Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Waarom Assad moet winnen

home

Ghassan Dahhan

Damascus, 7 januari: mannen houden een baby omhoog. Het kind is gered uit het puin, na een luchtaanval door de Syrische luchtmacht. © reuters
Essay

De Syrische president Al-Assad is een schurk. Zijn tegenstanders willen hem kwijt. Maar als hij vertrekt, is de ramp niet te overzien. Dus moet Assad blijven.

 
Als oorlog hel is, dan behoort burgeroorlog tot de diepste en heetste laag van de hel

De honderden jongens en meiden die in maart 2011 in de Zuid-Syrische stad Deraa de straat opgingen tegen het repressieve regime van Basjar al-Assad hadden nooit kunnen voorzien dat hun actie de katalysator zou zijn van de wreedste burgeroorlog die het Midden-Oosten in de afgelopen decennia heeft gekend. De beelden van weerloze burgers tegenover nietsontziende agenten en soldaten lieten niemand onberoerd. De reacties varieerden van petities en donaties voor vluchtelingen tot vechten aan de zijde van salafistische rebellen.

Nog altijd draait de Syrische gehaktmolen op volle toeren; zo'n 130.000 Syriërs zijn sindsdien om het leven gekomen - de VN is deze week maar gestopt met tellen. "Als oorlog hel is, dan behoort burgeroorlog tot de diepste en heetste laag van de hel", schreef de Luxemburgse historicus Arno Mayer in zijn meesterwerk over het geweld dat volgde op de Franse en Russische revoluties. In Syrië is in de afgelopen drie jaar tijd meer afgebroken dan in honderd jaar is opgebouwd. Bouwwerken die het geweld van de kruisvaarders, Mongolen, Ottomanen en de Fransen hebben doorstaan, zijn in de burgeroorlog verwoest.

Laat eis op rechtvaardige oplossing vallen
Iedereen die het beste met Syrië voor heeft, vindt dat het conflict zo snel mogelijk beëindigd moet worden. "Het Syrische volk kan zich niet nóg een jaar, nóg een maand of zelfs nog maar één dag van geweld en vernietiging veroorloven", zei VN-chef Ban Ki Moon vorige maand. Of het nu activisten, politici of deskundigen zijn, de aangedragen oplossingen voor het conflict zijn ingegeven door dezelfde wens: vrede in Syrië.

Maar weinigen zijn bereid om het belangrijkste obstakel voor vrede weg te nemen: de absolute eis dat het conflict uitmondt in een rechtvaardige oplossing. Assad moet weg, want een man met zoveel bloed aan zijn handen kan toch niet aan de macht blijven? Hoe begrijpelijk deze reactie ook is, het aanblijven van het regime is juist de enige mogelijkheid op vrede.

Vredesbeweging IKV Pax Christi pleitte afgelopen zomer in Trouw voor militaire actie tegen Damascus: "Een regering, die niet in staat of niet bereid is haar eigen bevolking te beschermen tegen oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, verliest de rechtmatige claim op de soevereiniteit over haar grondgebied." Ook GroenLinks-voorman Bram van Ojik bepleitte militair ingrijpen nadat chemische wapens waren ingezet. Mensenrechtenorganisatie Amnesty International meldde onlangs geen bezwaar te hebben tegen het leveren van wapens aan de Syrische opstandelingen door het Westen, mits die een 'rigoureuze mensenrechtenkeuring' hadden ondergaan.

Het was twee jaar geleden een goed idee geweest om het geweld te stoppen door middel van internationale militaire interventie tegen het Assad-regime. Maar terwijl ingrijpen tegen Syrië nog steeds tot de mogelijkheden behoort, kan vrede daarvan helaas niet meer de uitkomst zijn. Daarvoor is de burgeroorlog te complex geworden, met steeds meer spelers.

Democratische fundamentalisme
Sommige mensenrechtenorganisaties hechten impliciet meer waarde aan een 'legitieme vertegenwoordiging van de Syrische bevolking' dan aan de beëindiging van het conflict. De Algerijnse schrijver Rachid Mimouni vergeleek begin jaren negentig dit 'fundamentalisme van de democratie' met zijn islamitische equivalent: "Beide groepen houden verkrampt vast aan principes, waarvan zij de letterlijke toepassing eisen." Westerse scherpslijperij ten tijde van het democratisch experiment in Algerije (waaruit een burgeroorlog voortvloeide) vergeleek hij met artsen die meer interesse hebben "voor de ziekte dan voor de toestand van de patiënt en het gevaar dat deze loopt".

