Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Waarom Franse kinderen wel stil zitten aan tafel

Home

Iris Pronk

© Thinkstock

Doet u mij de suite maar, zeg ik tegen de receptioniste van een chic Frans hotel. Ik sta voor haar desk in een besmeurde spijkerbroek, een ondergekotst kind aan elke hand. Kan niet schelen wat het kost, na drie weken kamperen en een afmattende autorit zijn wij toe aan een bad.

Eenmaal schoon willen we eten. Dat kan in een tuin vol platanen, aan tafeltjes met linnen en kristallen glazen erop, te midden van dames in jurken en heren in colberts. Naast onze dochters zien we nog één ander kind: een Frans meisje van een jaar of zeven, met blonde pijpenkrullen en een fijn gezichtje.

Dat meisje zit roerloos achter haar bord. Zeker anderhalf uur lang. Terwijl haar ouders rustig tafelen (ik zie slakken, eend met vijgen, chocolademousse en kaas) beweegt zij alleen haar wenkbrauwen als ze mijn dochters ziet rennen door de tuin. Alsof ze denkt: wat zijn dát voor rare wezentjes? Wat maken die een kabaal.

Opvoedadviezen uit Parijs
Aan dat meisje moet ik denken als ik, vlak na de vakantie, het boek van de Amerikaanse journaliste Pamela Druckerman lees. Dat heet 'Franse kinderen gooien niet met eten. Opvoedadviezen uit Parijs'; het verschijnt binnenkort in Nederland. De titel intrigeert me; weliswaar gooiden mijn dochters in dat restaurant ook niet met eten, maar ze trokken wel aan het tafellinnen en stootten nét niet de glazen kapot. Hun peperdure kindermenu aten ze met hun handen. Ook andere gasten fronsten hun wenkbrauwen.

Volgens Druckerman, die drie kinderen in Parijs opvoedt, is dit meisje geen uitzondering. Zelf vindt zij uit eten met kinderen een bezoeking die 'een eigen ring in Dantes Inferno zou kunnen vormen'. Haar kinderen doen wat de mijne doen: zoutvaatjes omkieperen, suikerzakjes openscheuren, sprintjes trekken door het restaurant. Boven de tafels van de Fransen vermoedt zij 'een onzichtbare beschavende kracht'. "Er wordt niet gegild en niet gejengeld. Iedereen eet één gang tegelijk. En hun tafels zijn volkomen ravagevrij."

Die observatie vormt het begin van een vermakelijk en leerzaam boek, waarin Druckerman de Amerikaanse opvoedstijl vergelijkt met de Franse. En zich afvraagt: hoe krijgen die Franse moeders het voor elkaar dat hun kroost niet kliert aan tafel? Wat doet zij, als Amerikaanse, verkeerd?

Onhandelbaar
Druckerman beschouwt zichzelf als representant van de Amerikaanse middenklasse, die een al veel beschreven opvoedprobleem heeft. Amerikanen zijn hyperouders, helikopterouders, overbezorgde types die hun kinderen kniebeschermers ombinden omdat ze zich in de speeltuin kunnen bezeren. Die hoge eisen stellen aan hun kroost, dat al in de buik moet luisteren naar Mozart, en niet veel later Baby Einstein-dvd's bekijkt. Toegeeflijk zijn ze ook, Amerikaanse ouders zeggen nauwelijks 'no'. Met als gevolg: verwende, onhandelbare kinderen.

Het duurt even voordat Druckerman het geheim heeft ontrafeld van haar tegenpolen: de beheerste Parijse moeders, die ze overigens steevast typeert als superslank, sexy gekleed, hooggehakt en zorgvuldig opgemaakt. Dat lijkt een detail, of een persoonlijke obsessie van de journaliste, die zelf beweert te zijn veranderd in een mollig moederdier met slordige paardenstaart en dito joggingbroek. Maar het slanke postuur van de Franse vrouw - eerder beschreven in 'Waarom Franse vrouwen niet dik worden' van Mireille Guiliano - is te herleiden tot dezelfde vaardigheid als het beschaafde restaurantgedrag van haar kinderen.

Snoepen
Die vaardigheid heet: het uitstellen van bevrediging. Franse kinderen leren dat hun behoeftes niet direct worden vervuld. Ze bakken 's ochtends met hun moeders de heerlijkste taarten, maar mogen daarvan niet proeven, ook niet van het deeg. Want Fransen snoepen maar eenmaal daags, om vier uur 's middags tijdens de goûter. En ook dat is geen 'eet-maar-raak-festijn', schrijft Druckerman, maar een 'kleine capsule van geduldtraining'. Zegt moeder 'nu heb je genoeg gehad', dan gaat de taart terug in de koelkast. Zelf snoept ze overigens niet mee.

