Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Weg met die onzin in de klas!

Home

MAAIKE BEZEMER

Hoe leert een kind? Zelf laten ontdekken of uitleggen? Kennis helpt docenten. Maar loop niet achter pseudo-wetenschap aan. tekst

De Britse docent filosofie en religie Tom Bennett begon twee jaar geleden met zijn project ResearchED, een platform waar onderzoekers en onderwijzers elkaar ontmoeten - online maar ook live. Zijn conferentie kende al twaalf edities in Groot-Brittannië, een in NewYork, een in Sydney. Afgelopen zaterdag sprak Bennett op de eerste ResearchED Amsterdam - eigenlijk was het Amstelveen, maar dat klinkt wat minder internationaal.

Doel is dat de praktijkmensen leren van de theoretici en daarmee hun vak verder ontwikkelen. Omgekeerd mag onderzoek ook best iets meer afgestemd worden op vragen die leven in de klas. En misschien kan betere samenwerking meteen de invloed van pseudo-wetenschap op het onderwijs weer een beetje rechttrekken, hoopt Bennett.

De Schot, nog maar één dag in de week leraar, is op zijn middelbare school in Londen met de gekste dingen geconfronteerd. Zo werd hij aangespoord tot het geven van breingym voor aanvang van zijn lessen. "De leerlingen moesten eerst maar even wrijven over de 'breinknoppen' aan beide zijden van het borstbeen. Dat zou de bloedtoevoer van de longen naar de hersenen stimuleren."

Toen hij zich tijdens een sabbatical ging verdiepen in onderwijsonderzoek, bleek dat scholen maar al te vaak volgens theoriën werken die nauwelijks zijn onderbouwd.

Het toepassen van verschillende leerstijlen, ook zo'n hype: de aanname dat het ene kind vooral leert door iets te horen en de ander door het te zien. Bennett: "Het klinkt logisch, maar is nooit wetenschappelijk aangetoond. "En waarom moest ik kinderen altijd maar in groepjes laten werken als ik in de klas zie dat het heel vaak niet werkt."

Hij voelt zich net vampierjager Van Helsing: "Je kunt die mythes kapotschieten, maar ze blijven terugkomen."

Bennett startte met boze blogs. Inmiddels is hij adviseur van het Britse onderwijsministerie, schrijver van artikelen in het onderwijskatern van de Times - en een stuk genuanceerder. "Studies zijn niet per definitie onzin, maar het onderwijs moet wel altijd blijven vragen naar onderbouwing. Docenten pakken op wat hen logisch voorkomt en dat is vaak een simpele oplossing. Maar kinderen zijn niet simpel."

Samen met collega-critici nam hij zaterdag nog een flink aantal mythes onder handen. Neem die leerstijlen. Er zouden verschillende manieren zijn waarop kinderen lesstof tot zich nemen. De een is veel meer een beelddenker, de ander is talig. Psycholoog Casper Hulshof ziet dat er van alles wordt bijgehaald: leerlingen zijn hooggevoelig, nieuwetijdskinderen: "Je vraagt je af of mensen niet een stoornis aan het verzinnen zijn."

Hulshof was eerst onderzoeker, nu docent onderwijskunde aan de Universiteit Utrecht.

Wees sceptisch en analyseer de bron, adviseert hij de volle klas met leraren, op hun vrije dag. "Van makkelijke aannames die heel plausibel klinken, denk ik eigenlijk altijd: 'Het zal wel niet waar zijn'."

Uiteindelijk is er maar één studie - van hoogleraar Jaap Murre van de Universiteit van Amsterdam - waar de meeste beelddenk-adepten naar verwijzen. Die studie blijkt te gaan over ontwikkeling van het geheugen, niet over denkprocessen. En één bron is geen bron, doceert Hulshof nog maar even: het kan nooit genoeg zijn voor een goed onderbouwde theorie.

In die zin is het ook aan docenten zelf om zich geen onzin te laten verkopen. De leerpiramide bijvoorbeeld, zaterdag kwam-ie in meerdere workshops langs, in het onderwijs worden ze ermee doodgegooid.

De piramide zet klassikaal lesgeven tegenover het zelf laten ontdekken door een kind. Als je college geeft, onthoudt de ontvanger slechts vijf procent van de stof. De impact loopt op naarmate het lesmateriaal actiever wordt aangeboden. Zelf lezen: 10 procent, filmpje (dus lezen en luisteren): 20 procent. Demonstreren en discusssiëren hebben al veel meer impact. Met als toppunt dat kinderen het geleerde zelf toepassen en weer aan een ander uitleggen: dan onthouden ze 95 procent .

