Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Waarom staken Nederlanders zo weinig?

Home

Marco Visser

Politieagenten en leden van de FNV voeren actie op Dag van de Arbeid. Zij voeren actie voor echte banen. © anp

Het is 1 mei, maar in Nederland werken we gewoon door. Nederlanders houden sowieso niet van staken. Dat gedoe met petjes en fluitjes, vooruit, als het niet anders kan moet het maar. Liever lossen werknemers hun problemen met werkgevers op aan de onderhandelingstafel. Waarom staken Nederlanders zo weinig?

En leveren werknemers daardoor niet veel in ten opzichte van de Denen, Noren en Fransen die sneller naar de spandoeken grijpen?

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) greep vandaag de Dag van de Arbeid aan om een overzicht te presenteren van het aantal stakingsdagen in Nederland en de rest van de Europese Unie. Het aantal stakingsdagen per 1000 Nederlandse werknemers is 9 dagen per jaar, goed voor een plek onderaan de middenmoot.

Nederlanders koesteren liever de voordelen van rust op de arbeidsmarkt dan de barricade op te gaan. Een van die voordelen is dat buitenlandse bedrijven ook niet dol zijn op actievoerend personeel. Hebben zij de keuze uit bijvoorbeeld Nederland en Denemarken en zijn de vestigingsvoorwaarden ongeveer gelijk, dan kan de afkeer van staken wel eens doorslaggevend zijn.

Dat weten werkgeversorganisaties maar al te goed. Daarom sluiten zij liever een akkoord dan werknemers zo ontevreden maken dat zij het werk neerleggen.

Schrikbeeld Frankrijk
Ook kijken werkgevers deemoedig toe als de vakbonden een zege claimen. Ze gunnen de bonden hun succes, want niets is zo goed voor de rust op de arbeidsmarkt als een sterke vakbond. Het schrikbeeld is Frankrijk, waar slechts 8 procent van werknemers lid is van de vakbonden. In Nederland is de 'organisatiegraad' 20 procent.

Om daaruit de conclusie te trekken dat lidmaatschap van een vakbond samenhangt met rust op de arbeidsmarkt, gaat arbeidseconoom Paul de Beer echter te ver. Want na Frankrijk staan Denemarken en Noorwegen op plaats twee en drie van de Europese stakingslijst. In Denemarken is bijna tweederde van de werknemers lid van een vakbond, in Noorwegen ruim de helft. In Zweden is 70 procent lid van een bond, maar zij staken nog minder dan Nederlanders.

"Dat laat zien dat je geen relatie kunt leggen tussen de mate waarin wordt gestaakt en de positie van de vakbonden", zegt De Beer. "Ik zou ook niet durven zeggen dat de werknemersrechten beter zijn geregeld in landen waar veel wordt gestaakt. Lange stakingsacties zijn niet effectiever dan wat hier gebruikelijk is; zo lang mogelijk onderhandelen en alleen in uiterste noodzaak staken."

Of Nederlanders door over zich heen laten lopen door zo weinig te staken, is met onderzoeken niet aan te tonen. Er is weliswaar een relatie tussen stakingen en loon, maar die is nogal tegenstrijdig. Zo blijkt dat stakingen ongeveer een half tot één procent extra loon opleveren. Maar duren de stakingen te lang, dan leidt dat weer eerder tot lagere lonen.

'Een polonaise helpt niet'
Staken, het lijkt niet gewoonweg niet in de Nederlandse cultuur te zitten. Zo is er zelfs een vakbond die dit jaar bekend maakte nooit meer te gaan staken. Volgens Reinier Castelein, voorzitter van vakbond De Unie, levert staken niks op. "Als argumenten aan tafel niet helpen, dan helpt een polonaise op het Malieveld zeker niet", zei hij. "De arbeidsmarkt verandert, daarom moeten werknemers mee veranderen. Iedereen die dat ontkent leeft in een andere eeuw."

In Denemarken en Noorwegen zien vakbonden dat heel anders. Zij leggen het werk vaak plat juist vanwege die veranderingen op de arbeidsmarkt, zoals de oprukkende flexibilisering, waar ook de Fransen niets van moeten hebben.

Hetzelfde geldt voor de Nederlandse bonden. De FNV heeft niet voor niets 1 mei uitgeroepen tot Dag van de Echte Banen. En bij een echte baan hoort een vast contract. Voor de 1 mei-manifestatie krijgt de vakbond voldoende leden op de been. Dat lukt ook bij acties in bijvoorbeeld de schoonmaakbranche en bij vuilnismannen. Dat zijn de zogeheten 'blauwe boorden'. 

Stakingen bij de 'witte boorden', de mensen aan de bureaus, komen moeilijker van de grond. "Er is voor medewerkers bij de rijksoverheid of in de financiële sector voldoende reden om in actie te komen", zegt De Beer, "maar vakbonden zullen geen staking uitroepen omdat zij zich realiseren dat er weinig mensen zullen meedoen. Dat werkt averechts omdat het duidelijk maakt hoe weinig steun de bonden hebben."

Lees verder na de advertentie

Deel dit artikel