Dat snoeprantsoen is een van de redenen waarom Franse kinderen niet met eten gooien: ze hebben honger, dat eten moet in hun mond! Het zet Druckerman aan het denken, en mij met haar: in onze handtassen zit altijd wel een koekje, lolly of doosje rozijnen, om kleuterruzies of dreigend wangedrag te smoren.

De Amerikaanse graaft dieper, ze ontdekt hét sleutelwoord van de Franse opvoeding. Dat is attend, wacht. Met attendre beginnen Franse ouders al direct na de geboorte: als hun baby 's nachts huilt, dan wachten zij even, pakken hun kind niet op. Meestal valt het dan weer in slaap, met drie of vier maanden slapen Franse kinderen gewoon door.

Leren wachten
Het Amerikaanse kind verkeert 'in een apart kinderdomein', constateert de journaliste. Zijn ouders volgen hem daarin, begeleiden hem naar vioolles en de speeltuin, vergoelijken zijn ongemanierdheid. Het Franse kind draait mee in de grotemensenwereld: het moet 'bonjour' en 'merci' zeggen, vier gangen leren eten, en vooral: wachten. In het weekend sluiten veel Parijse ouders hun slaapkamerdeur; pas als die 's ochtends open gaat, mogen hun kinderen binnenkomen. Tot die tijd moeten zij zichzelf vermaken.

Amerikaanse moeders offeren zich op voor hun kinderen, vallen grotendeels samen met hun rol. Franse moeders moeten óók vrouw blijven, compleet met een slank lijntje.

Druckerman beschrijft een fotoreportage in een Frans tijdschrift voor moeders, rond de Franse actrice Géraldine Pailhas. Die loopt op de ene foto rokend achter een buggy, leest op een andere een biografie van Yves Saint Laurent, duwt op een derde een kinderwagen voort in een zwarte avondjurk, op onmogelijk hoge hakken. Zij is, aldus het onderschrift, 'de puurste expressie van vrouwelijke vrijheid', "altijd gericht op haar kinderen, maar niet vastgeketend aan het idee van de volmaakte moeder die, zo verzekert zij ons, 'niet bestaat'".

Van jongs af aan
Franse moeders en vaders hebben recht op grotemensentijd, op zondagochtend en in het restaurant. En dus moeten hun kinderen zichzelf leren beteugelen. Dat kun je kinderen niet tijdens één restaurantbezoek leren, dat vergt een intensieve training van jongs af aan. Snelle, praktische tips voor ravagevrije tafels en ongestoorde conversaties biedt Druckermans boek dan ook niet.

Het geeft wel een mooi inkijkje in hoe culturele verschillen het opvoedgedrag van ouders kunnen kleuren. Natuurlijk zijn er ook dikke Franse moeders, en onhebbelijke Franse kinderen, en Amerikaanse ouders die hun zonen en dochter keurig 'thank you' leren zeggen. Maar als beelden overtuigen ze: de strenge Franse ouders, die hun kinderen grootbrengen in een strak kader, maar daarbinnen veel vrijheid gunnen. En de overbezorgde Amerikanen, die zo druk zijn met de kniebeschermers en de hoogbegaafdheid van hun kind, dat ze vergeten het manieren bij te brengen.

Rondrennen
Rare jongens, die Amerikanen. Liever zou ik mezelf herkennen in de kalme Parisiennes. Maar in die restauranttuin onder de platanen zit ik op hete kolen. Waarom duurt het zo lang voordat het eten komt? Dat houden mijn arme meisjes, die de hele dag op de achterbank zaten, toch niet vol?! Nee hè, brengen die obers eerst óns eten! Moeten die kinderen nog langer wachten, geen wonder dat ze woest rond gaan rennen.

Ook mijn vriend zit ietwat gespannen achter zijn zalm. Dan zegt hij: "Volgens mij doen die obers het expres. Het is een test." Klopt, denk ik na lezing van Druckermans boek. Een test die moet uitwijzen of wij onze kinderen hebben geleerd dat wachten erbij hoort.

Volgende zomer gaan we vast weer kamperen in Frankrijk. Dat geeft ons één jaar om te verfransen en die test te herkansen.

Pamela Druckerman, 'Franse kinderen gooien niet met eten. Opvoedadviezen uit Parijs' verschijnt 27/9 bij Balans.

Deel dit artikel