Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

waarom is dit zo mooi.....................

Home

Peter Henk Steenhuis Martinus Nijhoff

Dit gedicht is mooi. Geen poëzieliefhebber die deze stelling zal bestrijden. Geen moderne poëzieliefhebber althans.

Want toen het gedicht verscheen, bekritiseerde de schrijver Simon Vestdijk Nijhoffs taalgebruik en had de criticus Anthonie Donker moeite met de uitdrukking: 'het schip dat zij bevoer', omdat zij het schip helemaal niet zou bevaren, maar het schip de rivier bevaart. Ook vond men het dubbelop dat Nijhoff sprak over 'Twee overzijden/ die elkaar vroeger schenen te vermijden.' Wat doen overzijden anders dan elkaar vermijden? En dan was er ook nog een vrouw die bij het roer staat en niet aan het roer, terwijl deze schippersvrouw toch alleen aan dek is. Wie bestuurt er dan de boot? Nee, kenners van toen moesten vaststellen dat dit gedicht niet goed was. Maar gelukkig bepalen critici niet of een gedicht mooi is of niet. Dat bepaalt een gedicht zelf, door voort te leven in de hoofden van de lezers. Een van de eersten die serieus probeerden aan te tonen dat dit gedicht echt mooi was, was de letterkundige A.L. Sötemann. Zaterdag overleed hij op 82-jarige leeftijd. Bij zijn befaamde analyse van 'De moeder de vrouw' probeerde Sötemann de fouten van dit gedicht symbolisch of metafysisch te duiden. Hij accepteerde de onvolkomenheden niet, maar probeerde ze op te lossen. Zo meende hij dat de schippersvrouw wel degelijk 'bij' het roer moest staan omdat het schip onder Jezus' hoede vaart: Hij is de eigenlijke stuurman. En die twee overzijden? Juist, Nijhoff wilde benadrukken dat het aardse bestaan lang van gene zijde gescheiden is geweest, maar dat die zijden nu door de brug weer buren worden. A.L. Sötemann 'bewees' dat gedichten mooi kunnen zijn. Niet door honderd keer verrukt uit te roepen hoezeer een vers je raakt, maar door regel voor regel serieus te nemen wat er staat. Zo heeft Sötemann niet alleen Nijhoff een grote eer bewezen, maar alle dichters die hij onder handen nam - al zou Sötemann waarschijnlijk nooit zeggen dat hij dichters onder handen nam, maar gedichten. Zijn duidingen richtten zich altijd op een analyse van de tekst. Sötemann doceerde ruim twintig jaar aan de universiteit van Utrecht. Hij becommentarieerde werk van Nijhoff, Leopold, Roland Holst, Boutens en Bloem. Maar hun diepste inzichten leek hij zelden te delen. Anders lag dat bij de hedendaagse dichter Gerrit Kouwenaar, over wie hij vier jaar geleden nog de schitterende studie 'Verzen als leeftocht' schreef. In Trouw zei hij toen dat Kouwenaars levensopvatting hem op het lijf geschreven was. Dat hij zich herkende in de visie van Kouwenaar die de tijd omschreef als een stortkoker zonder bodem: ,,Ook ik besef dat met het ouder worden de 'toekomst tot kortzicht vernederd is'.'

Deel dit artikel