Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Waarom het doodgewone, onveranderlijke, stof is voor poëzie

Home

Wim Boevink

herfst © Wim Boevink
KLEIN VERSLAG

Het doodgewone, onveranderlijke, is stof voor poëzie. De dagen rijgen zich aaneen, evenals de Kleine ­Verslagen. Opstaan uit je stoel, naar het raam lopen, naar buiten kijken, je omdraaien, weer gaan zitten. En dat duizend maal. 

Zo circulair is het leven. Nu ja, voor mensen als ik die ­dagelijks enige uren achter een bureau doorbrengen. Maar mensen als ik, daar zijn er veel van.

Lees verder na de advertentie

Bij dat naar buiten kijken lees ik de hemel en de wolken en ook de beweging van het moerbeiblad om kracht en richting van de wind te schatten. Ik onderzoek het weer, en de vraag (bij mooi weer) of het niet spijtig is dat ik daarvan geen deel uitmaak en (bij slecht weer) of ik me niet gelukkig moet prijzen niet die gebogen fietser te zijn, daar op straat.

Allemaal secondenwerk.

Er zijn momenten waarop mensen als ik daarna niet terugkeren naar hun stoel. Ik loop de trap af en de gang door, richting keuken. Daar gaan kastdeuren open, waarachter misschien proviand verborgen ligt, iets hartigs, iets zoets, iets wat afleidt van dat bureau en die stoel.

Is dat niet afdoende, dan is er nog de gang naar de woonkamer en de tuin (bij mooi weer) en in de tuin het pad naar het tuinatelier of de schuur, maar dat is misschien niet weggelegd voor alle mensen als ik.

Bij het atelier draai ik me om naar het huis, het huis met zijn uitbouw, zijn poppen van Buurman & Buurman voor het slaapkamerraam (waarom de achterbuurvrouw vaak moet lachen), zijn grijze dakpannen.

Ik bezie de heggen, het gras, de in de warme herfst opbloeiende planten en struiken, de hop, de langzaam verkleurende wingerd, een laatste passiebloem. Het seizoen van de vergankelijkheid is begonnen.

Het mooiste seizoen.

Tenminste, voor mensen als ik, die hun eigen herfst naderbij zien komen. Niks onstuimigs hoor, een rustig, ­zonnig najaar.

In het tuinatelier ligt een rood kleed op de vloer, een kleurige kroonluchter hangt aan de balk, aan de wanden ingelijste prenten van Joost Swarte en een blote mevrouw van Gustav Klimt. Het is er fris, maar het is nog te vroeg in het jaar om de gaskachel te ontsteken.

Zeuren

Dan begint, zoals zo vaak, het bureau weer te zeuren en te trekken. Ik ken dat, wij kennen dat.

Ik loop terug over het tuinpad, over het terras, de woning in, maar stel de gang naar boven nog even uit. Via de voordeur en de voortuin steek ik de straat over, en draai me opnieuw om om naar het huis te kijken.

Het gaat deels schuil achter de breed uitwaaierende moerbeiboom, waarvan de takken elk voorjaar worden teruggesnoeid om hem in toom te houden. Moerbeien zijn eigenlijk ongecoupeerd nog mooier dan bos- of parkbomen, dit soort althans, dat het zonder zijderupsen stelt, anders dan de moerbeien op de Peloponnesos, in de vallei van Sparta en tegen de hellingen van Mystra.

Tussen de takken door zie ik het raam van de werkkamer, waar dat bureau wacht, het raam waardoor ik naar buiten kijk nadat ik van mijn stoel ben opgestaan om de hemel en de wolken te lezen en ook de beweging van het moerbeiblad om de kracht van de wind te schatten en de richting.

En dadelijk haal ik in de voortuin het verkoopbord van de makelaar neer.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen.

Lees hier andere verslagen. 

Deel dit artikel