Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Waarschuwing tegen alfavijandige tijdsgeest in onderwijs

Home

Leonie Breebaart

De rijdende concertzaal Classic Express doet een basisschool in Haarlem aan. Kinderen worden getrakteerd op een concert van jonge musici. ©ANP

Meetbare resultaten, excellente leerlingen: in Nederland, maar ook daarbuiten, verzakelijkt het onderwijs en staan 'nutteloze vakken' onder druk. De filosofen Roger Scruton en Martha Nussbaum maken zich zorgen.

Hoe nuttig is het om te investeren in de kunsten? Kun je de waarde van kunst en cultuur uitdrukken in bedrijfsmatige termen? In rendement, concurrentiepositie, efficiëntie? Met die lastige vragen wordt Nederland - vrij plotseling lijkt het - geconfronteerd, nu het kabinet drastische bezuinigingen in de kunsten heeft aangekondigd.

Toch zou de verzakelijking van het kunstdebat ons nauwelijks meer hoeven te verrassen. Zulk denken verovert al langer terrein, en niet alleen in de kunsten, ook in het onderwijs. Scholen steken elkaar de loef af met hoge studieresultaten. Ouders vragen om meer toetsen. Studenten moeten sneller afstuderen.

Het is een tendens die de overheid van harte ondersteunt. Zoals het CPB het twee weken geleden op het NOS- journaal kernachtig samenvatte: Azië streeft ons in kennis voorbij. Dat kost Nederland veel geld. En dus komt er meer geld voor de excellente leerling, en moeten we ons vooral richten op vakken die onze economische concurrentiepositie versterken.

Maar wat betekent dat marktgerichte denken voor onze scholen en universiteiten? Raken ándere onderwijsdoelen daarmee niet in de knel? Wat waren die doelen ook alweer?

Wat de universiteit betreft is over die kwestie al in 2008 een instructief boekje verschenen: 'Topkitsch en slow science'. De filosoof René Boomkens schetst daarin een vrij onthutsend beeld van hoogleraren die zo druk zijn om hun meetbare targets te halen - publicaties in buitenlandse vakbladen die geen Nederlander leest - dat ze nauwelijks tijd overhouden voor wat toch hun core business zou moeten zijn: het opleiden van studenten en het deelnemen aan het publieke debat in eigen land.

Maar voor de vraag wat de nieuwe zakelijkheid betekent voor het middelbaar onderwijs, moeten we te rade gaan bij buitenlandse filosofen. Onlangs verschenen twee boeken die aan het denken zetten: de bundel 'Wat heet beschaving', met reacties op de cultuur- en onderwijsfilosofie van de conservatieve denker Roger Scruton, en 'Niet voor de winst' een fel onderwijspamflet van de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum.

De Brit Roger Scruton houdt zich al jaren bezig met de vraag wat we onze kinderen zouden moeten leren. Essentieel voor zijn denken is het scherpe onderscheid dat hij maakt tussen 'hoge' cultuur' - kortweg wat het door de eeuwen heen heeft uitgehouden - en 'lage' cultuur. Tot die laatste categorie rekent hij vrijwel alle popmuziek, die hij graag aanduidt als 'herrie'. Het beangstigt Scruton dat de 'hoge' cultuur in de klas niet meer serieus behandeld wordt. Docenten van nu zouden onwillige pubers geen stuk van Shakespeare meer durven voor te zetten. In plaats daarvan bespreken zij de laatste aflevering van de comedyserie 'The Simpsons'. Zo daalt de leraar af naar het niveau van de student, en heeft die laatste niets meer om naar omhoog te klimmen.

De situatie is natuurlijk gechargeerd, maar het valt moeilijk te ontkennen dat Scruton een punt heeft. Zeker in Nederland gold 'de belevingswereld van het kind' lange tijd als hét uitgangspunt bij het bepalen van de lesstof.

