Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Watertuinen in Amsterdamse grachten onder vuur

Home

HENK VAN HALM

In de Amstel bij de Blauwbrug lag jarenlang een bewoond binnenschip, door eigenaar Victor uitgebreid met vlotten, die in juni geel zagen van de bloeiende lissen. Iedere Amsterdammer en menige toerist kenden het eiland.

Allengs verschenen meer begroeide vlotjes bij woonboten in de Amsterdamse grachten. En op een gegeven moment was daar een naam voor: watertuin.

Watertuinen zijn het equivalent van tuintjes tegen huisgevels, gemaakt door een of meer trottoirtegels te lichten. Geen gemeente die daar nog bezwaar tegen maakt. Maar tegenover waterbegroeiingen staan overheden uiterst wantrouwig. Watergangen moeten overtollig water snel kunnen afvoeren en zij vrezen dat oever- en watervegetaties die functie zullen belemmeren.

Dat is jammer. In sierwateren kan veel meer dan gewoonlijk het geval is. In plaats van houten beschoeiingen kunnen kleurige moerasplanten, zoals koninginnenkruid, moerasandoorn, zwanenbloem en gele lis een natuurlijke oever vormen. En dat geldt ook voor stadsgrachten. Op allerlei drijvende balken groeit vanzelf al van alles, van gewone planten als wolfspoot en tandzaad tot bijzondere varens.

In de Lijnbaansgracht langs de Amsterdamse Marnixstraat drijft een honderdvijftig meter lange groenstrook. Van Elandsgracht tot Rozengracht wordt de kale stenen kademuur verlevendigd door oeverplanten, die van de overkant in tegenlicht gezien de stad een ander aanzien geven.

Bijzonder aan deze watertuin is dat het initiatief voor de aanleg niet genomen is door particulieren of de milieubeweging, maar door de gemeentelijke dienst Riool en waterhuishouding Amsterdam. Driehonderd vierkante meter 'floatlands' werden in 1994 aangelegd en beplant met achttien soorten moerasplanten.

EXPERIMENT “De aanleg van begroeide vlotten is als experiment bedoeld. We hopen zo de waterkwaliteit te verbeteren. Ook zouden het ecologische verbindingen kunnen zijn met de groene kernen in de stad,” zegt Jan Koedood van de RWA.

De gemeentelijke watertuin bestaat uit drijvende houten ramen van twee bij twee meter, waartussen gaas met planten is aangebracht. Deze vlotten zijn per drie aan elkaar gemaakt en drijven anderhalve meter van de kademuur. Van de achttien soorten oeverplanten zijn liesgras, kattenstaart, dotterbloem, lis, riet, harig wilgenroosje, grote lisdodde, pitrus, bitterzoet en waterscheerling nog over. Wolfspoot, rietgras, geknikte vossenstaart, zwarte els, hoge cyperzegge, scherpe zegge en moeraszuring kwamen vanzelf. De groene oever draagt sterk bij tot de natuurbeleving van de stedeling. Er broeden koeten, futen en wilde eenden.

Uit het begeleidende onderzoek bleek dat de groenstrook leefmogelijkheden biedt aan allerlei grotere waterdieren. Vissen zetten hun eieren af aan de in het water afhangende wortels. Er verschenen verschillende aan watervegetaties gebonden insecten: een waterjuffersoort (het lantaarntje), schaatsenrijders, larven van haften en verschillende soorten pluimmuggen (die steken niet!). De watertuinen bleken nauwelijks invloed te hebben op het plankton en op de fysisch-chemische toestand van het grachtwater. Dat kan veranderen. De eilanden bleken grotendeels bedekt met zoetwatersponzen en driehoeksmosselen. Het filterend vermogen van die mosselen mag niet worden onderschat. Als de anderhalf miljoen jonge mosselen, die zich op de vijfenzeventig vlotten vestigden, eenmaal groot zijn, zullen ze per uur 320 000 liter grachtwater filteren. Het doorzicht zal daardoor waarschijnlijk verbeteren, maar ik zie nog geen waterpest en fonteinkruiden in de grachten groeien.

OOK NADELEN Naast de voordelen ziet de RWA ook nadelen van de watertuinen. Als de spontaan opgeschoten wilgen en elzen groot worden, kunnen de vlotten kapseizen, zeker bij flinke storm. Ook blijft er veel zwerfvuil in achter. Het beheer van de watertuinen kan bij uitgebreider toepassing dus nogal kostbaar worden.

Er doemen nu beperkingen op voor de aanleg van watertuinen door particulieren. Het is bij verordening verboden in, op of boven openbaar water voorzieningen aan te brengen of voorwerpen te plaatsen, op een aantal uitzonderingen na die met de scheepvaart te maken hebben. Watertuinen vallen onder het verbod, al heeft de gemeente Amsterdam ze jarenlang gedoogd.

