Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wat onderscheidt ons van Ramon?

Home

INTERVIEW

'De mongool, de moeder en de filosoof' is niet alleen de zoektocht van filosoof Thecla Rondhuis naar Ramon, haar thuiswonende zoon met downsyndroom, maar ook naar wat het is om mens te zijn.

Met Ramon (38) communiceren is moeilijk. Niet zozeer doordat hij het downsyndroom heeft, maar doordat hij nauwelijks kan praten: hij is slechthorend en heeft een gebrekkige mondmotoriek.

Vanaf zijn vroege jeugd heeft het thuisfront daarom met de onderwijzers en begeleiders buitenshuis gecommuniceerd via schriftjes. Aan de hand van de inmiddels bijna tweehonderd schriftjes beschrijft zijn moeder Thecla Rondhuis (61) zijn jeugd en ontwikkeling. Haar precieze observaties, de rake beelden die ze schetst en de ontroerende anekdotes leveren een prachtig portret op van een mens, met zijn beperkingen en zijn waardigheid. "Ik zie trots, ik zie een fiere houding en tred, een ingehouden glimlach en ogen die hij zo onopvallend mogelijk naar beneden blijft richten. Nooit uitbundig, altijd authentiek", schrijft ze in de epiloog.

De confrontatie met Ramon prikkelt de filosoof bovendien tot beschouwingen over onder meer de waarde van taal voor communicatie en om sociaal te kunnen functioneren, over zelfbeschikking en bevoogding, presteren en leren, de functie van rituelen en ethische kwesties.

U hebt veel kritiek gekregen op het woord mongool in de titel van uw boek.
"Ja, daarvan ben ik geschrokken. Natuurlijk weet ik wel dat mongool geen mooie term is om een groep mensen mee aan te duiden, maar ik noem het beestje graag bij de naam. Ik heb er niemand mee willen kwetsen. Op een congres van ouders van mensen met downsyndroom, werd ik geconfronteerd met mensen die zeiden dat ze een boek met zo'n titel dús niet gaan lezen. Dat had ik niet gedacht."

Hebt u getwijfeld over de titel?
"Eigenlijk niet. Ik zou het weer zo doen. Als je mongool vervangt door een andere term, loopt de titel niet en nog belangrijker: wordt die ontkracht. Dat neemt niet weg dat ik teleurgesteld ben in de mate waarin sommigen erover vallen, zonder het boek te lezen.

Van mensen die wel aan het lezen sloegen, ontving ik louter lovende reacties: dat het ze raakte, dat ze er erom moesten lachen en huilen, en dat het zo herkenbaar was. Mijn jongste dochter kwam met bloemen en een emotionele brief waarin ze me bedankte. Ramon was als oudste voor zijn broer en zussen een gegeven. Het heeft ze gevormd."

Waarom besloot u een boek over hem schrijven?
"Toen ik de communicatieschriftjes herlas, zag ik dat het prachtig materiaal is voor een boek over de condition humaine. Ik wilde een zoektocht uitzetten, algemener dan alleen naar Ramon: om te proberen iets te vinden van wat mens-zijn in het algemeen betekent. Als je vat wilt krijgen op een begrip, dan moet je kijken naar de randen ervan. Juist de confrontatie met een gehandicapt mens als Ramon roept vragen op."

Zoals?
"Voor Ramon zijn zaken als de doden herdenken op 4 mei, de krant 'lezen', of stemmen vooral een ritueel. Maar is bijvoorbeeld de manier waarop hij stemt echt zo anders dan hoe veel andere mensen tot hun keuze komen? Het is volstrekt duidelijk dat hij niet de intellectuele kwaliteiten heeft om af te wegen welke partij de beste standpunten heeft. Maar kunnen anderen dat allemaal wel?

Of neem zijn houding ten opzichte van de katholieke kerk. Hij voelt zich daar zo thuis, dat ik af en toe denk: we moeten die jongen katholiek maken. Het past echt bij hem. Maar misschien denkt een priester dat het hem alleen om de ceremonies gaat, omdat hij de rest niet kan snappen. Dat is ook zo. Maar, verstandelijk beredeneren kun je geloof sowieso niet."