Hoewel dit hurkerige onderwijs in Nederland meer kwaad heeft gedaan dan in België, is het toch een Vlaamse uitgever die acht reacties op Scrutons onderwijs- en cultuurfilosofie bijeen heeft gebracht, grotendeels van de hand van Vlaamse filosofen. De meeste essays in de nogal academische bundel richten zich op Scrutons polemisch aangezette onderscheid tussen hoog en laag, oud en nieuw. Maken de Rolling Stones echt minder goede muziek dan Mozart?

Scruton lijkt dat niet eens meer uit te willen leggen. Daardoor maakt hij zich kwetsbaar voor de oudlinkse kritiek dat hij alleen maar verdedigt waar hij zelf toevallig in thuis is. Hij doet alsof het hem om kwaliteit gaat, maar in feite legitimeert hij zijn eigen expertise, positie - en macht. In een wereld waarin de Stones hoger worden ingeschat dan Mozart, zou Scrutons gezag immers verbleken.

Dat is altijd een wat oninhoudelijk argument. Treffender is de reactie van Dirk Goedecharle, die vaststelt dat Scruton niet zozeer wil bewijzen dat Mozart beter is dan de Stones, hij vindt gewoon dat de canon behouden moet blijven, puur omdat die al zo lang bestaat. Het kan hem weinig schelen of leerlingen gelukkiger worden van het lezen van Plato. Als ze hem maar kennen, zodat een in eeuwen opgebouwde culturele erfenis niet verloren gaat.

Voorwaar een uitdagende stelling! Vooral voor Nederland, dat met wantrouwen reageert op traditionalisme, op al wat zich poneert als groots of van blijvende waarde.

Toch is maar één bijdrage in de bundel 'Wat heet beschaving' geschreven door een Nederlander. Niet voor niets is dat Ad Verbrugge, die zich als voorzitter van Beter Onderwijs Nederland al jaren met onderwijskwesties bezighoudt. Zijn bijdrage is verreweg de langste van het boek, én de minst academische.

Verbrugge gaat niet meteen in de aanval, maar laat eerst uitgebreid zien hoe ons onderwijsbeleid ingebed ligt in onze culturele geschiedenis. En die klok is niet terug te draaien. Je kunt leerlingen niet tot liefde voor Bach verplichten, als die muziek hen niet meer werkelijk aanspreekt. Verbrugge (zelf parttime popmusicus) verwijt Scruton dat hij de popmuziek van de jaren zestig louter beoordeelt vanuit esthetisch standpunt, als iets 'schreeuwerigs', en niet als uiting van een naoorlogse cultuur die zich afzette tegen 'autoritaire machtsstructuren'. Dat verzet had een reden, wil Verbrugge maar zeggen, al erkent hij dat het anti-autoritaire elan in het onderwijs schade heeft aangericht: de leraar en zijn vakkennis verloren gezag, met als gevolg dat de massa's die bevrijd moesten worden nóg verder wegzakken in onwetendheid en onkunde.

Verbrugges (nogal hegeliaanse) analyse is het lezen waard, maar lijkt toch zijn doel te missen. Blijven de de klassieken ons niet juist aanspreken óndanks het feit dat ze uit een ander tijdperk stammen. Japanse meisjes spelen Mozart alsof hij hun tijdgenoot is. Kafka schijnt erg hot te zijn onder jonge Amerikaanse schrijvers. Grote kunst gaat niet op in het tijdperk waarin het is ontstaan.

De vraag is wel hoeveel kinderen nog met zulke cultuur in contact komen. Te weinig, vindt de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum. In 'Niet voor de winst' waarschuwt ze met kracht tegen de volgens haar wereldwijde tendens om onderwijs uitsluitend nog in economische termen te beoordelen, vooral uit angst internationaal niet mee te komen. Die paniek leidt volgens Nussbaum tot grote kaalslag bij de vakken die altijd al het stigma van 'alleen maar leuk' hadden: de talen, literatuur, drama, muziek, geschiedenis, filosofie.

