Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Was het ms 'Gasselte' maar in Gasselternijveen gestrand

Home

AREND EVENHUIS

Land, lucht en veel wind, maar nergens water. En toch bevindt zich op dit noordoostelijke plekje, net onder Stadskanaal, het Scheepvaartmuseum Gasselternijveen. Gerekend in tonnageomslag per hoofd van de bevolking was het Drentse Gasselternijveen ooit een van de grootste binnenhavens van het land. Nog steeds bevaren Gasselternijveense schepen de wereldzeeën, ook al staat als thuishaven doorgaans de moedergemeente 'Gasselte' vermeld. 'Gasselternijveen' is een wat lang woord voor een scheepsspiegel, en in de nautisch-Engelse voertaal bovendien lastig uit te spreken.

Behalve vissen horen vooral verhalen bij de zee. Sterke verhalen of zoetwaterverhalen, maar steevast maritieme tragieken. De op schaal nagebouwde kustvaarder 'Gasselte' van de Gasselternijveense kapitein/reder Brouwer lijkt gezonken, want hij staat in het Scheepvaartmuseum op de grond; ook kinderen moeten voor een inspectie van het ms 'Gasselte' bukken. De coaster ging weliswaar nooit dramatisch 'naar de kelder', maar strandde wel degelijk meervoudig. En het trieste van alles: was de 'Gasselte' nou maar in Gasselternijveen gestrand!

Niet als verkleinde replica, maar als gestaalde en geklinknagelde kustvaarder uit het bouwjaar 1935 (van de Groningse Gideonwerf), zou zij even authentiek als zeewaardig wezen en verschijning van het Scheepvaartmuseum Gasselternijveen markeren. In een gebied waar nog sloot, maar kanaal noch zee-arm meer te bekennen valt. De na 1 100 000 zeemijlen uitgevaren kustvaarder moest het Scheepvaartmuseum zelf worden. Uitgevaren in passieve zin; dus geen voetbalstadion dat architecten ooit in de vorm van een (geopende) voetbal ontwierpen. Het schip was er al, het scheepvaartmuseum wilde erin - nu moesten ze samen nog even in Gasselternijveen zien aan te landen.

De genie-troepen van de Koninklijke Landmacht maakten een aanvalsplan om de 'Gasselte' vanuit de coasterprovincie Groningen (waar samen met Zuid-Holland de meeste kustvaarders van de helling gingen) over land naar haar rustplaats in Gasselternijveen te begeleiden. Alles leek voor elkaar: de gemeente Gasselte had de kustvaarder van de sloop gered, de genie wist hoe het schip vanaf de laatste zout- en zoetwaterweg Yde de Punt of Wildervank over land en onder viaducten naar Gasselternijveen moest komen, de vrijwilligers van het Gasselternijveense Scheepsvaartmuseum lieten een persbericht uitgaan dat, waarheidsgetrouw, het nautisch-landelijke vervoer in de nacht van 31 maart op 1 april zou plaatsvinden.

De lokale kranten publiceerden het, de ene lezer beschouwde het als verrassende wetenswaardigheid, de andere vermoedde een 1-aprilgrap. Zoals ook ooit de Groningse Poort die nog steeds in de tuin van het Rijksmuseum te Amsterdam staat, fotografisch gemanipuleerd - en hoewel ooit geroofd nooit aangekomen - op de trein terug naar Groningen CS is gezet. Maar het was geen grap; het was bittere ernst. Ambtenaren van Rijkswaterstaat lazen het bericht en verboden het vervoer vanwege het gewicht. Tevergeefs bood de genie nog aan om de kustvaarder doormidden te zagen en te demonteren, maar Rijkswaterstaat bleef onverbiddelijk. De verslagenheid in Gasselternijveen was groot, nu was zelfs het voormalige zwembad uit 1939 voor niets uitgediept, waar de kustvaarder precies had ingepast. Omgedoopt tot ms 'Eemlandprinses' en onder beheer van rederij 'De Zilvermeeuw' in Warffum deed de coaster nog een tijdje dienst als plezierboot op het Wad: 'Zeevissen - ook voor rondvaarten, dagtochten en partijen. Hengels aan boord te koop en te huur, prima consumpties, lage prijzen.' Als je zo adverteert en zo'n scheepsnaam verzint, ben je wel tot misère gedoemd: via buitengaatse route week de 'Gasselte' uit naar Lekkerkerk, waar zij nu als woonboot haar laatste dagen slijt.

Maar het scheepvaartmuseum moest en zou in Gasselternijveen komen, om vanaf die plek over de Drentse verveningsgeschiedenis, de neergang van de turfvaart en opkomst van de kustvaart te kunnen verhalen. In de voormalige burgemeesterswoning aan de Hoofdstraat klopte het hartstochtelijk hart van de exploitant Kunststichting Cartouche. De bewoonster van het huis, mevrouw Hadderingh, is behalve conservatrice meteen ook het boegbeeld van het Scheepvaartmuseum. Zij stelde haar eigen huis beschikbaar voor het museum. Gaandeweg rukte het museum binnenshuis op en slokte steeds meer particuliere kamers op. Toen besloten werd dat het Scheepvaartmuseum ook een diapresentatie behoeft, werd opnieuw een zolderdeel ontruimd om een filmzaal te kunnen inrichten.

De passionele voortvarendheid van conservatrice Hadderingh stak ook haar echtgenoot aan, die archiveert, en haar zoon Jent, die met zijn boek 'Van snabbeschuit tot coaster - De scheepvaart van Gasselternijveen in vogelvlucht' een uitmuntende catalogus schreef.

Zoals dat een scheepvaartmuseum betaamt, herbergt het huis aan de Hoofdstraat talloze ankers, houten takelblokken, replica's, kompassen, scheepsjournalen, vrachtbrieven, dwars- en langshellingen waarop turfpramen, tonvormige breeuwhamers, schilderijen en zeekaarten. Als Friese museumbezoekers bij de zeekaarten van het Friesche Zeegat of de Eierlandse Gronden belanden, wijzen ze de conservatrice verontwaardigd terecht: 'Dat is al lang niet meer zo!' Mevrouw Hadderingh weet ook wel dat het Wad voortdurend in beweging is. Ze moest nota bene een vrijwillig bestuurslid van het museale belang overtuigen: “Juist de gedateerdheid maakt de zeekaarten zo interessant.”

Deel dit artikel