Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wat zit er (nog meer) in die aardbei?

Home

JOOP BOUMA

Na jaren soebatten lijkt er een Europese regeling op til voor het beter meten van resten landbouwgif in voedingsmiddelen. Volgens milieugroep Pan Europe heeft de industrie dit jarenlang getraineerd, met hulp van onder meer het Nederlandse RIVM.

Het is een van de grootste zorgen van consumenten: wat zit er in mijn eten? Sinds 1973 peilt de Europese Commissie de publieke opinie in de EU-lidstaten. Al jaren staat de bezorgdheid over bestrijdingsmiddelen in groenten en fruit prominent bovenaan.

En dat ondanks een onzekerheidsmarge die de EU hanteert voor resten van bestrijdingsmiddelen: bij de risico-beoordeling wordt gezocht naar het niveau waarbij in een proefdier geen schadelijke effecten meer worden gezien van een pesticide. Voor de mens wordt de 'aanvaardbare dagelijkse dosis' (ADI, Acceptable Daily Intake), bepaald op een honderdste van het niet-schadelijk niveau in het proefdier.

Maar desondanks is er wel reden voor zorg bij consumenten. Sinds jaar en dag wordt bij de toelating van bestrijdingsmiddelen de ADI in voeding bepaald per bestrijdingsmiddel, voor elke pesticide apart dus. Maar in voedingsmiddelen, zoals sla, appels en aardbeien, kunnen restanten zitten van wel vijf verschillende bestrijdingsmiddelen - er zijn er in totaal 400.

Wat is het effect als je meerdere middelen uit één appel bij elkaar optelt: wat is het risico als deze pesticiden in het lichaam gaan 'stapelen' in een orgaan als de lever?

In de VS werd dit probleem al in 1996 onderkend. Onderzoek naar de risico's van stapeling (cumulatie) van pesticiden werd in de Amerikaanse wet op voedselveiligheid opgenomen. De EU volgde in 2005, in dat jaar werd op aandrang van het Europees Parlement bepaald dat ook in de EU cumulatie van pesticiden in voeding voortaan moest worden beoordeeld.

Maar er was in Europa nog geen aanvaarde methode. De Europese voedselautoriteit Efsa kreeg opdracht die te ontwikkelen. En toen ging het mis, zegt biochemicus Hans Muilerman van Pan Europe, een netwerk van Europese milieugroepen dat ijvert voor beperking van pesticiden. Volgens Muilerman hebben de commerciële verwerkers van versproducten en de fabrikanten van bestrijdingsmiddelen sinds 2005 eendrachtig een Europese verscherping van de voedselveiligheidsnormen gesaboteerd.

Sterk netwerk
De belangen voor de voedingssector en de fabrikanten van pesticiden zijn enorm. Muilerman: "De huidige normen zijn niet veilig en moeten worden aangescherpt. Maar zo'n ingreep kan verstrekkende gevolgen hebben voor het gebruik van pesticiden in de voedingsindustrie. De fabrikanten van bestrijdingsmiddelen, zoals Bayer, BASF, Monsanto en Syngenta, en de telers en producenten van versproducten, verenigd in Freshfel Europe, hebben een netwerk van industrie-infiltranten opgezet om de schade te beperken." Ze maakten daarbij gebruik van Ilsi (het International Life Sciences Institute), een internationale lobby-organisatie van de voedingsindustrie.

Daarbij kregen ze volgens nieuw onderzoek van Pan Europe hulp van Europese wetenschappers die hechte banden hadden met het bedrijfsleven. Onder hen ook drie wetenschappers van het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Het zijn risico-expert Jacob van Klaveren, hoofd voedselveiligheid Bernadette Ossendorp en Marcel van Raaij, ook een expert in risicobeoordeling. Sinds kort is Van Raaij directeur milieu en veiligheid bij het RIVM.

Pan Europe analyseerde wetenschappelijke publicaties, deed onderzoek naar de industriebanden van de wetenschappers en vroeg documenten op bij de EU en de wereldgezondheidsorganisatie WHO. De bevindingen leidden tot een rapport 'A poisonous injection' ('Een giftige injectie'). Belangrijkste conclusie: de industrie vertraagde en ondermijnde op cruciale momenten het Europese beleid tot verdere regulering van pesticides in voeding.

Negen jaren vertraagd
Jarenlang is er, zegt Muilerman, geen voortgang van enige betekenis geboekt. Dat viel volgens hem in 2011 ook de Europese Commissie op. Een werkgroep uit 2005 die tot een nieuwe meetmethode moest komen en waarin toen ook twee van de RIVM-mensen actief waren, werd door de Europese voedselautoriteit Efsa van haar taak ontheven wegens het uitblijven van resultaat. Muilerman: "Een unieke stap".

Pas na de opheffing van de werkgroep kwam er schot in. "Maar per saldo is er door die industrietactiek negen jaar vertraging ontstaan. We zitten dus al die tijd met een onveilige voedselnorm. De experts met banden met de industrie werkten jarenlang in een strak netwerk om de industriebelangen veilig te stellen. Ze toonden een enorm doorzettingsvermogen in hun pogingen om in alle belangrijke wetenschappelijke panels te komen, in Europa en ook daarbuiten. Ze waren soms ver in de meerderheid en legden anderen hun wil op. Ook de WHO bleek een makkelijk doelwit voor dit netwerk."

