Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wat zou je mooi over me geschreven hebben

Home

JAN KUIJK

Natuurlijk moet Kees Troost, die deze week op 85-jarige leeftijd is overleden, in deze krant in de eerste plaats herdacht worden als oud-redacteur van het na-oorlogse Trouw. Maar ik denk dat hij vreemd opgekeken zou hebben als niet tegelijk zijn rol als man-van-het-eerste-uur bij het illegale Vrij Nederland zou worden genoemd.

Die enkele maanden in het eerste oorlogsjaar met al zijn nare gevolgen hebben, denk ik, de persoonlijkheid en het leven van Troost bepaald - in negatieve, maar beslist ook in positieve zin.

Hij heeft over die oorlogsjaren samen met Matthieu Smedts een persoonlijk verslag geschreven in het in 1965 verschenen boek De lange nacht.

Maar terug naar Vrij Nederland - het is altijd weer aardig om het wonderlijke begin van dat blad te releveren: wat gereformeerde en anti-revolutionaire jongeren in de Amsterdamse Watergraafsmeer, die uit pure balorigheid over de NSB-colportage met Volk en Vaderland met het a.r.-blad Nederland en Oranje de straat op gingen en toen dat verboden werd op de eerste koninginnedag in de bezetting (31 augustus 1940) het blad Vrij Nederland hadden gestencild en illegaal verspreid.

Kees Troost, een onderwijzer bij een christelijke school in de Watergraafsmeer, werd in het complot opgenomen toen er een tweede nummer moest worden gemaakt (en daarna een hele reeks) omdat er toch iemand moest zijn die in het blad kon schrijven en een mening wilde geven. En om een mening zat Kees Troost nooit verlegen.

Organisatorisch en redactioneel moet het in die eerste oorlogsmaanden een nogal amateuristisch gedoe om het blad zijn geweest en de Duitsers waren er dus al gauw achter het wie-en-wat van dat krantje. In het voorjaar van l941 werden 65 mannen van de Vrij Nederland-groep opgepakt, onder wie Kees Troost. Hij moest terecht staan en werd tot tuchthuisstraf veroordeeld.

Ik heb hem achteraf wel eens proberen te troosten met de vaststelling dat het voor hem in zekere zin een geluk is geweest dat hij zo snel met het Duitse recht kennis moest maken. Nu werd hij opgesloten in een Duits tuchthuis; streng en naar, maar een paar maanden later zouden hij en zijn vrienden zeker voor hun daden gefusilleerd zijn.

Waar, en wreed tegelijk, want die jaren in Duitsland hebben hem voorgoed gestempeld. Een nieuwe lichting nam het werk aan Vrij Nederland over, onder wie de sterk tot het profetische geneigde schrijver H. M. van Randwijk - een even stugge kop als de toch wat meer naar analyse geneigde Kees Troost. Toen Troost na de bevrijding dacht terug te kunnen keren bij Vrij Nederland (als hoofdredacteur natuurlijk - met minder was hij niet tevreden) bleek er voor hem geen plaats te zijn.

Er is waarschijnlijk een knetterende ruzie met Van Randwijk uitgevochten, waarvan de details onbekend zijn. Alleen het resultaat (dat alleen maar telt) kennen we: Troost legde het loodje.

“Wat zou je mooi over me geschreven hebben als ik dood was geweest,” zei Troost tegen Van Randwijk. “Verdomd, je hebt gelijk,” zou Van Randwijk volgens Troosts eigen versie van het gebeuren hebben geantwoord, maar dat was dan ook het laatste woord in dit geschil.

Nu Troost overleden is, moet er toch maar een mooi stuk over hem geschreven worden, want dat heeft hij verdiend. Ik had het hem beloofd, toen hij mij - een beetje bitter want dat kon hij zijn - mij dit verhaal vertelde. “Maar dan moet je wel wachten tot je dood bent”, zei ik er bij en die belofte probeer ik nu in te lossen.

Over wat hij tot de jaren zestig bij Trouw heeft gedaan, is gisteren al bericht en ook dat hij daar een andere, tot het profestische geneigde tegenspeler ontmoette in de persoon van Bruins Slot. De tegenstelling hadden natuurlijk wel wat te maken met een politieke tegenstelling tussen links en rechts (Troost had van het begin af aan meer begrip voor het onafhankelijkheidsstreven in Indonesië, terwijl Bruins Slot heel lang in historische gezagstermen bleef denken).

Toch leek het mij voor alles een kwestie van botsende karakters, waar Bruins Slot verlegen en schuw, maar tegelijk ook verrassend tactisch mee kon omgaan - misschien wel omdat hij, als het er op aan kwam, het laatste woord had. Zo was het ook wel weer.

Deel dit artikel