Overal wordt-ie gebruikt, weet Paul Kirschner, hoogleraar onderwijspsychologie. "Vooral omdat het ondersteunt wat we graag willen geloven. De bewering klinkt logisch, maar je zal het eerst moeten toetsen en analyseren. Wat zijn de gebruikte methodes? Voor die leerstijlentheorie is geen enkele wetenschappelijke bron te vinden."

Een logische oproep, maar bronnen verifiëren is nog niet eenvoudig, aangezien veel wetenschappelijke publicaties achter een betaalmuur liggen. Frank Cornelissen, jarenlang leraar op basisscholen én onderwijskundige, is een petitie gestart: Vrije Toegang tot Onderzoek voor Leraren.

Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) ziet dat veel studies vaak totaal geen relevantie hebben voor wat leraren in de klas doen. Dat zou wel moeten. Het praktijkgerichte wetenschappelijk onderzoek dat het NRO financiert, wordt daarom samen met docenten bedacht en uitgevoerd. Voor leraren die een wetenschappelijk gefundeerd antwoord zoeken op hun vragen, is er sinds kort een digitaal vraagloket.

Lang leve internet en sociale media, zegt Tom Bennett. "Vroeger bleef je met je vragen zitten in je eigen klas. Nu hebben we Twitter, Facebook! Deskundigen van over de hele wereld zijn beschikbaar! Kijk eens wat er allemaal buiten je klaslokaal ligt." Zelf kennis verwerven, de regie over het vak terugpakken: het zijn geen heel nieuwe geluiden in het onderwijs. De leraar moet dan ook wel zelf in beweging komen. "Soms zijn docenten als chimpansees die zijn opgegroeid in een kooi", beseft Bennett. Ook al zet je die open: ze gaan niet naar buiten. Liefst sluiten ze de deur, lekker veilig.

"Blogs en Facebook maken het voor leraren veel makkelijker om hun stem ook buiten de school te laten horen. De eerste keer dat ik er achter kwam dat de minister mijn tweets las! Rechtstreeks invloed, geen woordvoeders, assistenten of ambtenaren die in de weg staan!"

Lees verder na de advertentie

Overschat: internet

Maurice de Hond moest het zaterdag ontgelden: vooral zijn pleidooi om de nadruk op het vergaren van kennis te verleggen naar het opdoen van (digitale) vaardigheden. Sprekers onderstreepten dat kinderen leesonderwijs nodig hebben om informatie te ontdekken op internet. En ook al kunnen ze teksten lezen, voorkennis is nodig om die ook te begrijpen. Internet biedt dan wel een wereld aan informatie, dat leidt niet per se tot kennis! Lerarenopleider Amber Walraven noemt het een misverstand dat kinderen alles weten van ICT. "Uit onderzoek onder 14-jarigen in 14 landen blijkt dat 4 procent functioneert op een geavanceerd niveau. De meeste komen niet verder dan basisvaardigheden zoals het vinden en verwerken van informatie of het met elkaar communiceren. Misschien zijn ze vingervlug en hebben ze knoppenkennis, maar een kritische blik ontbreekt."

Onderschat: de juf

Ontdekkend en natuurlijk leren, de leraar als coach, Marcel Schmeier, onderwijsadviseur taal en rekenen, ziet dat veel scholen hier weer van terugkomen en instructie geven. 'Expliciete directe instructie', heet het boek dat hij bewerkte. Een methode gebaseerd op praktijkgericht onderzoek in de VS. Schmeier benadrukt het belang van de onderwijzer. "Een leerling die twee jaar achter elkaar een zwakke leerkracht heeft, kan een heel niveau lager uitkomen in het voortgezet onderwijs." Bij EDI doen alle leerlingen actief mee. Juf stelt doelen, denkt hardop, doet het voor. De kinderen zien hoe zij een probleem aanpakt. En zij controleert steeds of iedereen de uitleg begrijpt. Nooit zomaar iemand vragen, zegt Schmeier. Denktijd geven, ze mogen overleggen. Om te voorkomen dat alleen de slimsten een beurt krijgen, zijn er naamstokjes, alsof je strootjes trekt.

Deel dit artikel