Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wat is de belangrijkste gedachte van Schopenhauer?

Home

Mariska Jansen

Antwoord van Hans Driessen: De vogel in zijn kooi is het treurig te moede. Hij zingt niet uit vreugd’ maar uit woede. Het lot van het vogeltje toont onze omgang met dieren: we buiten ze uit. Bij dit rijmpje noteerde Schopenhauer ’Zo wordt een vogel die erop gebouwd is de halve wereld door te trekken, in een kooi van één kubieke voet opgesloten, waarin hij langzaam wegkwijnt’.

Maar ons misbruik beperkt zich niet tot huisdieren. Schopenhauer (1788-1860) trekt fel van leer tegen vivisectie. Veel dierproeven bestempelt hij als onnodig en wreed. In zijn tijd vinden de gruwelijkste experimenten plaats. Een professor uit Marburg, die ogen uit levende dieren lepelt om te kijken hoe het bot in de oogkassen doorgroeit. In Beieren laat een wetenschapper twee konijnen verhongeren om de reactie in de hersenen te bestuderen. Zulke voorvallen moeten ten strengste verboden worden, vindt Schopenhauer. Hij acht vivisectie alleen toegestaan onder verdoving en indien het de wetenschap aantoonbaar vooruithelpt. Dus niet om kennis te verkrijgen, die allang bekend is. Het slachten van dieren moet volgens Schopenhauer humaan gebeuren: snel en onder verdoving.”

Hij was een dierenbeschermer.

„Volgens hem hebben dieren geen bescherming nodig, maar rechten, net als mensen. Zodra je spreekt over dierenbescherming, plaats je het dier onder de mens. Dat onderscheid komt voort uit de Bijbel. De mens wordt in het bijbelboek Genesis tot de eerste hoogleraar in de zoölogie benoemd: hij geeft het dier namen en plaatst zichzelf er zo boven – al is er geen wezenlijk onderscheid tussen mens en dier is. Het enige verschil zit in iets bijkomstigs: het intellect. Maar, zo benadrukt de filosoof, ook tussen dieren onderling bestaan grote verschillen in intelligentie.

Als je toch onderscheid wilt maken tussen mens en dier, pakt dit nadelig voor ons uit. Mensen kwellen om te kwellen. Dieren doden óók, maar enkel omdat ze honger hebben of worden bedreigd. De mens kwelt om zijn plezier. Hij is gemener dan het dier, of zoals Schopenhauer het zelf uitdrukt ’het boosaardige dier bij uitstek’.”

Schopenhauer is pessimistisch over de mensheid.

„Dat kun je wel zeggen. Zijn filosofie berust op ’de wil’, een principe dat ten grondslag ligt aan al het leven op aarde. Dat principe is niet synoniem met het goede – zoals de logos uit de antieke Griekse filosofie of God uit de monotheïstische godsdiensten. Integendeel, de wil is iets verderfelijks en is er enkel op uit te vernietigen. Hij zorgt voor egoïsme en het blindelings najagen van macht en bezit.

Om die wil te bedwingen moet op een sterke menselijke emotie worden ingewerkt: angst. Vrees aanjagen, daarmee kun je niet ver genoeg gaan, stelt Schopenhauer. Zo is een absolute monarch die gebruik maakt van angst essentieel voor een veilige samenleving. Alleen zo lukt het om de kwaadaardigheid van mensen te onderdrukken, en kunnen ze veilig samenleven. In een democratie zag hij niets. Die mondt uit in een kakofonie van meningen en levert een zwakke staat op. Om de wil in bedwang te kunnen houden, moet één persoon de baas zijn.”

Dat klinkt niet aantrekkelijk.

„Er is een alternatief! Schopenhauer, die als eerste westerse wijsgeer de oosterse filosofie diepgaand bestudeerde, citeert in zijn werk veelvuldig de hindoeïstische spreuk Tat twam asi: Dit ben jij. Omdat de wil ten grondslag ligt aan het aardse leven, is alles een individuatie van die ene wil. Zodra je een ander levend wezen schade toebrengt, beschadig je de wil en daarmee jezelf. Die redenering heeft grote consequenties. In de omgang met ieder mens, dier en zelfs met iedere plant, dienen we te beseffen dat ze jou zijn.

Alleen heiligen en verlichte geesten kunnen naar Tat twam asi leven. Anderen kun je die spreuk niet opleggen, al hebben ze soms die ervaring wel. Bijvoorbeeld als ze op tv-zender Animal Planet naar een mishandelde circusbeer kijken. Die ontroert kijkers, want ’die beer is een levend wezen, dat ben ik zelf ook. Ik zou ook niet graag aan een ketting liggen’.

Op zo’n moment breekt er een inzicht door. Maar vijf minuten later is dat weer verdwenen en eten ze net zo makkelijk lamskoteletten of kikkerbilletjes.”

Deel dit artikel