Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Was Jezus lid van een sekte?

Home

Emiel Hakkenes

Na zestig jaar onderzoek zijn de specialisten het nog niet eens over herkomst en betekenis van de Dode Zeerollen. Hun waarde en betekenis hebben echter nooit ter discussie gestaan.

Mythevorming, complottheorieën en sensatieverhalen. Ze hebben er altijd bij gehoord, stelt Matthijs de Jong, die als Nieuwtestamenticus verbonden is aan het Nederlands Bijbelgenootschap. De boekrollen uit de grotten aan de Dode Zee bij het Israëlische Qumran, zo schrijft De Jong in het bijbelvertalerstijdschrift ’Met Andere Woorden’, zijn vanaf hun ontdekking in 1947 beschouwd als ’explosief materiaal’. Hoewel de ene verklaring van de herkomst, functie en betekenis van de geschriften wel wat ’explosiever’ is dan de andere.

Eerst de onbetwiste feiten. In de woestijn van Juda bij de Dode Zee vonden bedoeïenen – naar verluidt een herder die een verloren schaap probeerde terug te vinden – in 1947 in een mergelgrot stenen kruiken met daarin boekrollen. In de jaren tussen 1947 en 1956 werden in totaal in elf verschillende grotten manuscripten en resten daarvan gevonden. In een aantal andere grotten werden geen teksten gevonden maar wel sporen van menselijke bewoning. Ook werden in de buurt van de grotten de resten van een nederzetting aangetroffen. Deze nederzetting, Khirbet Qumran genaamd, stamt uit dezelfde tijd als de gevonden teksten; de periode tussen de derde eeuw voor Christus en de eerste eeuw na Christus. Maar dan, zo stelt De Jong, komen de vragen. Hoe kwamen die boekrollen in de grotten? Wie schreven ze? Wie bewoonden de nederzetting Qumran? En wat deden die bewoners daar? Zestig jaar onderzoek naar de Dodezeerollen – aanleiding voor een thema-editie van ’Met Andere Woorden’– heeft nog geen eensluidend antwoord op die vragen opgeleverd. Theorieën en hypotheses zijn er wel. Grofweg twee eigenlijk, waarbij de een spectaculairder klinkt dan de andere.

Mladen Popovic, universitair docent Oude Testament aan de Rijksuniversiteit Groningen en directeur van het Groningse Qumran Instituut beschrijft in zijn bijdrage aan ’Met Andere Woorden’ hoe hij zich het meest thuisvoelt bij de hypothese die in zijn uiterste consequentie tamelijk sensationeel is: in de eeuwen vóór het begin van onze jaartelling werd Qumran bewoond door een gemeenschap die behoorde tot de Essenen, een Joodse sekte. De vondsten in de grotten waren hún boekrollen: de teksten waren door hen vervaardigd en gebruikt. Toen de Romeinen in het jaar 68 het gebied innamen, verborgen de bewoners hun boekrollen in verschillende nabijgelegen grotten. Daar bleven ze eeuwenlang verborgen.

Doorredenerend kan deze verklaring grote gevolgen hebben voor het christendom: beschrijft het Nieuwe Testament niet dat Johannes de Doper werkzaam was bij de Jordaan in de woestijn van Juda? Dat is op loopafstand van Qumran. Bovendien bestaan er parallellen in religieuze voorstellingen tussen de Dode Zeerollen en de geschriften van het Nieuwe Testament. Misschien was Jezus dus wel lid van de Esseense sekte, en ligt de vroegste oorsprong van het christendom in Qumran.

Dat gaat de Leidse hoogleraar Nieuwe Testament Jürgen Zangenberg te snel. Dat in Qumran Essenen woonden is aannemelijk, schrijft hij in zijn bijdrage aan ’Met Andere Woorden’, maar dat betekent nog niet dat zij ook de auteurs zijn van de boekrollen in de grotten. Die rollen zouden kunnen ook afkomstig zijn van de plaatsen waar je ze normaal gesproken zou verwachten: de tempel van Jeruzalem en synagogen in Palestina. Waarschijnlijk werden ze in veiligheid gebracht voor het oprukkende Romeinse leger en hielpen de bewoners van Qumran om de rollen te verbergen.

Omdat voor beide theorieën iets te zeggen valt, komt het aan op argumenten. Kijk eens naar de kruiken waarin de boekrollen waren opgeborgen, zegt Popovic. In de nederzetting Qumran zijn scherven gevonden van hetzelfde soort aardewerk als waarvan de kruiken in de grotten zijn gemaakt. Dat maakt het aannemelijk dat die kruiken afkomstig zijn uit de nederzetting, en dat de bewoners de boekrollen in de kruiken hebben gestopt. Voor Zangenberg is de overeenkomst in het aardewerk echter geen sluitend bewijs. Het soort kruiken dat in de grotten werd gevonden, zegt hij, is niet uniek voor Qumran maar werd in een veel groter gebied gebruikt.

Ook heeft Zangenberg moeite met de gangbare interpretatie van de ruïnes van de nederzetting Qumran. Op gezag van de archeologen die er het eerste onderzoek verrichtten, staan er tot op vandaag bij de ruïnes informatiepanelen die de gebouwen omschrijven als een kloostercomplex waar celibataire mannen leefden die zich bezighielden met godsdienstoefening.

Maar Zangenberg wijst erop dat er sporen zijn gevonden die duiden op landbouwactiviteit, bijvoorbeeld verkoolde dadels. Dat sluit nog niet uit dat Qumran een klooster was, maar die interpretatie wordt verder verzwakt door de vondst van een grafveld waar behalve lijken van mannen ook vrouwen en kinderen werden aangetroffen. Zo celibatair en geïsoleerd leefden de mannen van Qumran dus niet.

Popovic stelt dat er sprake is van ’schrijfactiviteit’ in Qumran, wat er voor pleit de bewoners te zien als auteurs van de boekrollen in de grotten, maar Zangenberg wijst erop dat er buiten de grotten en in de nederzetting zelf niet één tekstfragment gevonden is. En zo zijn de geleerden het na zestig jaar onderzoek nog altijd niet eens. Wel is de theorie van de geïsoleerde sekte de laatste jaren duidelijk op zijn retour. Maar de voortdurende discussie, stellen zowel Popovic als Zangenberg, doet verder niets af aan de waarde en de betekenis van de Dode Zeerollen. Zangenberg: „De vondsten van Qumran hebben onze kennis van de godsdienst- en cultuurgeschiedenis van het Palestijnse Jodendom (en daarmee de voedingsbodem van het vroegste christendom) en van het ontstaan van de Hebreeuwse Bijbel zo fundamenteel gewijzigd en uitgebreid, dat men zonder overdrijving van de vondst van de eeuw kan spreken.”

Deel dit artikel