Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wat drijft ouderen tot een zelfgekozen dood?

Home

Jeannine Julen

© anp

Journaliste Annemiek Verbeek maakte er voor Trouw een ontroerend verslag van: de laatste dagen van de 79-jarige Siep Pietersma. Zijn huisarts verleende geen steun bij het inwilligen van zijn doodswens, dus zocht hij zijn heil bij de levenseindekliniek in Den Haag. Daar nam hij op 9 november een dodelijk drankje in. Wat drijft ouderen, die nog tamelijk fit ogen, tot een zelfgekozen dood?

Volgens onderzoeker Frederique Defesche is het een misvatting om te denken dat ouderen met een voltooid leven altijd gezond zijn. "Bij ouderdom is er altijd sprake van lichamelijke en/ of geestelijke aftakeling.  Voor iemand het punt van 'ach, voor mij hoeft het niet meer' heeft bereikt, heeft degene al verschillende stadia gepasseerd."

Voor Pietersma was dat niet veel anders. In 2004 begonnen zijn gezondheidsklachten al: acht achtereenvolgende hartinfarcten, huidkanker in zijn oksels, jicht, darmproblemen en vreselijke hoofdpijnen. Toen in september vorig jaar bij hem de diagnose vasculaire dementie werd gesteld, wist hij het zeker. Hij wilde zijn tachtigste verjaardag niet meer halen. Pietersma wilde niet eindigen als zijn moeder die na een lang en slepend ziekbed aan dezelfde ziekte was overleden.

Hij vreesde ook een sociaal isolement, was bang ooit in een verpleeghuis te eindigen. Bij de levenseindekliniek waar hij een maand geleden stierf, heerste aanvankelijk verbazing. Verpleegkundige Ans Diepeweert vertelde aan journaliste Verbeek: "Hij praat in krachtige bewoordingen, met goed geformuleerde zinnen. Tijdens onze eerste ontmoeting, vroeg ik hem of het niet te vroeg was. Hij reageerde nogal bozig, wat hem betreft nam het gesprek een verkeerde wending. Hij wil het nú geregeld hebben, voordat hij die rode streep over gaat."

In haar boek Voltooid Leven in Nederland schetst Defesche de stadia die personen doorlopen voor ze deze zogenoemde rode streep overgaan. Maar, benadrukt de onderzoeker, de stadia zijn niet lineair en kunnen door elkaar heen lopen. Ze sprak met honderden nabestaanden, ouderen en familieleden en maakte diverse portretten van ouderen met een doodswens.

Stadium: Het nog overwegend positieve voltooide leven
Het hebben van een voltooid leven staat niet direct gelijk aan het hebben van een doodswens, zegt Defesche. "Ouderen kunnen het gevoel hebben dat ze ver in de ouderdom gevorderd zijn en een mooi leven achter zich hebben. Dit betekent niet dat ze er meteen een eind aan willen maken. Het overgrote deel ervaart nog voldoende positieve kanten aan het leven."

Stadium: Ouderdom wordt als overwegend negatief ervaren
De kiem van het ontwikkelen van een doodswens wordt pas geplant op het moment dat de 'levenswaardering overwegend negatief wordt'.  Dit begin van het lijden aan het leven gaat gepaard met verlies. Defesche: "Het leven wordt moeilijker te hanteren bij het verlies van dierbaren, de sociale omgeving en hun rol in de maatschappij. Hetgeen ouderen verliezen gaat namelijk gepaard met hun zelfbeeld. Een van de mensen die ik sprak, zei tegen me: 'Ik heb alleen maar kruisjes in mijn kalender staan. Niemand kent me van vroeger en niemand noemt me bij mijn voornaam.'"

Stadium: De doodswens houdt aan
Toch is er van de 85.000 ouderen in Nederland die een doodswens hebben, slechts een klein aantal dat daadwerkelijk overgaat tot actie. "Men zegt weleens: als ze echt willen gaan, dan doen ze het ook. Maar zo simpel is het niet. Hun wens heeft een grote impact op de nabestaanden.  Kinderen en kleinkinderen kunnen heel geschokt zijn en het gevoel hebben dat ze niet genoeg zijn. Het hoeft dus helemaal niet zo te zijn dat de ouderen die wensen te sterven, verwaarloosd worden. Het heeft ook te maken met het gegeven dat ouderen vrezen steeds minder zelf te kunnen beslissen, waardoor ze totaal afhankelijk worden."

Juist het gevoel van afhankelijkheid kan voor sommigen doorslaggevend zijn, legt Defesche uit. "Het hangt af van hoe personen vroeger waren. Ouderen die altijd volgzaam zijn geweest, onder het gezag van een ander functioneerden, hebben veel minder moeite met afhankelijkheid. Hebben ze in hun vroegere leven juist intens gecommuniceerd, leiding gegeven en waren zij juist gezaghebbend, dan is afhankelijkheid iets onverteerbaars."

Stadium: De acute doodswens
Is er geen hoop meer op beter en zijn ouderen wars van het idee dat de kwaliteit van hun leven in de toekomst te waarborgen is, dan wordt de doodswens acuut. "Het heeft ook te maken met een escalatie van calamiteiten. Je moet je voorstellen dat bij ouderen de rek eruit is. Hun incasseringsvermogen is ontzettend afgenomen. Ze kunnen de opeenstapeling van verliezen niet meer hanteren. Bij de dood van een kind, een echtgenoot, of een ernstige operatie met uitzicht op slechtere omstandigheden, wordt het steeds moeilijker het leven te hanteren."

Met een groeiend aantal ouderen kan het niet anders dan dat de acute doodswensen toenemen, zegt Defesche. Ze juicht de wijze waarop het debat over hulp bij zelfdoding in Nederland wordt gevoerd toe, maar zegt ook: "Artikel 294.2 Sr., waarbij hulp bij zelfdoding strafbaar is, is achterhaald.  Zoals de wet nu is samengesteld voldoet het niet aan de eisen en behoeften van deze tijd. De overtuiging dat alleen God beschikt over leven en dood of het besef dat alleen de arts toegang kan krijgen tot medicatie om waardig te kunnen sterven, past niet meer bij de levensbeschouwing van grote delen van de Nederlandse bevolking."

Nu is voor veel personen met een acute en blijvende doodwens een zelfgekozen levenseinde niet realiseerbaar. Soms wil de huisarts niet meewerken, zijn kinderen wel bereid tot steun, maar weten ze niet welke medicatie ze waar kunnen verkrijgen. Defesche: "Men kan geen waardige manier vinden om te sterven binnen de geboden mogelijkheden. De meesten slagen er dan ook niet in hun wens in vervulling te brengen."

Lees verder na de advertentie

 
Een van de mensen die ik sprak, zei tegen me: 'Ik heb alleen maar kruisjes in mijn kalender staan. Niemand kent me van vroeger en niemand noemt me bij mijn voornaam.'
Frederique Defesche

Deel dit artikel