Lees verder na de advertentie
Homs, 1 januari: kinderen in een belegerde wijk. Uitgehangen gordijnen moeten sluipschutters het zicht benemen. © reuters

 
Vertaald naar Syrië, dringt de conclusie zich op dat de vrede het meest gebaat is bij een snelle overwinning van de sterkste partij

In zijn gewaagde artikel 'Give War a Chance' poneerde de Amerikaanse militair-strateeg Edward Luttwak eind jaren negentig de stelling dat de kortste route naar vrede doorgaans verloopt langs de weg van de militaire overwinning van de sterksten op de zwaksten. Bestanden, eindeloze vredesbesprekingen en internationale vredesmachten hebben meestal tot gevolg dat de zwakste partij de kans grijpt om het militaire evenwicht te herstellen, waardoor het conflict langer voort zal slepen, met meer doden tot gevolg, aldus Luttwak.

Vertaald naar Syrië, dringt de conclusie zich op dat de vrede het meest gebaat is bij een snelle overwinning van de sterkste partij: Assad. Want zijn regime is de enige partij in het conflict die al haar vijanden kan verslaan - al kan dit nog jaren duren. De leugen die het regime verkondigde aan het begin van de opstand, dat zonder Assad het land in chaos zou vervallen, is na bijna drie jaar oorlog waarheid geworden.

Waar Assad de bevolking niets anders kan bieden dan de orde van de dictatuur, hebben de rebellen niets anders te bieden dan gewelddadige chaos. Met Assads vertrek zou de strijd losbarsten tussen honderden gewapende groeperingen met de uiteenlopende en onverenigbare ideologieën, die alle maar één doel hebben: hun ideologie opleggen aan de bevolking. Concurrerende rebellen die deze week het hoofdkwartier van de Islamitische Staat in Irak en de Levant (Isis) in Aleppo innamen: dat is slechts een voorproefje van de uitzichtloze strijd die nu al, met Assad nog in het zadel, losbarst.

Stop de steun 
Het versterken van de 'seculiere' oppositiekrachten, zoals het Westen nu probeert, zou in het gunstigste geval resulteren in een Assad-regime zonder Assad. Die oppositie is namelijk van zo'n marginale omvang dat ze zich als regerende partij slechts zou kunnen handhaven door middel van extreme repressie.

Al-Kaida, Isis, en de iets minder extreme Ahrar al-Sham zijn alledrie afzonderlijk aanzienlijk sterker dan het 'gematigde' Vrije Syrische Leger. Er is een belangrijk verschil tussen Assad en deze rebellen. Assad mag zwaar leunen op alawieten, zijn regime bestaat ook uit soennieten - wat illustreert dat het Assad niet te doen is om de fysieke eliminatie van bevolkingsgroepen, zoals wel wordt beweerd.

De rebellen komen er openlijk voor uit bevolkingsgroepen te willen elimineren: alawieten en sjiieten in de eerste plaats, en later ongetwijfeld ook de christenen. Ook vrouwen (door al het geweld vermoedelijk de meerderheid van de bevolking) moeten het ontgelden als de radicalen het voor het zeggen krijgen.

Het Westen moet zijn morele en materiële steun voor de Syrische oppositie staken om het Syrische volk meer leed te besparen. De goede bedoelingen van de 'Vrienden van Syrië' - een bont genootschap van westerse en Arabische landen die het vertrek eisen van Assad - hebben de kansen van een islamitisch kalifaat aanzienlijk vergroot. De steun aan de 'seculiere' rebellen heeft hen blootgesteld aan enorme gevaren (veel leden van het Vrije Syrische Leger zijn omgekomen in een strijd die ze nooit konden winnen), maar bovendien de islamisten versterkt. Veel 'seculieren' zijn trouwens met door het Westen geleverde wapens overgelopen naar de islamisten.

Bekaa-vallei (Libanon), 13 december: kind in een door sneeuw en vorst getroffen vluchtelingenkamp. © afp

 
Het beeld dat geregeld in de media opduikt dat Assad uit is op het doden van zoveel mogelijk burgers is ongegrond

De huidige steun aan de Syrische oppositie doet denken aan gebeurtenissen tijdens de Opstand van Warschau in 1944 tegen de Duitse bezetter - ook al is het Assad-regime niet te vergelijken met het naziregime, en lijken de rebellen evenmin op de Poolse opstandelingen. De Sovjet-Unie had de inwoners van de Poolse hoofdstad opgeroepen tot een opstand, maar bleef op een steenworp afstand toekijken toen vijftigduizend Duitse soldaten de bevolking afslachtten. Meer dan 150.000 Polen kwamen hierbij om het leven.

De Syrische dissidente kunstenaar 'Jamil', die in 2012 genomineerd was voor de Prins Claus Prijs, stelde twee jaar geleden in deze krant dat met het gewapende verzet in Syrië 'het politieke debat te gronde' is gericht. "Nu draait alles om de vraag: wie is de sterkste? Dat is een strijd die Assad kan winnen", schreef de kunstenaar.

