Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Waar is onderzeeër O-13 verloren gegaan?

Home

Maarten van Riel

Een ongedateerde foto van de Hr. Ms. O-13 op zee. In 1940 raakte de onderzeeboot vermist en hij werd tot nu toe niet teruggevonden © Collectie familie Capelle-Van Elswijk

Het is juli 1937 als in de Amsterdamse Kinkerbuurt een fotokaart wordt bezorgd aan Sjoerdtje van Elswijk-Deen. Op de voorzijde staat haar man, korporaal-monteur Antoon van Elswijk, afgebeeld. Hij is gezeten aan een bureautje en kijkt liefdevol naar een foto van zijn vrouw. Op de achterkant staat geschreven: 'Eerst even kijken naar je alvorens te gaan schrijven. Waar ik alleen van hou is Sjoerdtje.'

Blijkens het personeelsdossier was A.P. van Elswijk (in 1927 in dienst getreden) op dat moment in 'De Oost' - het huidige Indonesië. Hij was op 12 januari 1937 vertrokken voor een periode van twee jaar. Bij zijn terugkomst in 1939 verhuisde het echtpaar van Amsterdam naar Den Helder, alwaar Van Elswijk werd geplaatst bij de Onderzeedienst en Sjoerdtje in verwachting raakte. Kort na de geboorte van hun dochter werd het gezinsgeluk verstoord: Nederland raakte betrokken bij de Tweede Wereldoorlog en in de vroege ochtend van 10 mei koos de Hr. Ms. O-13 het ruime sop, met Antoon van Elswijk aan boord - hij was op het laatste moment ingevallen voor iemand met een gebroken been. Terwijl het Nederlandse leger een verloren strijd voerde, arriveerde de O-13 in Zuid-Engeland om vervolgend koers te zetten naar Dundee, Schotland. Vanuit de Schotse havenplaats vertrok de onderzeeboot op 12 juni naar een patrouillegebied bij de ingang van het Skagerrak. Een week later werd de boot per radio teruggeroepen, maar toen de O-13 na twee dagen nog niet in Dundee was teruggekeerd, kreeg de marinestaf in Londen het vermoeden dat de onderzeeboot verloren was gegaan.

Scheepskist
Meer dan 72 jaar later vertelt het echtpaar Capelle-Van Elswijk in een fraai Amsterdams herenhuis over de tragische episode uit hun familiegeschiedenis. Aan de hand van een scheepskist vol met brieven en foto's construeert Adrie van Elswijk het leven van haar vader, die ze nooit heeft gekend. Ze was een baby van drie maanden toen de O-13 in juni 1940 verdween. "Mijn moeder overleed in 1998 en heeft nooit zoveel verteld over wat er was gebeurd. Ik weet wel dat ze in 1940 een brief heeft ontvangen die was geadresseerd aan 'De weduwe A.P. van Elswijk'. Toen dacht ze: wat is dit nu voor flauwekul. Ze liep met een baby op haar arm door het huis, en dan: 'Hierbij delen wij u mede dat uw man is gesneuveld...' Daar sta je dan in de gang. Dat is toch niet te geloven?" Niet lang daarna vertrokken moeder en dochter uit de havenstad. In de nacht van 24 op 25 juni 1940 was Den Helder zwaar gebombardeerd door de Britten en kwamen 38 burgers om het leven. Bevreesd voor meer bombardementen verliet een aanzienlijk deel van de inwoners de stad - van de 38.000 mensen die er in 1940 woonde, waren er slechts 9000 over in mei 1945. "Mijn moeder zei altijd: er vielen altijd bommen op Den Helder, en dus vertrokken we naar Amsterdam, waar haar ouders woonde. Later werd ik naar Friesland gebracht, maar ik weet dat er herhaaldelijk brieven werden bezorgd bij mijn moeder over de dood van mijn vader. De laatste brief dateert van augustus 1945, dat is meer dan vijf jaar na de vermissing van de O-13!" Die laatste brief is, blijkens het archief van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie, de schriftelijke verklaring van het overlijden op basis waarvan een geldbedrag van bijna duizend gulden aan weduwe Sjoerdtje van Elswijk kon worden uitgekeerd.

