Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Warm worden van de Amerikaanse aanpak

Home

Karen Zandbergen

Veertien politieke en bestuurlijke kopstukken uit de wereld van uitkeringen en werk, met een hoog PvdA-gehalte, lieten zich drie dagen lang bijpraten over het Amerikaanse sociale stelsel. „Het zou wel eens kunnen dat hier de basis is gelegd voor de herziening van het sociale stelsel in de komende drie jaar.”

Terwijl de trein over het mijlenlange spoor langs de Amerikaanse oostkust dendert, filosoferen veertien Nederlanders vrijuit over mogelijkheden en onmogelijkheden om hun sociale stelsel op poten te houden. De eindeloze bebouwing van Washington, Baltimore en Philadelphia is slechts decor.

De vanzelfsprekendheid waarmee de discussies ontstaan verbaast een enkeling in het gezelschap. Moet de WW worden afgeschaft, kunnen we meer verlangen van bijstandsgerechtigden, wat doen we met al die mensen die niet mee kunnen komen in de prestatiesamenleving? Alles komt langs in de coupé, afgeladen met onder meer de staatssecretaris van sociale zaken, haar directeur-generaal, wethouders sociale zaken, directeuren van de sociale dienst en hoofden van een uitkeringsorganisatie en van belangenclubs.

„Het zou wel eens kunnen dat hier de basis is gelegd voor de herziening van het sociale stelsel in de komende drie jaar”, is de wat boude veronderstelling van René Paas. Als in die opmerking van de voorzitter van de belangenvereniging van sociale diensten een kern van waarheid zit, zullen de grote veranderingen in het sociale stelsel waar het kabinet komend voorjaar over beslist, door het Amerikaanse stelsel zijn geïnspireerd. Of in ieder geval door het gezelschap met een hoog PvdAgehalte.

Een dag na de treinreis, tijdens een busrit door New Yorks Manhattan, zegt Klijnsma: „Toen ik begon als staatssecretaris, elf maanden geleden, wilde ik geen stelselwijzigingen entameren. In de tussentijd zitten we met een crisis. Nu we om te bezuinigen toch flink moeten gaan hervormen, kunnen we beter het hele stelsel tegen het licht houden.”

De staf van het Center for Employment Opportunities (CEO) heeft ter ere van het zoveelste bestuurlijke bezoek een toptien samengesteld: waarom is het werkcentrum zo blij met Nederland? Niet Vincent van Gogh of de verkoop van Manhattan staan op één. Die plaats is gereserveerd voor de voortdurende stroom Nederlandse beleidsmakers die op bezoek komt om te horen hoe het CEO mensen aan het werk krijgt.

Hier komt de moeilijkste groep werklozen aan bod. Ex-gedetineerden. Het is niet de enige plek waar de medewerkers grappen maken over de invasie van Nederlanders die willen weten hoe ze werken. Sinds de Amerikaanse bijstand in 1996 grondig werd hervormd, is de interesse van beleidsmakers gewekt. De bijstand werd toen tijdelijk en gericht op het vinden van werk in plaats van op het bieden van een uitkering alleen. Wie geld krijgt werkt ook voor de overheid. Die gedachte namen Nederlanders mee van de andere kant van de oceaan en resulteerde in de nieuwe bijstandswet in 2004, waarbij gemeenten iets terug kunnen vragen voor de uitkering. Mensen moeten meedoen aan reïntegratie- en scholingscursussen of straffe van kortingen.

Bij het CEO oogsten de programmamedewerkers respect bij de Nederlanders. ’s Ochtends zien ze zo’n vijf klanten, legt projecthoofd Tamara Mills uit. De middag is er voor om werkgevers over te halen de ex-delinquenten een kans te geven. Is iemand niet klaar om te werken, dan wordt er één op één gekeken wat eraan kan worden gedaan. Is er nauwelijks oogcontact, dan werken ze daaraan. Is het Engels niet goed genoeg: op cursus! Tot je job-start-ready bent.

Tussen de begeleiders zitten een paar potige, donkere mannen. Zoals Victor Allison, driedelig pak, donkerrood overhemd en een strak geknipt baardje en snor. Hij is 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar voor zijn klanten. Net als zijn collega’s spreekt hij de optimistische taal waar Klijnsma zelf ook zo van houdt. Een baan wordt consequent een ’opportunity’ genoemd. Een groep ex-gedetineerden is ’a group of individuals’. Klijnsma ’wordt er een beetje warm van’.

In de wachtkamer zit aan het eind van de middag nog een handjevol Afro-Amerikaanse mannen. Ze staren wat voor zich uit, wachtend op hun beurt. Een flink contrast met de sociale dienst een paar blokken verderop, blijkt als Klijnsma daar over vertelt. „Daar moest je de mannen met een lantaarn zoeken.”

Het is een neveneffect van het Amerikaanse systeem. Alleen kostwinnaars hebben recht op bijstand, áls ze kinderen hebben. In de praktijk zijn dat voornamelijk alleenstaande vrouwen. Wie geen kind heeft, kan voor zo’n 200 dollar per maand voedselbonnen krijgen, maar daar houdt het mee op. Het zijn dan ook meest alleenstaande jonge mannen die geen werk vinden en in de criminaliteit belanden.

„Het is goed dat ze zo kijken naar de toekomst door zich druk te maken over de omstandigheid waarin kinderen opgroeien”, zegt Klijnsma, „maar wij schrijven de huidige generatie natuurlijk niet af.”

De tijdelijkheid van de bijstand lijkt bruikbaarder voor de bestuurders en hoge ambtenaren. De uitkering wordt hooguit vijf jaar verstrekt. Die periode moet een Amerikaan gebruiken om zelfstandig zijn geld te verdienen. Lukt dat niet, dan is het pech. Tenzij er bijzondere omstandigheden zijn.

Er zitten interessante kanten aan die tijdelijkheid, zegt Eric ten Hulsen, directeur van de Amsterdamse Dienst Werk en Inkomen. „Je gaat dan met een heel andere focus met die mensen aan de slag. Het idee is veel meer om mensen in hun eigen kracht te houden.” „Het is wel een motiverende factor”, zegt zijn Haagse collega, Jos van Wesemael, „en slechts 2 procent moet uit de uitkering omdat de tijd om is. De rest heeft een andere reden.” „Die tijdelijkheid houdt wel de druk erop”, zo ziet ook Klijnsma de gunstige werking.

Maar voor zowel Ten Hulsen, Van Wesemael als Klijnsma wegen de keerzijden zwaarder. Nog los van de juridische bezwaren is het in Nederland politiek en maatschappelijk niet acceptabel om mensen helemaal los te laten. En, signaleert Van Wesemael, „we zagen ook de misdaadstatistieken. Wie geen werk en geen uitkering heeft, schiet daarin omhoog. Dat is de prijs die je betaalt voor zo’n systeem.”

Dat het beleid ook in Nederland voor mensen die kunnen werken, wat strenger zal worden – of, zo je wilt, paternalistischer, daar zijn de meeste afgevaardigden het wel over eens.

„Wij komen ook van ver”, meent Klijnsma, „tot voor kort was ons sociale stelsel ingericht als een goede inkomensvoorziening. De filosofie dat werk vóór alles gaat, is heel pril.” Volgens haar is er bij de sociale diensten en hun medewerkers al wel veel veranderd. „Bij de klanten is dat nog onvoldoende gebeurd. Als je een beroep doet op gemeenschapsgeld, kun je verwachten dat je iets terug moet doen.” Daar ziet de bewindsvrouw werk aan de winkel. „Als je filosofie is dat iedereen mee moet tellen, moet je ook wat van mensen vergen. Zeker als straks de economie aantrekt, dan moet je ook een appèl kunnen doen op al die mensen. Wie voor de helft kan werken, moet die helft inzetten.”

Dat ze in de Amerikaanse projecten mensen nog een tijdje blijven begeleiden als ze werk hebben gevonden, spreekt erg aan. „Uiteindelijk moeten mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun leven. Maar de begeleiding bij ons kan vaak echt een onsje enthousiaster. Als je ’s nachts ineens in een dikke depressie zit, moet je iemand kunnen bellen”, aldus Klijnsma.

De enorme focus en individuele inzet en begeleiding van de Amerikanen spreken ook andere reizigers aan. Zo legt het bezoek aan CEO de discussie bloot over reïntegratiemiddelen. Er klinkt bij de Nederlandse delegatie jaloers gemompel over de intensieve begeleiding die de medewerkers mogen geven aan hun klanten. Werkgevers hoeven niet te betalen voor hun nieuwe medewerkers. Bovendien worden de ex-delinquenten begeleid vanuit het werkcentrum en hebben ze voor Nederlandse begrippen een ontzettend laag aantal klanten per medewerker.

De aanhoudende kritiek vanuit de Tweede Kamer over de miljarden die worden besteed aan reïntegratie blijkt pijn te doen. De discussie ligt zo gevoelig dat de reisgenoten die er wat over zeggen, niet geciteerd willen worden.

De kritiek in de gemeenteraden is minder fel dan in de Kamer, omdat de raadsleden vaak dichter bij het vuur zitten. Maar Klijnsma krijgt toch vooral de boodschap mee dat er nog heel wat moet gebeuren om mensen te ondersteunen die, in haar eigen woorden, zonder begeleiding ’never nooit aan de slag komen’.

Drie dagen van intensieve bezoeken later zit Klijnsma aan een tafeltje in een kaal, Italiaans restaurant. Ze maakt de rekening van de reis op. De boodschap dat gemeenten in hun maag zitten met langdurig werklozen is overgekomen. Zodanig zelfs, dat ze begint over permanent gesubsidieerde banen. Hoe gevoelig de discussie daar over ook ligt – die zouden voor een kwetsbare groep mensen uitkomst kunnen bieden.

Met de inspiratie en kennis in Amerika opgedaan wil Klijnsma verder denken over een stelselwijziging, bijvoorbeeld ook over de taakverdeling tussen lokale en landelijke overheid. „Het is zeer de moeite waard om daar de komende maanden over door te denken.”

Lees verder na de advertentie
Werklozen schrijven zich in tijdens een banenmarkt in Los Angeles. (FOTO REUTERS)

Deel dit artikel