Intomen van Turkije
Zoals de zaken er nu voor staan, moet Assad in vredesnaam maar winnen. En wel zo snel mogelijk. De Syrische regering - die net als de Iraakse regering in een strijd tegen Al-Kaida is verwikkeld - heeft daarbij modern wapentuig nodig, waarmee het de rebellen gerichter kan uitschakelen.

Het klopt dat mensenlevens Assad weinig waard zijn in zijn overlevingsstrijd. Maar het beeld dat geregeld in de media opduikt dat Assad uit is op het doden van zoveel mogelijk burgers is ongegrond. Genocidale acties - zoals bijvoorbeeld Assads Iraakse collega Saddam Hoessein ondernam tegen Koerden en sjiieten in de jaren tachtig en negentig - zijn achterwege gebleven in Syrië, terwijl Assad daar wel de middelen voor heeft. Hoewel het Syrische regime ontegenzeglijk verantwoordelijk is voor veel oorlogsmisdaden, deelt Assad de verantwoordelijkheid voor de vele doden met de (deels door het Westen gesteunde) rebellen.

Het Westen zal natuurlijk geen wapens willen leveren aan de leider die het in de afgelopen drie jaar heeft geprobeerd uit het zadel te helpen. Wel mag van het Westen geëist worden dat het Assads bondgenoot Rusland geen strobreed in de weg legt om de Syrische krijgsmacht te (her)bewapenen (een aantal keren zijn op grond van Europese regelgeving Russische transporten tegengehouden). Hef het embargo op de invoer van militaire goederen aan Syrië op, of verleng het op zijn minst niet.

Het Westen moet daarnaast zijn Arabische bondgenoten en Navo-lid Turkije intomen, in plaats van oogluikend toe te staan dat zij extremistische groeperingen bewapenen.

Redding van ondergang
Het sluiten van de grenzen is de eerste en belangrijkste stap naar vrede in Syrië. De wrede Griekse Burgeroorlog (1944-1949) tussen communistische rebellen en de Griekse regering werd op vergelijkbare wijze beëindigd. De regering won op het moment dat buurland Joegoslavië besloot de hulp aan de communistische rebellen stop te zetten en de grens dichtgooide. De dictatuur die volgde was verschrikkelijk, maar nog altijd minder erg dan de geweldsorgie gedurende de burgeroorlog.

Aleppo, 15 december: een vrouw met haar kinderen, na een bombardement op een wijk in handen van de rebellen. © afp

 
De geharde strijders die ervoor kiezen om door te vechten, wacht waarschijnlijk een verschrikkelijk lot

Voor de gematigde Syrische rebellen is overgave de enige mogelijkheid om hun land van de ondergang te redden. Enkele honderden hebben die stap al genomen. Het verhaal van ex-rebel Ziad Abu Jabal uit de stad Homs, die vorig jaar samen met een aantal strijdmakkers is overgelopen naar de Syrische regering, is veelzeggend. "Toen wij deelnamen aan de demonstraties (tegen het regime van Assad) eisten we meer rechten", vertelde hij. "Maar nu we de verwoesting en de macht van de jihadisten van dichtbij hebben meegemaakt, hebben we een overeenkomst gesloten met de regering."

De geharde strijders die ervoor kiezen om door te vechten, wacht waarschijnlijk een verschrikkelijk lot. De buitenlandse djihadisten in Syrië (volgens een recente schatting tussen de 8500 en 11.000) maken weinig kans dat ze levend uit de strijd komen.

Vrijwillige terugkeer naar hun land van herkomst is ook geen aanlokkelijk perspectief: hun wachten de kerkers en martelkamers van Saoedi-Arabië en Jordanië, de twee landen met het grootste aantal Syriëgangers. Het mag heel vreemd klinken dat de door deze landen gesteunde rebellen thuis zo'n vijandig onthaal zal wachten. Maar de verklaring is eenvoudig: beide landen zijn blij dat ze deze radicale onderdanen kwijt zijn in Syrië, en daarmee aartsvijand Assad opzadelen met hun probleem.

Einde van de Syrische droom
Het grote aantal djihadisten op een relatief klein oppervlak is een groot gevaar voor Syrië, maar biedt tegelijkertijd ook kansen. In plaats van zich te verspreiden over verschillende landen, hebben de internationale djihadisten ervoor gekozen om zich in Syrië te nestelen, waar ze volledig uit de obscuriteit zijn getreden. Strijders van Al-Kaida in Syrië rijden op sommige plaatsen zelfs in tanks. Hierdoor is Al-Kaida ook kwetsbaar geworden voor aanvallen; nooit eerder heeft zich de mogelijkheid voorgedaan om duizenden djihadisten militair te verslaan.

