Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Waarom heeft de mens een ’blinde darm’?

Home

Sander Becker

Eerst iets rechtzetten. In de volksmond spreken we van een ’blinde-darmontsteking’, maar eigenlijk klopt die term niet. Het is namelijk niet de blinde darm – een doodlopende zijsteeg aan het begin van de dikke darm – die ontstoken raakt, maar het zogeheten wormvormige aanhangsel, in potjeslatijn appendix vermiformis genoemd. Dit ielige darmslangetje van 5 à 10 centimeter, inderdaad opvallend wormachtig, bungelt onderaan de echte blinde darm (zie pijl).

Nu we anatomisch zijn bijgepraat, buigen we ons over de vraag: wat heeft die rare worm voor nut? Door de eeuwen heen hebben medici zich daarover het hoofd gebroken, zonder bevredigend resultaat. Er wordt wel gedacht dat het aanhangsel iets met de afweer te maken heeft, maar duidelijkheid daarover ontbreekt.

De appendix wordt dan ook algemeen beschouwd als overbodig. Maar waarom is hij in de loop van de evolutie dan niet weggefilterd? Het ding veroorzaakt immers een berg ellende: maar liefst 6 procent van de westerse bevolking moet onder het mes omdat de ontstoken ’blinde darm’ ondraaglijk pijn gaat doen. Vroeger lieten veel dan die patiënten het leven. Dat had evolutionair een sterke filtering moeten opleveren, maar nee dus.

De enige verklaring voor deze paradox, stellen chirurgen en immunologen van de Duke Universiteit in Amerika, is dat de appendix toch een functie heeft. En die menen ze na wat speurwerk te hebben gevonden.

Het aanhangsel dient volgens hen als reservoir van nuttige bacteriën. Onder normale omstandigheden wemelt het in de darmen van de micro-organismen. De meeste zijn goed; ze helpen bij de vertering van voedsel. Maar tijdens een hevige darminfectie spoelen onze inwoners volgens de Amerikanen massaal weg, op de golven van de diarree. Vanuit het aanhangsel, dat buiten de stroom ligt en dus ongerept blijft, zouden de goede bacteriën zich vervolgens opnieuw over de darm verspreiden.

Niet voor niets noemen de Amerikaanse deskundigen de appendix een ’veilige haven’ voor micro-organismen. In een paradijselijke rust zouden de bacteriën zich er aan de voortplanting wijden, om pas in geval van lichamelijke nood naar buiten te kruipen.

Vroeger kan dat handig zijn geweest, in de tijd dat we nog in kleine stammen leefden. Werd zo’n stam door cholera geveld, dan was er bijna geen mens meer over om de ’leeggespoelde’ zieken van nieuwe bacteriën te voorzien. Tegenwoordig, in de dichtbevolkte wereld, ligt dat anders. Daarom hebben we de appendix nu minder hard nodig, denken de Amerikanen. In elk geval missen we hem na een operatie niet.

Mooie theorie, reageert de Leidse hoogleraar maag-, darm- en leverziekten D. Hommes. „Maar het is onzin dat alle bacteriën tijdens een infectie uit de darm wegspoelen. Hooguit verandert de samenstelling iets.” Wel zou de appendix kunnen helpen om die samenstelling constant te houden. „Ook dat is een aardig idee, maar erg speculatief. Voorlopig zijn we er nog niet.”

Deel dit artikel