Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

x

Wegens rock-'n-roll gesloten

home

INGMAR HEYTZE

Een medewerker van een beroemde gitarist meldt zich in een speciaalzaak. Met een gitaar die in brokken in een doos ligt. Of-ie morgen klaar kan zijn?

Schrijvers Elke Geurts, Maartje Wortel, Gerwin van der Werf, Ingmar Heytze, Thomas Heerma van Voss, Manon Uphoff en Ernest van der Kwast maakten voor Zomertijd een 'sterk verhaal'. Vandaag a¿evering 3.

Art is anything you can do well.

Anything you can do with Quality.

Robert M. Pirsig

Iemand geeft me een klap op mijn schouder. Jack staat achter me met de bezeten grijns die ik van foto's en concertbeelden ken. Het is alsof je een hand krijgt van een bliksemflits; hij staat aan. De rookmachines beginnen te sissen. Een luchtafweeralarm uit de Tweede Wereldoorlog wordt met de hand aangeslingerd door een van de roadies. Jack krijgt de gitaar omgehangen, recht zijn rug en loopt snel naar voren, naar het midden van het podium. Halverwege zijn opkomst kijkt hij even opzij, misschien naar mij, misschien ook niet, en heft zijn rechterhand.

In die paar tienden van seconden dat die hand in de lucht hangt, kun je een speld horen vallen. Tenminste, in mijn hoofd. In werkelijkheid ben ik omringd door een kakofonie van zeventienduizend brullende mensen en een loeiend luchtalarm. Ik sta in het donker, in een stilte die alleen voor mij bestaat, met gedachten die niemand anders kan hebben. Het zijn zorgelijke gedachten. Ze gaan allemaal over de gitaar die Jack om zijn nek heeft. Kan het oude hout omgaan met de snaarspanning? Gaat de hals zich niet alsnog vreemd gedragen in de subtropische atmosfeer van een concertzaal? Heeft hij lang genoeg in de klemmen gezeten? Is mijn wanhoopsoffensief met de epoxyhars wel gelukt, of hecht plexiglas nu eenmaal niet aan berkenhout? Valt de kwetsbare elektronica niet uit als er te wild met het instrument wordt bewogen? Blijft het glinsterende rode celluloid wel zitten? Had ik iets anders moeten doen? Had ik méér moeten doen? Waarom wil iemand in vredesnaam spelen op een krom, bejaard instrument dat de leeftijd van zijn moeder heeft? Waarom deze gitaar? Waarom uitgerekend deze gitaar?

De hand komt neer. Ik hoor de drie driehoekige, snerpende noten van een overbekend intro. Een zee van geluid, rook en licht slaat op een muur van mensen.

Why this guitar?, vraag ik een dag eerder aan de Amerikaanse roadie die een halfvergane koffer vol stickers voor me op de toonbank legt en deze opendoet. Op de grootste sticker staat 'JACK'. In de verzameling hout en snaren die voor me ligt, kan ik met moeite een instrument herkennen. De roadie is niet van plan om antwoord te geven. "Why not? Kun je hem morgen klaar hebben?"

Ik kijk naar het instrument. Het is - wás - een elektrische gitaar uit Zweden, een Hagstrom Deluxe A. Dit exemplaar lijkt me heel geschikt om ergens thuis aan de muur te hangen en hem daar vooral ook te laten hangen.

Ik ken het model. Daarom weet ik dat de gitaar ergens begin jaren zestig is gebouwd. Ze zijn behoorlijk zeldzaam. De naam zegt al veel. Elk instrument dat ergens 'special', 'deluxe', 'royale' of zoiets in de naam heeft staan, is meestal uitgerust met allerlei extra's die ook nog stuk kunnen, en dat na verloop van tijd meestal zijn. De firma Hagstrom bouwde accordeons voordat ze in 1958 een Gibson Les Paul uit elkaar haalden, en besloten dat ze dat ook wel konden: elektrische gitaren bouwen. Daar hadden ze op zich wel gelijk in, maar de accordeon was blijkbaar nog niet helemaal uit hun systeem. Dit exemplaar oogt als een kruising tussen een elektrische gitaar en een bandrecorder, want het ding is uitgerust met een soort cassette van chroom vol met drukknoppen. De hals is voorzien van een dikke laag plexiglas, waarvan hele stukken los tussen de frets zitten. Het

ding behoort volledig beplakt te zijn met rood, glinsterend celluloid, maar dat ligt in stukjes door de gitaarkoffer heen, alsof het ding schurft heeft.