Zeven jaar geleden is er een eerste zoekactie geweest naar de O-13, maar zonder resultaat. Kapitein-luitenant-ter-zee Jouke Spoelstra is als expeditieleider belast met de coördinatie van de zoektocht en is optimistisch gestemd over de aanstaande zoekactie. "We gaan nu een veel groter gebied afzoeken, van 50 bij 50 mijl groot (6400 vierkante kilometer). In dat gebied ligt de vaarroute én het patrouillegebied van de O-13. Hier maken we de meeste kans om de onderzeeboot te vinden."

Emotioneel
Adrie van Elswijk was zeer verheugd toen ze een brief ontving met daarin de aankondiging van de zoekactie naar de O-13. "Er is een periode geweest dat ik veel bezig was met mijn vader. Toevallig las ik in 1995 een artikel in de krant over een andere vermissing. Ik heb toen de schrijver van het artikel gebeld. Zijn vader bleek ook te zijn omgekomen op zee en hij vertelde over de jaarlijkse herdenking op 4 mei in Den Helder. Sindsdien gaan wij daar ieder jaar heen. De eerste keer was dat heel emotioneel - en ik was vijandig. Mijn man heeft toen voor mij de hoogst aanwezige officier aangewezen, en daar ben ik op afgestapt met de vraag waarom er niet naar de O-13 werd gezocht, naar mijn vader. Het antwoord, iets over geld, heb ik maar half aangehoord, want ik ben boos weggelopen."

Sinds 1984 zijn vermist geraakte onderzeeboten teruggevonden, maar van de O-13 is de minste informatie omtrent de laatste positie bekend. "Voor andere boten konden we een tactische analyse maken met behulp van oorlogsdagboeken en ooggetuigenverslagen, maar van de O-13 is vrijwel niets bekend. Deze zoekactie is om die reden tevens de moeilijkste", aldus Spoelstra.

Afsluiting
Het lokaliseren van de O-13 moet niet alleen meer duidelijkheid verschaffen over wat zich 72 jaar geleden heeft afgespeeld, het is ook noodzakelijk om de status van oorlogsgraf te verlenen aan de O-13. Maar bovenal moet de zoektocht als een sluitstuk dienen voor een tragische episode in de familiegeschiedenis van de vele nabestaanden (verenigd in het Comité Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945), zoals Adrie van Elswijk. "Als ze hem vinden, dan is het klaar. Dan kan het worden afgesloten en krijgt het een gezicht, zo van 'daar ligt mijn vader'. Dan kunnen we er bloemen leggen en heeft het een plek. Een vermissing van al meer dan zeventig jaar is toch anders. En dat doet wat met een mens. Tijdens een van die herdenkingen in Den Helder sprak een man mij ooit verbitterd toe: 'Jouw vader heeft je ten minste nog in de armen gehad, maar mijn moeder was nog in verwachting van mij'. Zo'n subtiel verschil, zoveel verdriet. Ik ben altijd blij dat-ie mij nog heeft vastgehouden. En ik denk wel eens, op het moment van zinken, heeft hij toen aan mij en mijn moeder gedacht, wetende dat hij ging sterven?"

Lees verder na de advertentie

Had de Hr. Ms. O-13 een aanvaring met de Wilk?
Het meest gangbare scenario dat de ondergang van de Hr. Ms O-13 verklaart is het zogeheten Wilk-incident. De Poolse onderzeeboot Wilk, evenals de O-13 tot het negende flottielje behorend, was op 19 juni 1940 onderweg naar een patrouillegebied toen men kort na middernacht een silhouet waarnam aan de horizon. Op dat moment beval de Poolse wachtsofficier op de brug volle kracht vooruit te gaan en stuurde de boeg naar stuurboord, op ramkoers. De andere onderzeeboot reageerde minder snel en werd door de scherpe steven van de Wilk geraakt. Op die manier kon een gat in de scheepshuid worden gedrukt. In de dagen na het nachtelijke incident heeft geen enkele onderzeeboot schade gemeld, terwijl de Wilk wel beschadigd raakte bij de aanvaring. Dat doet vermoeden dat de andere onderzeeboot is gezonken. Er voeren op dat moment slechts twee onderzeeboten in dat gebied, op routes die weinig van elkaar verschilden, en dat waren de Wilk en de O-13. Bij de ondergang van de O-13 zijn 31 Nederlanders en drie Britten om het leven gekomen.

Deel dit artikel