Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wat is er nu zo anders aan een topsporthart?

Home

Edwin Kreulen

Zwemmer Joeri Verlinden is in 2014 een jaar uitgeschakeld vanwege hartritmestoornissen. © Hollandse Hoogte / VI Images

Een hartstilstand, een eerder geconstateerde hartafwijking waarvan zijn ouders niets wisten: het lot van Ajacied Nouri roept de vraag op wat de zin is van de topsportkeuring.

Heeft u even tijd?", zucht cardioloog Jan Hoogsteen als hem wordt gevraagd naar hartafwijkingen die niet schadelijk zijn voor sportbeoefening. Hij kan een heel handboek leveren. Om er maar eens een paar te noemen: die hartklep die een klein beetje lekt, het 'gaatje in het hart' dat nooit volledig is gedicht.

Lees verder na de advertentie

Wellicht dat in het rijtje dat Hoogsteen kan opsommen ergens ook de afwijking zit die een paar jaar terug tijdens een jeugdtoernooi werd gevonden bij voetballer Abdelhak Nouri, toen nog zeventien jaar oud. Een testuitslag - onbekend welke - die NRC Handelsblad vond tijdens speurwerk naar de afwikkeling van de hartstilstand tijdens een oefenwedstrijd. Een hartstilstand die het jonge voetbaltalent al maanden in verlaagd bewustzijn in het ziekenhuis doet liggen.

De tragische gebeurtenis kreeg veel media-aandacht en roept bij de gewone sporter wellicht ook de vraag op of hij zich moet laten testen. "Het is zo gemakkelijk die afwijking te koppelen aan de hartstilstand, maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn", zegt Hoogsteen. Hij is cardioloog in het Máxima Medisch Centrum in Veldhoven en betrokken bij de werkgroep sport van zijn beroepsvereniging en bij de begeleiding die sportkoepel NOC-NSF biedt aan sportartsen.

Screening voor sporters

Wanneer moet je je zorgen maken, als topsporter maar ook als gewone sporter? Screening is in Nederland niet populair. Anders dan in bijvoorbeeld Duitsland vinden bijna alle artsen dat testen op een algemeen publiek vooral vage uitslagen opleveren waar de patiënt niets mee kan. Voor topsporters lijken andere wetten te gelden. Ook al zijn ze jong en uiterst fit, hun lichaam wordt zwaar belast. Dat levert in een zware sport als wielrennen aardig wat diagnoses 'hartritmestoornissen' op. Of vermoedens van kanker - lang niet altijd terecht.

Het is zeer tragisch wat Nouri overkwam en het laatste woord over de reanimatie is nog niet gezegd, maar Hoogsteen is niet al te bang voor andere gevallen. "Het is heel uitzonderlijk dat een jonge topsporter deze problemen krijgt." Vooral de oudere sporter loopt gevaar. Maar toch. "Neem het verschijnsel dat iemand met griep gaat sporten. Door die belasting zorgt het virus voor ontsteking van de hartspier, wat levensbedreigend kan zijn. Heel zeldzaam, maar het kan gebeuren."

Ook sportarts Bram Bessem, werkzaam in het UMCG, noemt het griepvirus als zeldzame oorzaak. "Hoeveel sporters hartproblemen krijgen, is lastig vast te stellen. Het verschilt alleen al per sport. Curling is een ander verhaal dan wielrennen. Leeftijd en zelfs etniciteit maken verschil. En dan is er ook nog de conclusie dat vrouwen, ook als ze zwaar sporten, flink minder risico lopen. Het cijfer waarvan doorgaans wordt uitgegaan, is één hartstilstand per vijftigduizend sporters per jaar." Dat komt neer op 0,002 procent. En dat geldt voor alle jongeren. Het topsporthart wordt zwaarder beproefd. Screenen daarom.

Bij topzwemmer Joost Reijns leidt een dopingcontrole in 2012 tot de diagnose teelbalkanker. Die is doorgaans goed te behandelen als men er op tijd bij is. Hij werd behandeld en keerde eind van dat jaar terug in het bad.

Hoe dat gaat? De meeste (top)sporters in Nederland vullen eerst het zogeheten Lausanne-protocol in, een lijst vragen naar onder meer hun klachten en hartproblemen in hun familie. Dan volgt het gesprek met de arts. "De ervaring leert dat de topsporter hartklachten anders presenteert", zegt Hoogsteen. "De meeste patiënten hebben het over druk op de borst. Mensen die intensief sporten noemen andere zaken. Veel zweten en kortademigheid bijvoorbeeld, ook tijdens een lichte training."

Aangepast

Lichamelijk onderzoek - zoals luisteren naar het hart - en een ECG ofwel een filmpje van het hart in rust, completeren de screening. Een lage polsslag? Kan bij de topsporter heel normaal zijn, het sterke hart pompt immers grote hoeveelheden bloed rond. "Maar ook dat hartfilmpje moeten we anders interpreteren dan bij niet-sporters", zegt Hoogsteen. "Want het sporthart ziet er anders uit dan het gewone hart. Het pompt met regelmaat 35 liter per minuut door het lichaam, bijna zeven keer zo veel als bij mensen die zitten."