Maar hoe ziet een naoorlogs Syrië eruit met Basjar al-Assad aan het roer? Hoewel veel mensen zullen huiveren bij dit idee, zijn weinigen zich ervan bewust dat de huidige (legitieme) regeringen van bijvoorbeeld Algerije, Colombia of Sri Lanka de voortzetting zijn van de wrede regimes die nog geen twintig jaar geleden (de laatste zelfs tot drie jaar geleden) op dezelfde wijze als Assad een einde maakten aan een rebellie. Tegelijkertijd zullen maar weinigen - de mensenrechtenorganisaties incluis - willen beweren dat deze landen nu slechter af zijn dan tijdens de burgeroorlogen, of terugverlangen naar de terugkeer van de rebellen.

Een overwinning van Assad betekent het einde van de Syrische droom van een democratische en rechtvaardige samenleving. Maar het zal Syrië ook doen ontwaken uit de nog verschrikkelijkere nachtmerrie met meer dan honderdduizend doden, miljoenen gewonden, duizenden vermisten, vier miljoen vluchtelingen en de vernietiging van 's lands culturele rijkdommen.

Voor de meerderheid van de bevolking in burgeroorlogen prevaleren overlevingsdrang en de zucht naar vrede boven de partijprogramma's van de strijdende partijen. Burgers zoeken veiligheid en zekerheid en vaak is de staat, hoe wreed deze ook is, de enige die dat kan bieden.

Met één hand op de rug gebonden
Syrië zal geen democratie worden, het politieke systeem blijft onverminderd repressief. Maar dit is nog altijd te prefereren boven de totale anarchie waarin het land zich nu bevindt. Syrië zal nooit meer zijn zoals het was. De prominente rol van de gehate politie en inlichtingendiensten zal deels worden opgeëist door het ooit zo geliefde leger - dat nu de ruggegraat van het regime vormt.

 
Westerse regeringen zullen samen met Assad optrekken om Al-Kaida en het djihadistische gevaar in te dammen, wat diens terugkeer naar het internationale politieke toneel vergemakkelijkt

Daarnaast zal Syrië niet meer strak geleid kunnen worden vanuit Damascus. Door de strijd heeft het regime veel (gevechts)taken uit handen moeten geven aan volksmilities, verspreid over het hele land. Het verzwakte Assad-regime zal rekening moeten houden met deze nieuwe krachten, en regeren met één hand op de rug gebonden.

Hopelijk volgt Syrië hetzelfde traject als Griekenland en Spanje, landen die net als Syrië een wrede burgeroorlog doorstonden en een aantal decennia moesten wachten op de komst van democratie (sommige journalisten schreven destijds de wreedheden in Spanje en Griekenland, net als momenteel in Syrië, toe aan de wrede mentaliteit van het volk en de eeuwenlange cultuur van geweld).

Assad zal persona non grata blijven voor de meeste regeringen, en genoegen moeten nemen met een rol als het geheime liefje van westerse inlichtingendiensten.

De geschiedenis leert dat djihadisten, net als in Algerije in de jaren negentig, waarschijnlijk hun frustraties op het slagveld niet alleen zullen botvieren op de bevolking, maar ook op landen die in hun ogen 'heulen met de vijand', in de vorm van terroristische aanslagen.

Gun vluchtelingen vrede
Westerse regeringen zullen samen met Assad optrekken om Al-Kaida en het djihadistische gevaar in te dammen, wat diens terugkeer naar het internationale politieke toneel vergemakkelijkt. Onder anderen voormalig CIA-directeur Michael Hayden zei onlangs al dat hij Assad prefereert boven de rebellen. De banden tussen Damascus en Irak, dat ook slag levert met Al-Kaida, zijn al versterkt. Landen die zich openlijk uitspraken voor de val van Assad, zoals de VS, Groot-Brittannië en ook Turkije beginnen zich te realiseren dat de strijd te zeer uit de hand is gelopen.

Het Westen heeft al veertig jaar goed zaken gedaan met het Assad-regime, zowel met Basjar al-Assad als met zijn even wrede vader. Assads vlekkeloze medewerking aan de vernietiging van het Syrische chemische arsenaal laat nog eens zien dat dit een rationeel regime is - waarvan de harde repressie overigens ook een uiting is.

Dat Assad een schurk en een oorlogsmisdadiger is, is minder relevant voor de miljoenen Syrische vluchtelingen dan hun uitzicht op een veilig bestaan.

Gun het Syrische volk vrede en geef Assad, hoe immoreel dit ook klinkt, een kans.

Ghassan Dahhan (1985), buitenlandredacteur van Trouw, is politicoloog (UvA en King's College London) en specialist terrorisme en gewapende opstanden in het Midden-Oosten.

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.