De roadie buigt zich over de toonbank en zet zijn zonnebril af. "Weet je wat het is? We zijn op pad met veertig mensen en aanhang, de toer is nu drie weken bezig en we moeten nog bijna een jaar. En nu is het probleem dat we met z'n allen afhankelijk zijn van deze gitaar. We hebben ongeveer dertig gitaren bij ons, maar Jack weigert om op een andere te spelen dan deze. Er zijn in drie weken al twee roadies ontslagen, en ik ben de derde als ik jou niet zo ver krijg dat je dit doet. Wat je ook nodig hebt: noem het en we proberen er een mouw aan te passen. Maar maak deze gitaar. Als je het niet doet voor het geld, doe het dan voor mij, voor jezelf, voor het publiek, voor de band, voor Jack... voor rock-'n-roll..."

Eén dag is te kort. Ik moet trouwens ook nog gewoon in de winkel werken. Ik kijk opnieuw in de koffer naar het karkas van hout, metaal, chroom en parelmoer. Deze gitaar is niet meer, echoot John Cleese in mijn hoofd. Hij is er geweest, kapot, naar de vaantjes. Hij ligt onder de zoden. Het doek is gevallen. Hij speelt verder aan gene zijde. Zand erover. Dit is een ex-gitaar.

"Dit is geen gitaar, dit is het wrak van de Titanic", zeg ik. Hij glimlacht, wijst met twee open handen naar de koffer en knikt. That's why, zegt hij.

Morgen klaar. Ik wil niet zeggen dat elke klant in een gitaarzaak bespottelijk is. Het scheelt alleen niet veel en dat komt omdat er geen muzikanten komen. Misschien komen ze eens een setje snaren of een kabeltje halen, of een versterker uitproberen. Maar een beetje muzikant mijdt gitaarzaken als de pest.

Morgen klaar. In de winkel bevinden zich twee mensen die samen de klantenkring definiëren. Er is een vijftienjarige jongen met vet haar, die al een kwartier bezig is een schel, overstuurd geluid voort te brengen op een beginnerssetje. Het is het geluid van de hoop. Dat kan ik waarderen. Ik wou alleen dat de hoop zijn versterker wat zachter zette. Zo ver mogelijk bij de hoop vandaan zit de vrees - een bedeesde, kalende veertiger die ik net een peperdure Gibson in de handen heb gedrukt. Aan zijn rug kan ik zien dat hij nog nooit langer dan tien minuten een gitaar heeft vastgehouden. En als ik het niet kon zien, hoorde ik het wel aan het geluid uit de eveneens bespottelijk dure buizenversterker. De gitaar is een Gibson Les Paul uit 1959. Dat wil zeggen, een nieuw gebouwde imitatie van zo'n gitaar. Als ik een echte onder mijn bed zou vinden, verkocht ik hem onmiddellijk, om een paar honderd gitaren te kopen die ik interessanter vind.

Morgen klaar. We hebben wel meer Gibsons in de zaak en de meeste daarvan zijn, vriendelijk gezegd, wat overdreven voor iemand die niet verder komt dan vier kampvuurakkoorden en de helft van de openingsriff van 'Smoke on the Water'. De veertiger wil uitgerekend deze gitaar proberen, omdat hij vorige week op televisie heeft gezien dat dat de heilige graal voor gitaristen moet zijn. Wat deels waar is, maar grotendeels toch vooral niet, zelfs niet voor een vintage exemplaar. Het is net zo ridicuul als zeggen dat er een ideale hamer bestaat, een ideale racefiets of een ideaal fileermes. Je kunt hooguit vaststellen dat er een aantal bruikbare hamers, fietsen, messen en gitaren in de wereld is, en ontstellend veel beroerde. Dit is een replica van een legende, niet meer en niet minder. Wat niet wegneemt dat het een goed instrument is, dat het niet verdient om straks ergens werkloos op de zolder van een man met een midlifecrisis te staan. Het is mijn werk om het ding te verkopen, maar eigenlijk zou ik hem liever vasthouden tot er iemand de winkel binnenloopt die er iets op kan spelen wat me raakt. Dat gebeurt nooit. Iemand die dat kan, heeft namelijk al een gitaar. De schaarse keren dat ik de kans heb om een goede gitaar te verkopen, komt zij in handen van iemand die ik hem niet gun. Ik zit hier, kortom, misschien niet helemaal op mijn plek.

