Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Wachtlijsten komen soms goed van pas

Home

Jaap A. van Vliet en beleidsadviseur bij Leger des Heils jeugdzorg en reclassering en onderzoeker bij het Lectoraat Werken in Justitieel kader bij de Hogeschool Utrecht

Gisteren is er gesproken over de wachtlijsten in de jeugdzorg. Die groeien nog steeds.

Groeiende wachtlijsten leiden tot extra budget. En steeds weer blijkt het geld wel, maar de wachtlijsten niet te verdwijnen. Misschien is uitbreiding van het budget voor de jeugdzorg een deel van de oplossing. Maar de vraag is of gebrek aan financiën het grootste probleem is bij de oplossing van de wachtlijsten en de vraagstukken in de jeugdzorg.

Het onderzoeksbureau van de Tweede Kamer heeft in september 2007 in een rapport geconcludeerd dat de jeugdzorg een versnipperde sector is met veel partijen, ieder met hun eigen belang en werkelijkheid. Degelijke cijfers over wachtlijsten ontbreken (er zijn dubbeltellingen en steeds nieuwe definitiekwesties) en de jeugdzorg kent ’ondoelmatigheden en inefficiënties’. Daarnaast: toevoeging van extra financiën aan het ene onderdeel van de jeugdzorg leidt gemakkelijk tot wachtlijsten op andere plaatsen.

Om inzicht te krijgen in de onderliggende vraagstukken is het verstandig om niet te ’smal’, uitsluitend naar de wachtlijsten of de jeugdzorg te kijken.

Bij de ernstige incidenten die zich de afgelopen jaren binnen de jeugdzorg hebben voorgedaan en waarbij (dodelijke) slachtoffers vielen, valt op dat er geen tekort was aan hulpverleners. Integendeel, er waren (volgens inspectieonderzoeken) veel verschillende hulpverleners vanuit alle mogelijke sectoren aanwezig. Wél een probleem: ze werkten onvoldoende met elkaar samen.

Juist gezinnen die met de jeugdzorg in aanraking komen en het meeste risico lopen behoren vaak tot de groep sociaal kwetsbare mensen in de samenleving. Ik deed ooit onderzoek naar de hulpverleningsgeschiedenis van tbs’ers. Ook daaruit bleek dat een aanzienlijk deel van hen, voordat zij hun fatale delict pleegden, contact hadden met verschillende hulpverleningsinstellingen, waaronder de jeugdzorg.

De zorg was echter vaak verbrokkeld, opgesplitst en niet op elkaar afgestemd. Als de hulpvragers het contact verbraken,lieten de hulpverleners het er vaak maar bij zitten.

Continuïteit van het hulpverleningsproces én continuïteit van personen in de hulpverlening zijn belangrijke factoren om risico’s te beperken. Maar terwijl hulp- en zorgverleners vaak veel inzet en verantwoordelijkheid tonen, maakt de organisatiestructuur samenwerken lastig. De jeugdzorg is sterk gericht op het behalen van genoeg instroom van werk, per organisatie, en minder op de kwaliteit van hulpverlening en samenwerking.

Zo krijg je organisaties die worden gestuurd door ’productdefinities’, ’targets’ en ’financierings- en afrekensystematiek’. Dan ziet elke hulpverlener alleen maar een ziekte, maar niemand de zieke als geheel. Wanneer er te veel of te weinig werk wordt verricht, wordt dit niet gefinancierd en wordt het organisatiebelang geschaad.

Samenwerking, verantwoordelijkheid nemen, buiten de eigen grenzen kijken en handelen worden zo tegengegaan. De wachtlijst is voor de hulpverleningsorganisatie geen last, maar een noodzakelijk onderdeel van de bedrijfsvoering en logistiek.

De wachtlijst bevat een ’wachtkamer’ aan werk die de bedrijfsvoering op peil houdt: zodra de ene hulpvrager wordt afgesloten of overgedragen kan direct de volgende van de wachtlijst worden opgeroepen en instromen.

Als de wachtlijst leeg zou zijn, zou er een gat ontstaan in de bedrijfsvoering. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de wachtlijsten een hardnekkig probleem vormen voor politici en hulpvragers. Maar helaas zijn politici zelf in hoge mate verantwoordelijk voor deze situatie.

Dit kan anders. Kort voor zijn ministerschap in het eerste kabinet Balkenende pleitte macro-econoom Bomhoff voor een zekere overcapaciteit in de zorg. Hij verwees naar de woningmarkt waarvan werd gesteld dat een klein percentage van de huizen leeg moet staan om de woningmarkt goed te laten functioneren. Mensen hoeven dan niet op de wachtlijst te staan als ze willen verhuizen, zodat het hele systeem wat aangenamer werkt.

Datzelfde argument geldt voor de zorg; het zou betekenen dat zorgverleners en hun instellingen geen tijd meer hoeven te besteden aan onnodige logistiek en bedrijfsvoering. Wanneer het verantwoorden kan worden teruggedrongen kan samenwerking en verantwoordelijkheid dragen weer voorrang krijgen. Dat is niet alleen, zoals op de woningmarkt, ’wat aangenamer’, maar een voorwaarde om de doelen te bereiken en dat is een investering in een zekere overcapaciteit dubbel en dwars waard.

Naast andere maatregelen die ongetwijfeld ook noodzakelijk zijn in en om de jeugdzorg, zijn nieuwe, onconventionele maatregelen noodzakelijk.

Deel dit artikel