REGLEMENTERING Daar komt verandering in. Freek Salm van Binnenwater beheer Amsterdam (een heel andere dienst dan de RWA): “Vorig jaar is met het oog op de drijvende tuintjes bij woonboten beleid op wildgroei gemaakt. Er ligt nu een voorstel. Watertuinen mogen, mits ze niet beloopbaar zijn en de scheepvaart niet in de weg liggen. Ze mogen ook niet te groot zijn en niet tussen schepen liggen. De watertuinen en de begroeiing moeten voldoen aan de technische eisen van de RWA. Een watertuin mag in plaats van een werkvlotje, dat bij woonschepen op legale ligplaatsen is toegestaan.” En zo noemt hij nog een flink aantal beperkingen. Ronduit belachelijk is de eis dat er minimaal tien plantensoorten in een watertuin moeten voorkomen. Bij de hortus drijft een prachtig eilandje met liesgras, kalmoes, grote engelwortel, wolfspoot, grote brandnetel, moerasandoorn en harig wilgeroosje. Er broedden waterhoentjes in. Met zijn zeven soorten zou het niet aan de gemeentelijke eisen voldoen!

PARTICIPATIE Uit het voorstel blijkt dat alleen aan woonbootbewoners is gedacht. Wat als een buurt graag groene oevers wil? Er is door de RWA een tweede groenstrook in de Boerenwetering ter hoogte van de Gerard Doustraat gemaakt. De ramen zijn in de laatste meiweek door buurtbewoners beplant.

De gemeenten hebben lange tijd geroepen, als het ging om meer natuur in de stad, dat ze het niet zelf konden en dat de burger moest participeren. Wat Amsterdam betreft, lijkt het er eerder op dat de gemeente het de burger zo moeilijk mogelijk maakt om natuur te realiseren dan dat zij daartoe stimuleert.

HOLLANDSE NETHEID Regelgeving is nodig om te voorkomen dat het een rotzooi wordt. Maar waarom geen eenvoudige basisregeling, waarvan per geval afgeweken kan worden? Het ziet er nu naar uit dat de 'Hollandse netheid' weer zal zegevieren. In het verlengde van de regelgeving over de watertuinen ligt de nota 'Ruimte voor kwaliteit' van de Amsterdamse wethouder beheer openbare ruimte Guusje ter Horst. Zij wil de walkanten mooier, netter en leger hebben en stelt voor de veelsoortige eigengemaakte bloem- en plantenbakken langs de grachten te laten vervangen door eenvormige betonnen bakken, die door de burgers persoonlijk betaald zullen moeten worden. Begonnen zal worden met de Prinsengracht, juist de gracht waar zich de fraaiste walkanttuintjes bevinden. Deze ''herordeningsoperatie om wildgroei aan te pakken'' zal ten koste gaan van de veelvormige en spontaan ontstane groene verfraaiing van de grachten, die elke bezoeker van de Amsterdamse binnenstad treft. Sommige woonboten gaan geheel schuil in het groen op walkant en vlotjes.

Milieuorganisaties willen het aanleggen van watertuinen aanmoedigen. Veel woonbootbewoners willen dat ook. En zij willen hun walkanttuintjes houden. Een Werkgroep Amsterdams Groen is in oprichting om daar wat aan te gaan doen. Liefst samen met de gemeente.

Natuur deze week

De vruchten van de krentenboompjes zijn rijp. De merels en ook mussen eten de paarsblauwe krenten, De hele dag hoor je ze in de struiken ritselen en plukken. - Kieviten verzamelen zich met hun grote jongen in flinke troepen in de weilanden en trekken heen en weer van de ene polder naar de andere. Ze vertrekken pas in de nazomer en de herfst in zuidelijke richting, maar daar is weinig van te merken, omdat kieviten uit noordelijker gebieden hun plaats innemen, totdat vorst de grond voor hun tere snavels ondoordringbaar maakt. - De gierzwaluwen krijsen nu bijzonder druk. De eerste jongen vliegen uit. Het gebeurt nogal eens dat die jongen op de grond terecht komen en dan niet meer op de vleugels kunnen komen. Meestal help je ze door ze hoog op te gooien. Pas wel op dat ze zacht neerkomen, als blijkt dat ze nog niet kunnen vliegen. - Pissebedden zijn nachtdieren. Je ziet ze alleen overdag bij bewolkt en liefst wat vochtig weer. Overdag houden ze zich schuil tussen dor blad, onder vermolmd hout, in muurspleten en onder losse stenen. Een uitzondering vormt de kogel- of pillenpissebed. Die loopt ook overdag rond op droge plekjes aan de voet van muren. Bij gevaar rollen ze zich op tot een perfecte metalig glanzende loodkleurige kogel. - Uit bomen, struiken en hoog opgeschoten planten klinkt het sjirpen van de eerste grote groene sabelsprinkhanen, die net volwassen zijn geworden. Op zwoele zomeravonden kan dat sjirpen aanzwellen tot een echt koor. Dan kun je buiten ook vaak het sjirpen horen van huiskrekels. - Nu gaan de mieren zwermen. Gevleugelde mannetjes en vrouwtjes houden hun bruidsvlucht hoog in de lucht op zonnige, liefst wat onweersachtige dagen. Als ze zwermen, merk je dat direct aan het gedrag van de vogels, die in de lucht zoveel mogelijk mieren proberen weg te snappen. - De gewone bereklauw barst van de oranjerode weekschildkevers en van de vliegen, vooral zweefvliegen die op wespen en bijen lijken. - De bosrank is een wilde clematis, die als een echte liaan in de bomen omhoog klimt en boven op de boomkruinen bloeit met roomwitte bloeiwijzen.

Deel dit artikel