Morgen klaar. De roadie wacht nog steeds op mijn antwoord. "Ik zal zien wat ik kan doen", zeg ik.

Ik weet niet op welk moment ik weer durf te kijken en te luisteren. Wat ik er ook mee heb uitgespookt, de gitaar werkt. Ik denk terug aan de afgelopen tweeëndertig uur. Eerst heb ik Hoop en Vrees zonder pardon de deur uitgezet. Daarna heb ik de winkel afgesloten en een bordje 'wegens rock-'n-roll gesloten' op het raam geplakt. Toen ben ik met de gitaar naar de werkplaats boven de winkel gegaan. Daar heb ik een aantal dingen gedaan die ik nooit meer in zo'n korte tijd met zo'n instrument hoop te moeten doen. Potten vol zwarte koffie, lijm, hars, schroevendraaiers, beitels, tangetjes, schilderstape en scheermesjes waren mijn metgezellen. Ten slotte ben ik, nadat ik op staande voet door mijn baas was ontslagen om de winkelsluiting en vooral om dat bordje, met de trein naar de Ziggo Dome in Amsterdam gegaan. Ik heb niet geslapen. Door de schroeiplek op mijn bovenbeen weet ik dat ik op een gegeven moment wel even in slaap ben gevallen, met een soldeerbout in mijn hand.

De gitaar werkt niet alleen, hij brengt geluiden voort die ik niet allemaal toe kan schrijven aan het spel van Jack. Daaruit maak ik op dat het instrument alweer bezig is om uit elkaar te vallen, en trouwens ook dat het publiek dat geweldig vindt. Jack komt van het podium met een triomfantelijke blik in zijn ogen. Hij heeft de gitaar in zijn handen als een kind dat een lolly heeft gekregen. Een lolly waaraan alweer een en ander los zit, zie ik als hij dichterbij komt. "We kunnen wel iemand als jij gebruiken", zegt hij. "Over drie dagen spelen we in Tokio. Kun je 'm dan weer gemaakt hebben?"

Lees verder na de advertentie

De schrijver

Ingmar Heytze (1970) is dichter en schrijver. Hij wordt gerekend tot de zogeheten Utrecht Maffia, een groep Utrechtse schrijvers waartoe ook Manon Uphoff, Jerry Goossens en Ronald Giphart behoren. Heytze werkte als journalist onder meer voor het Utrechts Universiteitsblad, het hogeschoolblad Trajectum en in het verleden voor Rails. Dit jaar verscheen zijn poëziebundel 'De man die ophield te bestaan'.

De illustrator

Studenten van de Willem de Kooning Academie in Rotterdam illustreren dit jaar de korte verhalen. Alona van Rosmalen (1991), alias Alonski, wist meteen welk gevoel ze wilde overbrengen. Het moest over ambities gaan, maar ook over stukgeslagen dromen, legt ze uit. "Het hoofdpersonage gooit niet zelf zijn gitaar stuk. Dat is zijn alter ego. Of eigenlijk zijn verbeelding van mannen in een midlifecrisis die de gitaar en haar klanken onderwaarderen." Met een expliciet kleurenspel probeerde ze verschillende emoties aan te duiden. Zo gaat Alona wel vaker te werk. Maar, zegt ze, het is geen trucje of vaste stijl. "Ik wil mensen blijven verrassen."

alonavanrosmalen.nl

De websites van illustratoren Devin Wijkhuijzen en Luc Petterson willen we u ook niet onthouden: www.descompose.com en lucpettersonillustration.tumblr.com

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.