Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Waarom zijn we zo bang voor de dood?

home

Paul van Geest en Monic Slingerland

Wat kan de kerk bieden aan spiritualiteit? De Tilburgse hoogleraar Paul van Geest en Trouw-redacteur Monic Slingerland lieten Kerkvader Augustinus zeven existentiële vragen beantwoorden, aan de hand van zijn geschriften. Hun boek hierover verschijnt deze week.

(Trouw)

Hoe bereiden we ons voor op de dood? „Onvermijdelijk. Het moest een keer ter sprake komen. We zijn zo bang voor de dood. En dat terwijl we ons leven lang onze sterfelijkheid met ons meedragen. Al veertig jaar hoor ik mensen aan over hun angst voor het einde. Mensen houden van het licht. Het is de duisternis van de dood die ons bang maakt. We doen alles om maar niet dood te gaan. Eten, drinken, slapen, liefhebben, veel liefhebben, werken, schrijven, lezen. Is het niet vreemd dat we zoveel moeite doen voor een bij voorbaat verloren strijd? Het enige dat we zeker weten is dat we doodgaan en juist dat maakt ons zo bang en onzeker.

Voor het leven hier op aarde heb ik wel eens het woord rampgebied gebruikt. Natuurlijk kunt u zich af en toe gelukkig voelen. Maar laten we eerlijk zijn, die momenten van geluk zijn uitzonderingen. Wij leiden een moeizaam bestaan. De meeste mensen zijn ongelukkig. Ze raken dierbaren kwijt aan de dood, ze zijn teleurgesteld in hun kinderen die het slechte pad op gaan, ze beleven geen voldoening in hun werk, komen liefde te kort, blijven maar zoeken naar geluk. In dit rampgebied wachten we op de dood en toch proberen we op alle mogelijke manieren om dat einde uit te stellen.

Is dit eigenlijk niet vreemd? Is dit niet onbegrijpelijk? We leiden een ongelukkig leven, we proberen met veel moeite af en toe gelukkig te zijn, en toch zijn we bang voor het einde. Is dat niet tegenstrijdig?

Nee, sta niet op, loop niet weg. Ik zeg dit niet om u ongelukkig te maken, maar om u te laten nadenken over het leven in het licht van de dood. U bent geen stuurloze sloep op een ruwe zee. U staat zelf aan het roer. Het is aan u waar u heen vaart: de oceaan op, waar de onrustige baren u op uw tocht angstig maken voor de dood of de veilige haven in, waarin u rustig en vol vertrouwen wacht op dat wat komen gaat.

Want wat gebeurt er eigenlijk als we sterven? Onze ziel wordt losgemaakt van ons lichaam. Net zoals de ziel los van het lichaam was, voor we tot leven kwamen.

Waarom zijn we daar zo bang voor? Is ons lichaam ons zo dierbaar? Kunnen we niet zonder onze handen, onze ogen, onze oren, onze buik, onze stem? Wat raken we kwijt als we ons lichaam kwijtraken?

Laten we de vragen omdraaien. We zijn per slot van rekening nog niet dood, we leven en we zijn hier bij elkaar met onze lichamen en zielen stevig verbonden. Het is licht, net als gisteren. Tussendoor was de nacht. Was dat voor u een beangstigend duister? Wat ik u wil laten zien is een heel simpel beeld. We hebben de nacht nodig om naar een nieuwe dag te gaan. Zo kan het vallen van de avond een welkome afsluiting zijn. U kunt dan stoppen met werken, u kunt uw lichaam rust gunnen, en ook uw gedachten laten gaan zoals ze willen gaan. Wees blij dat er aan iedere werkdag een keer een einde komt.

Zo kunt u ook naar de dood kijken. Het einde van ons aardse leven is als een nacht. Een nacht die we door moeten om van de ene naar de andere dag te gaan. De dag die op ons wacht na de dood is een dag om ons op te verheugen.

Het is een dag waarop we niet meer bang hoeven te zijn. Als we eenmaal gestorven zijn, laten we de angst voor de dood achter ons. Wat winnen we, wanneer we ons losmaken van ons lichaam? We ontdoen ons van de sterfelijkheid, zoals we een mantel uitdoen. Maar anders dan bij een mantel is het verlies van onze sterfelijkheid voor eeuwig. En daarom geloof ik dat we niet bang hoeven te zijn voor de dood. Ik meen dit in ernst.