Muilerman stelt dat nogal wat wetenschappers met industrierelaties de stapeling van pesticiden een 'non-issue' vinden, een kwestie van geringe betekenis. "Zij geloven dat chemische stoffen, zoals pesticiden, veilig zijn in lage doses. Dát is hun geloof en hun missie. Maar inmiddels is er meer dan voldoende bewijs dat stapeling wel degelijk risico's oplevert."

Een boer besproeit zijn groenten met pesticiden. Als hij een cocktail aan zijn oogst toevoegt, moet goed worden onderzocht of de verschillende stoffen elkaars effect niet kunnen versterken.

RIVM: 'Wij lopen niet aan de hand van de industrie'
Jacob van Klaveren, specialist op het gebied van beoordeling van risico's in voeding bij het RIVM in Bilthoven, vindt het kritische rapport van Pan Europe over de industrie-invloed op het EU-beleid rond pesticides 'op sommige punten goed onderbouwd'. "Maar er staan ook onjuistheden in", voegt hij er direct aan toe. Zoals? "Over de vooringenomenheid van de wetenschappers en experts. Dat is niet het geval."

Van Klaveren is sinds jaren betrokken bij de discussie over verscherping van de voedselveiligheidsnormen. Hij is een van de drie RIVM'ers die in het onderzoek van Pan Europe worden genoemd als wetenschappers die vooral het industriestandpunt uitdragen. Onzin, zegt Van Klaveren.

"Wij werken in volledige onafhankelijkheid aan het opzetten van een methode om de stapeling van pesticiden te meten. Maar als RIVM'er sta ik middenin de samenleving. Ik vind dat ik met iedereen moet kunnen overleggen, ook met de industrie. Wij worden niet betaald door de industrie, lopen niet aan het handje van fabrikanten. Ik heb mij ook nooit onder druk gezet gevoeld door het bedrijfsleven."

Van Klaveren vindt dat Pan Europe zich buiten de discussie heeft geplaatst, door op cruciale momenten niet deel te nemen aan de openbare bijeenkomsten. "Ze zijn maar op één bijeenkomst geweest. Ze hadden overal bij kunnen zijn en hun invloed kunnen aanwenden." Volgens Pan Europe is dat voor een kleine organisatie met een klein budget niet haalbaar.

Van Klaveren (RIVM) bestrijdt dat cumulatie van pesticiden een 'non-issue' is onder voedingswetenschappers, zoals Pan Europe stelt. "Wij delen al jaren de zorg met wetenschappers die zeggen dat er hoognodig een EU-methode moet komen."

"Maar het is een controversieel onderwerp dat wij goed moeten doen. Er moet een methode komen die internationaal wordt geaccepteerd, dat kost tijd." Dat dit tot dusver al negen jaar duurt, vindt hij niet onbegrijpelijk. "Het is de eerste keer in de wereld dat er een methode zoals de onze wordt ontwikkeld. Beter nog dan wat er in de VS wordt gedaan. Dat vereist zorgvuldigheid."

Van Klaveren is coördinator van Acropolis, een samenwerkingsverband van Europese instituten en universiteiten, dat werkt aan een methode om stapeling van pesticiden te monitoren. De Europese Commissie subsidieert het project met drie miljoen euro. Freshfel Europe, lobbyorganisatie van de Europese groente- en fruitsector, is ook partner van Acropolis.

Op de website van Acropolis wordt uitgelegd dat het project voor industrie en beleidsmakers middelen ontwikkelt die aantonen dat 'het gebruik van pesticiden veilig is'. Dat is helder: Acropolis is er niet om de onveiligheid van het gebruik van pesticiden aan te tonen. Dat lijkt de bewering uit het onderzoek van Pan Europa te bevestigen.

Van Klaveren: "Het is aan de politiek om op basis van wetenschappelijke consensus te bepalen wat de norm is. Wij ontwikkelen daarna op basis van de toelatingsnormen van de Europese voedselautoriteit een methode waarmee industrie en beleidsmakers kunnen werken."

'Experts ontkenden risico's jarenlang'
Volgens de Britse toxicoloog Andreas Kortenkamp, hoogleraar aan de Brunel Universiteit in Uxbridge, ontkenden risico-experts tot voor kort wel degelijk de stapeling-theorie van pesticiden. "Ze hebben dat decennialang volgehouden, zonder enig substantieel bewijs. Pas de laatste tijd is er sprake van een omslag."

Kortenkamp is sinds de Europese Commissie in 2011 het mandaat van de eerste expertgroep wegens wanprestatie introk, als adviseur van de Europese voedselautoriteit nauw betrokken bij de discussie over strengere voedselveiligheidsnormen voor pesticiden.

Ook Bennard van Ravenzwaay, hoofd experimentele toxicologie en ecologie bij pesticidenfabrikant BASF in het Duitse Ludwigshafen, bevestigt dat 'de meeste toxicologen' er van uitgaan dat voor resten van bestrijdingsmiddelen in voeding een stapelingseffect optreedt, 'als deze stoffen dezelfde werking hebben'.

Van Ravenzwaay is als buitengewoon hoogleraar verbonden aan de Wageningen Universiteit. Zijn leerstoel wordt betaald door zijn werkgever.

Veel van het onderzoek naar de combinatie van stoffen duidt er op dat er sprake is van 'een additieve werking', aldus Van Ravenzwaay. "Voor stoffen met een verschillende werking, als bijvoorbeeld de ene stof schadelijk is voor de nieren en de andere voor de lever, gaan toxicologen er van uit dat er geen stapelingseffecten zullen optreden."

Deel dit artikel