Dat is volgens Nussbaum niet alleen een drama voor de betrokken docenten, maar ook voor de democratische samenleving als geheel. Zoals ze uitvoerig uiteenzet, zijn het namelijk juist deze 'zachte' vakken die kinderen leren rekening te houden met andermans gevoelens, die hen tot bewuste burgers maken. Wie romans leert lezen, of toneelspeelt, moet zich tenslotte wel verdiepen in een onbekende, een leuke moslim misschien, of iemand die niet zo cool is als de mediacultuur ons inpepert dat we moeten zijn. En wie leert filosoferen, leert verantwoordelijkheid te nemen voor zijn opvattingen.

Hoewel Nussbaum zich vooral baseert op de situatie in Amerika en India - wat het succes van haar boek hier te lande niet zal bevorderen - is haar oproep tot opvoeding in empathie wel relevant voor Nederland, dat nog maar net beseft hoe moeilijk het is om andersdenkenden te respecteren. Moeilijk ligt hier misschien haar oproep tot het kweken van mondige en kritische burgers. Nederlandse kinderen lijken vaak juist een beetje doorgeschoten in mondigheid.

Ietwat idealistisch is misschien ook Nussbaums idee dat culturele vorming (die ze veel minder nauw opvat dan Scruton) dé manier is om ons voor te bereiden op een geglobaliseerde wereld. Dat is zelfs van economisch belang, meent zij: wie nooit heeft gehoord van Confucius, begrijpt meteen al minder van zijn Chinese handelspartner. Cultuuronderwijs helpt ons om ons thuis te voelen in de moderne wereld.

Interessant genoeg is dat nu juist wat de melancholicus Scruton betwijfelt: hij richt zich tégen alles wat ons westers-christelijke eiland zou kunnen bedreigen: internet, de islam, 'herrie'. Om ons thuis te voelen, moeten we al wat anders is buiten de deur houden. In die culturele xenofobie gaat Scruton te ver en verzwakt hij zijn belangrijke pleidooi.

Maar over één ding lijken zowel de pessimist Roger Scruton als de optimistische globetrotter Martha Nussbaum het eens: als cultuur wordt gezien als aardige franje waar helaas geen geld of tijd meer voor is, beroven we kinderen van de kans deel uit te maken van een grootse traditie, die ons begrip van menszijn enorm vergroot en verrijkt.

Om die door te geven moeten we misschien wél weer een on-Nederlandse gevoel voor hiërachie ontwikkelen: Marco Borsato is leuk, maar Mozart is toch echt van een ander kaliber, de Stones zijn dat trouwens ook. Wie dat verschil in kwaliteit niet meer kan uitleggen, raakt ook moreel gezag kwijt. Maar als we uitsluitend hameren op meetbare resultaten, komen zulke tijdrovende initiaties al snel in de knel.

Martha Nussbaum: Niet voor de winst. Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft. (Not for profit) Vert. Rogier van Kappel. Ambo, Amsterdam. ISBN 978902632404; 213 blz. €19,95

Paulus van Bortel (red.) Wat heet beschaving? Roger Scrutons cultuur en onderwijskritiek. Pelckmans, Kapellen /Klement, Zoetermeer. ISBN 9789086870691; 239 blz. 22,50

De rijdende concertzaal Classic Express doet een basisschool in Haarlem aan. Kinderen worden getrakteerd op een concert van jonge musici.

Roger Scruton

Roger Scruton staat bekend als filosoof die het conservatisme nieuw elan heeft gegeven. Zijn grote liefde voor kunst en zijn trouw aan de westerse traditie uit hij in een stortvloed aan boeken en publicaties, over schoonheid, muziek, pessimisme, maar ook over de jacht, een van zijn hobby's. Zijn conservatieve levensstijl weerhoudt hem niet van het beheer van een bijzonder professionele website.

Martha Nussbaum

Martha Nussbaum maakte wereldwijd naam met 'The Fragility of Goodness' (1985) waarin ze ingaat tegen de traditionele, op controle en ratio gebaseerde idee van het goede. Haar grote kennis van de Oudheid verbindt ze met een sterk politiek en moreel engagement. Zo zet ze zich in haar boeken en als docente in voor de rechten van vrouwen en minderheden. Daarbij vindt ze onderwijs in de alfavakken van groot belang.

Deel dit artikel