Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Waarom pensioenfonds PGGM uit Israël vertrok

Home

Esther Bijlo

Peter Borgdorff: 'Ik was onder de indruk van de emotionele reacties, hier en in Israël'. © Jörgen Caris
Interview

Het gaf een hoop commotie. Toen begin januari bekend werd dat PGGM, beheerder van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn, kapitaal uit Israëlische banken terugtrok vanwege hun betrokkenheid bij de bouw van de nederzettingen in bezet gebied, ontstond veel discussie. Paste dit in een sluipende boycot van Israël? De Nederlandse ambassadeur in Israël werd zelfs op het matje geroepen. Het pensioenfonds keek, onder leiding van directeur Peter Borgdorff, de afgelopen weken intern terug op de kwestie.

Wat is er uit die evaluatie gekomen?
"We hebben teruggekeken hoe we tot ons besluit zijn gekomen om vijf Israëlische banken uit te sluiten van onze beleggingen. Vorige week hebben we geconcludeerd: we moeten wel steeds kijken naar de toepasbaarheid, maar het besluit past bij het beleid van verantwoord beleggen dat we willen voeren. Daar moet je niet voor terugschrikken. Maar de communicatie was niet goed. We hadden een reactieve opstelling gekozen: het besluit op internet, met een serie vragen en antwoorden. Dat hadden we zo niet moeten doen. De publiciteit overkwam ons, we hadden die beter zelf kunnen zoeken."

Schrok u van de heftige reacties?
"Laat ik het zo zeggen: ik was onder de indruk van de emotionele reacties, hier en in Israël. In de Israëlische krant Haaretz werd geschreven dat we bezig waren met een boycot van Israël. Dat is niet zo, we hebben nog 100 miljoen in andere Israëlische bedrijven. Mensen voelen zich kennelijk persoonlijk geraakt door zo'n besluit. Het heeft dus een verdergaande invloed dan alleen het feit dat we die banken niet meer in portefeuille hebben."

Was u verrast dat de ambassadeur in Israël bij de regering ontboden werd?
"Nee. Dat past in de politieke verhoudingen. Israël is een bevriende natie van Nederland. Tegelijk ook een brandpunt in de wereld. Daarom hebben we op de dag dat we het besluit bekendmaakten, 1 januari, de Nederlandse ambassade en het ministerie van buitenlandse zaken geïnformeerd. Hetzelfde geldt voor de ngo's. Buitenlandse zaken gaf geen oordeel over ons besluit, maar ze moeten zoiets wel weten."

Jullie hebben er drie jaar over gedaan om tot het besluit te komen. Is dat niet erg lang?
"Het is geen digitale beslissing, zoals bij beleggingen in clustermunitie. Dat is makkelijk, het is inmiddels zelfs wettelijk verboden om erin te investeren. Hier gaat het er ons om dat de bezetting van de Westelijke Jordaanoever de mensenrechten van de Palestijnen schaadt, volgens internationaal recht. We willen geen geld verdienen aan bedrijven die de nederzettingen verder versterken en uitbreiden. Maar we hebben wel geprobeerd het gesprek te voeren. En dat duurt meestal jaren.

Lees verder na de advertentie

 
Met 140 miljard euro kun je bedrijven meestal wel sturen

We hebben dat samen gedaan met Noorse en Zweedse pensioenfondsen. Hoe gaat dat? Er gaat een brief uit met een uitnodiging, een paar maanden later krijg je een reactie, je moet de agenda's trekken, iedereen moet kunnen: je bent zo een jaar verder. Van de vijf banken wilden er drie in eerste instantie niet praten. Hun reactie was: we voldoen aan de Israëlische wetgeving. Twee wilden wel. Uiteindelijk hebben we ze wel alle vijf aan tafel gekregen, dat heeft heel veel tijd gekost. Nee, we zijn niet bepaald over één nacht ijs gegaan. Bedrijven uitsluiten is de laatste stap, als je wegloopt kun je niet meer sturen. En we denken dat je met geld, 140 miljard euro is toch niet niks, wel kunt sturen. Maar de Israëlische banken bleken hun werkzaamheden niet te kunnen veranderen."

Soms stappen jullie toch wel sneller uit een bedrijf?

"Ja. Toen werd vastgesteld dat er in Soedan ernstige schendingen van de mensenrechten plaatsvonden, hebben we gekeken of we bedrijven in portefeuille hebben die daarbij betrokken zijn. Dat bleek zo te zijn: een Chinese olie-onderneming. Daar zochten wij het gesprek mee. Maar zij wilden niet. Toen zijn we er binnen drie maanden uitgestapt. Bij het Amerikaanse supermarktbedrijf Walmart duurde het wel enige jaren. Die hadden we op de korrel vanwege het schenden van vakbondsrechten. We beseffen in zo'n geval dat een bedrijf tijd nodig heeft om te verbeteren. Ja, soms laten we ons inderdaad aan het lijntje houden. Maar als een bedrijf persisteert in slecht gedrag, dan stappen we eruit."

Met welke bedrijven zijn jullie momenteel in gesprek?
"Dat zeggen we niet. We doen dat in stilte, dan kun je bedrijven makkelijker aanspreken. Bovendien is het marktgevoelige informatie."

Geen clusterbommen, kernwapens of sigaretten
Een flink deel van de 140 miljard euro vermogen van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn wordt door beheerder PGGM 'passief' belegd, om de kosten te drukken. Dat betekent dat aandelen van een beursindex gekocht worden, in dit geval de FTSE- All World. Daar zitten ruim 2800 bedrijven in. Om ondernemingen te mijden die niet passen bij het beleid van verantwoord beleggen, is er wel een selectie. Er zijn duidelijke 'uitsluitingen', zoals producenten van clusterbommen en kernwapens en, sinds vorig jaar, de tabaksindustrie. Om de kwaliteit van de index-portefeuille op het gebied van milieuprestaties, sociaal beleid en ondernemingsbestuur te verhogen, valt jaarlijks ongeveer 10 procent van de bedrijven af. Die presteren onvoldoende op die terreinen.

 
Ja, soms laten we ons inderdaad aan het lijntje houden. Maar als een bedrijf persisteert in slecht gedrag, dan stappen we eruit

Deel dit artikel