"De postbode die nauwelijks sport, kan ook een hart hebben dat op het sporthart lijkt", nuanceert Bessem, die onlangs promoveerde op gebruik van het hartfilmpje bij sporters "Maar toch: het is net als bij de biceps: wie veel traint krijgt ook andere armen." De hartfilmpjes van sporters moeten daarom ook anders worden gelezen. Een verdikte hartspier bijvoorbeeld, kan wijzen op een risicovolle aandoening. Maar die kan ook simpelweg het resultaat zijn van veel sporten. Hetzelfde geldt voor de ogenschijnlijk te langzame elektrische geleiding door het hart: bij de gewone mens een alarmbel, bij de topsporter vaak het gevolg van die dikkere hartspier.

Het is onze taak om goed uit te leggen dat men niet ongerust hoeft te zijn.

Jan Hoogsteen, cardioloog

Van iedere duizend sporters die nu gescreend worden, krijgen er volgens Bessem zo'n veertig te horen dat nader onderzoek nodig is. Bij slechts zes blijkt er echt een afwijking te zijn. En van dit selecte groepje krijgt dan ook nog eens de helft te horen dat de afwijking geen gevaar vormt voor de sport.

Moet je dat als arts wel vertellen? "Altijd, het is je plicht", zegt Bessem. Hoogsteen: "Het is onze taak als arts om goed uit te leggen dat men niet ongerust hoeft te zijn. Ja, u heeft een lichte kleplekkage, maar dat hebben miljoenen anderen met u."

Resteren nog die 34 op de 1000 sporters die een paar weken ten onrechte in onzekerheid zaten. "Dat is veel", erkent Bessem. "En dat is ook extra reden om beter uit te zoeken welke onderzoeksresultaten voor een sporter eigenlijk geen afwijking zijn, maar normaal. Dat doen we al beter dan vroeger, door bijvoorbeeld rekening te houden met het feit dat de hartspier dikker is bij sporters."

Vorig jaar zijn de criteria aangepast voor de vraag wanneer een score op een hartfilmpje een afwijking genoemd moet worden. Bessem: "Als het goed is zorgen die ervoor dat we minder mensen onnodig in onzekerheid brengen. Maar het kan nog een stuk beter, we moeten veel meer kijken naar persoonlijke omstandigheden."

De Nederlandse wielrenner Lars Boom ondergaat rond deze tijd een hartoperatie nadat eind vorig jaar hartritmestoornissen zijn geconstateerd. Hij verwacht daarna weer op hetzelfde niveau door te sporten. Zijn collega Robert Gesink deed het hem anderhalf jaar geleden voor. © Photo News

Screenen heeft zeker zin, zegt Bessem. Veertig jaar terug voerde Italië de verplichte keuring in voor mensen die intensief wilden gaan sporten. In twintig jaar daalde het aantal 'cardio-incidenten', zoals een hartstilstand, met 90 procent. "Onder meer doordat mensen die echt risico lopen niet aan sport kunnen beginnen." Of alleen als ze behandeld werden, betere medicatie namen. Onder niet-sporters daalde het aantal incidenten veel minder hard.

Toch zou Bessem de keuring alleen verplicht willen houden voor topsporters. "Voor anderen kan het toch een belemmering zijn om te gaan sporten. En we bewegen al te weinig en steeds minder."

De rol van de clubarts

Voor de Veldhovense cardioloog Hoogsteen is het voorkomen van hartstilstand misschien niet eens het belangrijkste doel van de screening. Bij topsporters blijft dat immers zeldzaam. "Vergeet niet dat er ook een leven is na de topsport. Het hart kan veranderen door intensieve belasting. Denk aan littekenweefsel en aan een hart dat onnatuurlijk groot wordt. Dat kan sporters als ze ouder worden een vergroot risico op hartritmestoornissen opleveren. Die kunnen dodelijk zijn, of anders op zijn minst voor erg onprettige periodes zorgen."

De opleiding moet verder verbeterd, zegt Hoogsteen. "We zijn onlangs begonnen jonge artsen een extra opleiding van drie maanden te geven in de sportcardiologie. We delen onze kennis met de artsen van de sportbonden."

En met wie deelt de sportarts zijn diagnose? Hoogsteen staat achter de huidige regels. Vanaf 16 jaar mag een arts informatie alleen delen met ouders als de jongere akkoord is. "Het lijkt mij dat iemand van 17 jaar volwassen genoeg is om in te schatten hoe hij hiermee moet omgaan. Een heel ander verhaal dan op 12-jarige leeftijd."

Het beroepsgeheim voor sportartsen luistert nauw", vult Bessem aan. "Een clubarts die bij keuring van een nieuwe speler een hartprobleem ontdekt, mag dat niet zomaar aan de clubleiding vertellen. Die mag wel een advies uitbrengen over de aankoop, maar niet zomaar details vertellen. Wanneer wij als sportartsen iemand vertellen dat sporten levensbedreigend kan zijn, moet diegene zelf beslissen of hij dat anderen vertelt. En ook of hij doorgaat met sporten."

Lees ook: Na vijf minuten treedt al hersenschade op


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Het is onze taak om goed uit te leggen dat men niet ongerust hoeft te zijn.

Jan Hoogsteen, cardioloog