoro was vanaf zijn geboorte een 'heel rustig mannetje', zoals hij dat zelf beschrijft. Zo'n kereltje waar ouders in spe voor willen tekenen. “Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een conflict met mijn ouders heb gehad. Mijn opvoeding verliep zonder stemverheffing. Dat zit in ons. Indische mensen zijn stil, rustig.”

De jonge Surinamer leek de laatste jaren een veelbelovende carrière als profvoetballer te beginnen. Door de fusie met SVV kwam hij vijf jaar geleden bij Dordrecht 90 terecht, en speelt hij nu een seizoen als rechtsback bij NAC, en niet onverdienstelijk. De ideale (schoon)zoon zou een even ideale loopbaan als profvoetballer voor zich hebben, totdat hij een brief van het ministerie van defensie op de kokosmat vond. Maarten zou onder de wapenen moeten en, zo zou blijken, dat in de ogen van Maarten 'gewelddadige' leger is minder gemakkelijk te ontlopen dan een ruzie op straat.

“Ik was net klaar met de Havo en besefte op de MEAO dat mijn bestaan als profvoetballer niet goed met die studie te combineren was, toen ik mijn oproep onder ogen kreeg. Ik was de eerste bij ons thuis, want mijn oudere broer is afgekeurd en ik heb alleen nog een jonger zusje. Ik dacht: ojé, daar zul je het hebben. Want het was voor mij duidelijk: ik zou weigeren onder de wapenen te gaan.”

“Ik heb me wel keurig gemeld bij de kazerne in Den Bosch en heb daar direct kenbaar gemaakt dat ik een beroep wilde doen op de Wet gewetensbezwaren. Ze haalden me daarop direct uit de groep en ik moest bij een of andere sergeant of luitenant - weet ik veel - uitleggen waarom ik vervangende dienst wilde. Ik heb toen gezegd dat ik tegen geweld ben, me niet kan voorstellen dat ik ooit iemand zal verwonden of doden en dat geweld nu eenmaal is gekoppeld aan het instituut leger.”

“Natuurlijk zijn er dan weer de bekende strikvragen, over de situatie waarin je moeder wordt mishandeld en wat jij dan zou doen. Ik heb gezegd dat ik niet uitsluit dat ik in een emotionele reactie de aanvaller zou wegduwen, maar heb daarbij aangegeven dat dit geweld niet te vergelijken is met dat waarvoor het leger opleidt. Ik dacht dat ik duidelijk was geweest, ik moest nog wat formulieren invullen en kon weer gaan.”

Atmodikoro verkeerde jaren in de veronderstelling dat hij met 'groot verlof' was. “Maar na drie jaar lag er weer een brief in de bus, met wéér een oproep. Ditmaal moest ik me in Bussum melden, achteraf bleek dat een kazerne te zijn waar ze de lichting 'moeilijke gevallen' in ontvangst namen. Ik heb daar weer een beroep op de Wet gewetensbezwaren gedaan en de man aan de andere kant van het bureau knikte begrijpend. Maar vervolgens stuurde hij me naar het lokaal verderop, waar de fourageur me opeens mijn uitrusting wilde aanreiken. Dat heb ik dus geweigerd. En toen waren de poppen aan het dansen.”

Atmodikoro mocht met de marechaussee mee, kreeg een proces-verbaal en kon opnieuw naar huis. “Het gekke is dat ik in al die tijd na mijn eerste beroep op de Wet gewetensbezwaren nooit heb gehoord dat dit beroep is afgewezen. Ik word behandeld als een totaalweigeraar die alle medewerking weigert, maar dat is nadrukkelijk niet zo. Ik ben bereid vervangende dienst te doen, wil best met kinderen werken of met bejaarden of zo. Maar als die mogelijkheid door defensie niet wordt geboden, weiger ik deelname aan echte militaire activiteiten. Want die gaat werkelijk tegen mijn geweten in.”

Dat defensie het er - zelfs na afschaffing van de dienstplicht - niet bij heeft laten zitten, bleek in april toen de officier van justitie van de militaire kamer in Arnhem zeven maanden cel tegen Atmodikoro eiste. “Ook daar heb ik uitgelegd waarom ik het leger niet in wil. De afschaffing van de dienstplicht heeft daar trouwens niets mee te maken. Ik wilde al vervangende dienst op een moment dat er van afschaffing geen sprake was.”

“Ook mijn carrière bij NAC heeft er niets mee van doen, wat wel in de rechtszaal is gesuggereerd. Ik denk dat voetbal prima met dienstplicht te combineren is, het had me nog wel leuk geleken om in het Nederlands militair elftal te spelen. Marc Overmars is ook doorgegaan met voetbal toen hij in legergroen liep. En Arthur Numan. Dan kan allemaal best, maar daar gaat het niet om. En voor de duidelijkheid: ook het feit dat ik moslim ben, doet er niet toe.”

De verdediger van NAC krijgt regelmatig de vraag voorgelegd hoe hij als verdediger tegen geweld kan zijn. Immers: met dat instrument verdedig je toch? “Absolute flauwekul. Tuurlijk, sommige verdedigers gebruiken geweld, maar de verdediging is niet per definitie gestoeld op geweld. Je kunt zulke constateringen niet omdraaien. Ik ben een speler die het van de techniek moet hebben en ga maar na bij de KNVB: ik heb in twee jaar als verdediger nog niet één gele kaart opgelopen.”

“Je moet af en toe wel 's een harde sliding inzetten, maar zolang die op de bal is gericht, kun je dat geen geweld noemen. Voetbal is een teamsport met veel lichamelijk contact en in de emotie van het spel zal er best 's wat gebeuren. Maar dat staat in geen verhouding tot waartoe het leger opleidt.”

Het leger heeft tegenwoordig zo'n enorm arsenaal aan vredestaken, is ook zo'n argument dat Atmodikoro naar zijn hoofd geslingerd krijgt. “Ja, dat weet ik ook wel, Unprofor en noem maar op, doet uitstekend werk. Maar wel met een wapen aan de schouder. En als het niet goedschiks kan, dan kwaadschiks. Ik geloof er gewoon niet in dat je iets met militaire kracht kunt oplossen. Ik geloof ook niet in een goede partij die tegen een kwade vecht. In een oorlog gaat het altijd tussen twee kwaden. Je zult conflicten aan tafel moeten uitvechten, punt uit.”

Atmodikoro dacht met deze argumenten de rechter overtuigd te hebben, maar hij hoorde deze week dat hij toch is veroordeeld tot zeven maanden cel. “Mijn ouders zijn zich doodgeschrokken. Ik heb tegen mijn moeder gezegd: mam, het komt wel goed. Maar of het goed komt? Ik weet het niet. Ik ga wel in hoger beroep, maar ik heb in ieder geval geen zin om alle argumenten nog eens nadrukkelijk op papier te zetten en de lijst uit te breiden met nieuwe bezwaren. Ik wil dat ook tijdens een zitting waar de straf van zeven maanden als een zwaard van Damocles boven je hoofd hangt, mijn hart spreekt. Het moet míín emotie zijn en geen bezwaren van iemand anders. Ik ben nog nooit met de politie in aanraking geweest, speel geen hard voetbal, doe geen vlieg kwaad. Als iedereen hetzelfde deed als ik, was de wereld een paradijs.”

Atmodikoro beseft inmiddels dat zijn principiële opstelling een forse waslijst praktische gevolgen met zich meebrengt. “Gelukkig steunt iedereen me, ik krijg stapels brieven van supporters die me suces wensen. Ook het bestuur van NAC en trainer Wim Rijsbergen vinden het goed dat ik me zo opstel. Maar intussen zit ik wel met een rekening van de advocaat en het is de vraag of NAC over een jaar mijn contract wil verlengen, als ik een celstraf van zeven maanden moet gaan uitzitten. Ik kan me voorstellen dat NAC zegt: kom volgend jaar maar terug.”

Het is de prijs van het principe, zegt Atmodikoro. Morgen verdedigt de pacifist zijn club tegen Volendam.

DIENSTPLICHT AFGESCHAFT, VERVOLGING GAAT DOOR

Eind augustus komt er een eind aan de militaire dienstplicht; de allerlaatste lichting dienstplichtigen is momenteel bezig aan een al verkorte periode van negen maanden. Vanaf dat moment komt er ook een eind aan een fenomeen dat in Nederland forse proporties had aangenomen: de dienstweigeraar. Van de 45 duizend jongens die de laatste jaren voor de dienstplicht werden opgeroepen, waren er telkens enkele honderden die er onderuit probeerden te komen: dienstweigeraars, totaalweigeraars en weigeryuppen.

De dienstplicht dateert van 1898 en moest vanaf dat moment vooral de sterke vervlechting van overheid met bevolking symboliseren: de natie die bereid is te strijden voor het land. Of er ooit sprake was van die bereidheid is de vraag, maar de dienstplicht kwam meer dan ooit ter discussie te staan nadat de val van de Berlijnse muur een einde had gemaakt aan de Koude Oorlog. Tal van varianten om de dienstplicht te bekorten, sneuvelden en uiteindelijk, toch nog onverwacht snel, besloot het kabinet de opkomstplicht per 1 februari op te heffen. De laatste dienstplichtige mag op 31 augustus naar huis.

Dat het eind van de dienstplicht nu in zicht is, wil niet zeggen dat er coulanter wordt omgegaan met diegenen die zich tot dusver aan de opkomstplicht onttrokken. Zeven tot negen maanden gevangenisstraf was de eis waarmee de officier van justitie doorgaans het weigeren bestraft wenste te zien en de militaire kamer van de rechtbank die zich over deze zaken uitspreekt, nam die strafmaat de laatste jaren onverkort over. Het openbaar ministerie voelde er ook niets voor, die aanpak te veranderen nu de dienstplicht tot het verleden behoort. “Zolang het hof en de minister niet anders over de strafmaat denken, zal het OM de zaken die zijn aangebracht, behandelen als alle voorgaande”, zei procureur-generaal Van den Boezem nog in februari van dit jaar, vlak nadat de opkomstplicht was opgeheven. Wel kregen driehonderd erkende gewetensbezwaarden in dezelfde maand te horen dat zij hun vervangende dienstplicht niet meer hoeven te vervullen.

Maar dat hadden zij niet zozeer te danken aan de minister van defensie maar aan 'banenminister' Melkert, die andere plannen had met de vacatures die de weigeraars innamen. Die totale kwijtschelding gaat niet op voor de 'weigeryuppen', de weigeraars die louter economische motieven hadden om onder de dienstplicht uit te komen. Naar schatting zevenhonderd van deze dienstweigeraars wachten nog altijd op afhandeling van hun zaak. De Hoge Raad bepaalde vorige maand dat één van hen alsnog de zeven maanden cel moet uitzitten die hem eerder door het hof werden opgelegd. Van belang was dat de Hoge Raad geen gehoor gaf aan de bezwaren van de advocaat van de dienstweigeraar tegen de zogenaamde Bussum-procedure. Sinds december 1992 roept Defensie in de Kolonel Palmkazerne in Bussum jongens op, die door telkens weer een beroep te doen op de Wet gewetensbezwaarden hun strafprocedure net zolang proberen te rekken tot Defensie hen Buitengewoon dienstplichtig verklaart. In deze kazerne moeten de opgeroepenen dan voor de laatste keer hun bezwaren op papier zetten en Defensie beslist vervolgens ter plekke of zij een kans maken. Wie wordt afgewezen, krijgt de opdracht direct het uniform aan te trekken. Wie dat weigert, wordt strafrechtelijk vervolgd. De Hoge Raad oordeelde deze procedure rechtsgeldig.

Verdwijnt de dienstweigeraar straks, de Vereniging Dienstweigeraars denkt er nog niet over, zichzelf op te heffen. “We blijven doorgaan”, belooft een woordvoerder. Ons tijdschrift blijft bestaan en we blijven ons bezighouden met wat er op defensiegebied in Nederland gebeurt en met het militarisme in het algemeen. Het accent zal verschuiven, dat is alles.”

Deel dit artikel