Laat ik het preciezer formuleren. Het is niet vreemd om bang te zijn voor de dood. Maar wanneer u voor u sterft goed geleefd heeft, kunt u rustig de nacht van de dood ingaan.

Als er een dag is geweest waarop u iemand gelukkig hebt gemaakt, of werk verricht hebt waarvan de vruchten ook bij anderen terechtkomen, dan kunt u ’s avonds intens tevreden gaan liggen en zacht en zorgeloos inslapen.

Met de dood is het niet anders, zo stel ik me voor. Dat geeft enige zekerheid. Wanneer u zult sterven, dat is maar afwachten. Het kan vanavond zijn, of nog jaren duren.

We weten wel, hoe we de dagen die ons resten zo kunnen doorbrengen dat ons leven een goed leven is. Ik zou er maar niet mee wachten, om goed te leven. Doe het maar nu, nu meteen, op dit moment.

Zacht en zorgeloos inslapen, dat willen we zelf en dat gunnen we onze medemensen. Waarom gebeurt het dan toch zo vaak dat mensen treuren om de dood van een dierbare, ook als die zacht en zorgeloos is ingeslapen?

Treuren we omdat we dat lichaam niet meer kunnen aanraken, die stem niet meer kunnen horen, de ander niet meer in de ogen kunnen zien?

Is het zo belangrijk, om fysiek te ervaren dat die dierbare ander er is? Waarom kunnen we niet genieten van de aanwezigheid van iemand die we liefhebben, alleen door te weten dat die er is? Heeft u het nodig om altijd al uw geld te zien, om ervan te kunnen genieten? U weet dat u het heeft, en alleen de gedachte eraan kan u een rustige tevredenheid geven. Waarom kunt u dat niet als een broer, een man, een kind, een vriend op een veilige, beschermde plaats is, waarbij u hem niet meer kunt zien of aanraken, maar wel aan hem kunt denken? Als u dat met geld kunt, wat stoffelijk is, zielloos en vergankelijk, waarom kunt u dat niet met een mens?

Ook wanneer u de ander niet meer kunt zien, omdat die reeds bekleed is met onsterfelijkheid, dan nog hebt u de herinnering aan een stem, u voelt het kind op uw arm, zoals toen het nog leefde, u hoort het schreien, u weet nog hoe u gebogen hebt gestaan over het slapende kind, zoals iedere ouder doet. Die fysieke herinneringen zijn pijnlijk en troostend tegelijk. Ze roepen een scheurend gevoel van gemis op en brengen op hetzelfde moment het dierbare kind dicht bij u, zo dichtbij alsof het er is. Dat kind zelf is in veilige geborgenheid, veiliger dan het waar dan ook op aarde zou kunnen zijn. Natuurlijk bent u bedroefd als u een kind verliest, of een vriendin, een moeder, een broer. Maar laat treurnis niet het enige zijn, en zeker niet het laatste. Voel in gedachten de aanwezigheid van de dierbare persoon die door de nacht van de dood is gegaan, en wees dan rustig en getroost. Alleen die ene nacht is het die uw lichamen gescheiden houdt. U bent in deze dag, uw verloren dierbare verkeert in de volgende dag. Daar komt u ooit ook. Het is iets wat we niet zeker weten, maar wat we zeker mogen geloven.

Dit is het einde van onze laatste gezamenlijke dag. En als u mij nu permitteert, dan jaag ik u weg, de wereld in. Ik ga mij voorbereiden. Nee, niet op de dood, maar op het opnieuw ter hand nemen van wat ik geschreven heb, zoals ik u gisteren zei. Ik ga het ordenen, opnieuw lezen en verder schrijven, het van commentaar voorzien. Daar, in de bibliotheek, zal ik mijn dagen en nachten besteden om iets achter te kunnen laten. Ondertussen weeg ik mijn wangedragingen, mijn werk, mijn drijfveren, in het besef dat er alle reden is tot boete. Misschien bereid ik mij toch nu al elke dag voor op de dood, zo u wilt.”

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.