Ramon hecht enorm aan vaste patronen, rituelen en ceremonies, terwijl u als filosoof juist graag alles bevraagt. Vindt u dat moeilijk?
"Ja. Zijn grootste handicap is misschien wel dat hij niet kan bedenken hoe iets anders zou kunnen. Het kan alleen zoals het gaat. Ik ben er natuurlijk wel aan gewend, maar dat vind ik het grootste drama. Ik zou het liefst een kind hebben met wie ik kan fantaseren en ruzie kan maken. Dat gaat met hem niet."

In het boek valt ook een andere tegenstelling op, namelijk tussen afstandelijkheid en nabijheid. U beschrijft het zelf in een brief aan Ramon als: "Aan de ene kant die 'buitenkantige fascinatie' voor alles wat je laat zien, aan de andere kant die hartstocht voor wie je bent." Zijn de moeder en de filosoof twee verschillende personen in u?
"Ja, en dat is misschien onoplosbaar. De moeder is de empathische en liefdevolle, de filosoof de afstandelijke en beschouwende. Iemand met een verstandelijke handicap is absoluut niet minder waard in menselijk opzicht, maar in alles wat hij presteert en uitdraagt, blijkt steeds weer zijn onvermogen. Over de kunst die Ramon maakt, zegt iedereen dat het mooi is. Dat vind ik zelf ook wel, maar het is niet te vergelijken met kunst van gerenommeerde kunstenaars.

Als je het hebt over iemand met een verstandelijke handicap, moet je ook durven uitspreken dat hij, juist in dat waar verstand voor nodig is, tekortschiet. Dat neemt niet weg dat Ramon mijn zoon is en dat ik zielsveel van hem houd."

Toch schrijft u dat u, als u nu de keuze had, waarschijnlijk niet opnieuw een kind met downsyndroom zou krijgen.
"Ja, niet in de laatste plaats voor hem zelf. Als opvoeder wil je dat je kind zelfstandig een gelukkig leven kan opbouwen en dat gaat met hem niet lukken.

Aan de andere kant: als ik zie wat hij teweeg heeft gebracht in ons gezin, dat krijg je niet op een andere manier voor elkaar. Hij is het cement van ons gezin, zoals mijn man het ooit verwoordde. Ons gezin is een soort mini-samenlevinkje waarin ieder lid steeds rekening moet houden met een individu dat veel minder 'kan'."

Hebt u met dit boek ook een soort 'gebruiksaanwijzing' voor Ramon willen schrijven, uit bezorgdheid over wat er met hem gebeurt als hij niet meer thuis kan wonen?
"Nee, niet bewust, al is het boek wel een soort testament dat zegt: dit is Ramon. Zijn toekomst is zeker een zorg.

Vorig jaar bracht een hoogbejaarde moeder haar zwaargehandicapte dochter met downsyndroom om. Hoewel ik het niet wil goedpraten, heb ik begrip voor haar. Het was een daad van liefde."

Thecla Rondhuis: De mongool, de moeder en de filosoof. Uitgeverij Ten Have ISBN 9789025961657; €19,90.

Thecla Rondhuis: moeder en filosoof
Thecla Rondhuis (1950) studeerde drie jaar biologie, tot de geboorte van Ramon. Vervolgens werden vrij snel nog drie kinderen geboren. Ze ging filosofie studeren aan de UvA, toen haar jongste dochter naar de kleuterschool ging.

Al voor haar afstuderen (1990) begon ze met filosoferen met kinderen in groep 7 en 8 van de basisschool. Later gaf ze filosofie op een havo en vwo-school voor gehandicapte leerlingen in Nijmegen.

Ze schreef het boek Filosoferen met kinderen (1994) en maakte televisieprogramma's voor de Ikon waarin kinderen met elkaar over filosofische vraagstukken praatten. Ook had ze een column in Filosofie Magazine over filosoferen met kinderen, gebundeld in 'Jong en wijs' (2001).

In 2005 promoveerde ze in Utrecht bij professor Heymans, hoogleraar ontwikkelingspsychologie, op, een empirisch onderzoek naar de filosofische kwaliteit van het denken bij jongeren tussen 10 en 20 jaar. "Daarin toonde ik aan dat er een aangeboren meetbaar talent bestaat voor het genereren van wijsgerige gedachtegangen. Zoals ieder talent moet dat vervolgens wel ontwikkeld worden."


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel