Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wallage: Samenbindend motto ontbreekt

Home

Van onze parlementsredactie

LEIDEN - Oud-fractieleider Wallage meent dat de moeizame start van het tweede kabinet-Kok te maken heeft met het ontbreken van een samenbindend motto. Hij betreurt dat de discussie tussen de onderhandelaars in de kabinetsformatie, onder wie hijzelf, over onderliggende kernthema's van het beleid geen weerslag hebben gevonden in het regeerakkoord en de regeringsverklaring.

Wallage zei dat in een terugblik op de kabinetsformatie, gisteravond tijdens een discussie voor Leidse politicologen. “Aan de tafel van de informateurs hebben wij zinnige discussies over de missie van Paars II gevoerd. Het is jammer dat van die discussie niets in de publieke documenten terecht is gekomen. Ik maak me sterk dat de moeizame start van Paars II opnieuw kan worden verklaard uit het feit dat die analyse van de kernthema's ontbreekt.” Als een voorbeeld van een dragende gedachte van het nieuwe kabinet noemde hij de combinatie van “soliditeit en solidariteit”. Ook de ongekende investeringsruimte van Paars II bood volgens hem mogelijkheden een gemeenschappelijke visie van de coalitiepartijen PvdA, VVD en D66 te formuleren.

Niettemin zei Wallage te verwachten dat het kabinet niet tussentijds zal vallen en de volle vier jaar zal uitzitten. De drie partijen hebben volgens hem weloverwogen voor voortzetting van de samenwerking gekozen, ook om dieperliggende motieven. In de waarneming van Wallage staat er een stevig fundament voor een langdurige coalitie van sociaal-democraten en liberalen. “Voorwaarde is dat de sociaal-democraten niet terugvallen in hun dogmatiek, en de liberalen niet in het conservatisme. Ik voorzie een langdurige periode van samenwerking, zolang dat niet gebeurt”.

Daar komt volgens hem bij dat het CDA nu getalsmatig noch inhoudelijk een alternatief is. “Ik moet nog zien dat het traditionele driestromenland in Nederland van sociaal-democraten, liberalen en christen-democraten standhoudt. De christen-democratie slaagt er tot dusverre niet in een moderne visie op haar eigen identiteit te formuleren. Daarom zal zij niet gauw haar oude sterkte terugwinnen.”

Wallage waarschuwde verder voor een “democratisch tekort”, nu in de kabinetsformaties de informateurs steeds meer terrein winnen ten koste van de formateur. De klassieke formule is dat een informateur in de voorbereidende fase de levenskansen van een coalitie onderzoekt, waarna een formateur onderhandelingen over een regeerprogramma en personele samenstelling van het te vormen kabinet ter hand neemt. Een cruciaal verschil tussen informateur en formateur is dat de eerste geen verantwoording aan de Tweede Kamer aflegt en de laatste wel. Wallage vindt dat nu in de laatste formatie de informateurs ook de programmatische onderhandelingen leidden, de verantwoording aan de Tweede Kamer tekortschoot. “Een democratisch tekort”, aldus Wallage. “Het klassieke onderscheid tussen informateur en formateur moet in ere worden hersteld, niet alleen vanwege dat democratisch tekort, maar ook omdat types als Jan De Koning weer een rol als informateur moeten krijgen”.

Met die verwijzing naar wijlen de oud-CDA-minister doelde Wallage op informateurs die “hak- en breekwerk in de onderhandelingen over een nieuw kabinet kunnen verrichten, omdat zij zelf geen ministerspost ambiëren. “Zij kunnen tegen een fractieleider zeggen: Ga maar weg en denk er nog een dagje over.” Wallage constateerde dat die afstandelijkheid in de laatste kabinetsformatie niet mogelijk was omdat alle drie de informateurs, Kok (PvdA), Zalm (VVD) en Borst (D66) een voortzetting van hun ministerschap ambieerden.

Deel dit artikel