Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

VVD krijgt met opstand koekje van eigen deeg

Home

Hans Goslinga

Even een raadseltje. Welke politicus zei: 'Wie hard werkt, mag heel veel verdienen, zeker als wij daar allemaal beter van worden'. Nee, het was niet Hans Wiegel. Het was, hoe klassiek-liberaal het ook klinkt, evenmin een andere VVD'er. Het was de toenmalige minister van financiën en PvdA-aanvoerder Wouter Bos in een Kamerdebat over topinkomens in 2007, anderhalf jaar voor de kredietcrisis.

De opvallende uitspraak van Bos kon worden gezien als een uitdrukking van de liberale triomf na de val van het communisme in 1989: We are all liberals now. Maar sneller dan hij kon bevatten, volgde zijn bekering toen met het uitbreken van de kredietcrisis het vrije spel van de maatschappelijke krachten op zijn grenzen liep. Bos nationaliseerde een bank en hoorde zijn Luxemburgse collega Juncker, een christen-democraat, tegen de Europese collega's zeggen: 'We are all socialists now'.

Het zijn krankzinnige dagen, noteerde hij verbijsterd in zijn dagboek. Nog maar kort tevoren had hij het oude beginselprogram van zijn partij, dat opriep tot nationalisatie van het bankwezen, ten grave gedragen. Hij had nog in 2007 in de Kamer de miljoenensalarissen van Klaas Jan Huntelaar en Marco Borsato verdedigd, omdat je bijzonder talent te gelde moet kunnen maken. Nu stelde Bos vast dat de drang naar 'meer, meer, meer' de oorzaak van alle ellende vormde. Toppunt van ironie was dat hij de leiding over de nieuwe staatsbank in handen gaf van een liberaal, Gerrit Zalm.

Er zit dus een zekere historische logica in dat de huidige politieke leiders van VVD en PvdA de liberale en socialistische visie in hun regeerakkoord bij elkaar hebben gebracht. Dat ze die met elkaar hebben verbonden, is te veel gezegd. Het akkoord is ook niet geheel vrijwillig tot stand gekomen, maar afgedwongen door de politieke omstandigheden en voorgeschiedenis. De verkiezingsuitslag maakte noch een centrum-links, noch een centrum-rechts meerderheidskabinet mogelijk.

Dat het nu vonkt en knettert, is begrijpelijk. Hoewel de kredietcrisis heeft aangetoond dat de overheid uiteindelijk toch het laatste bastion is waarop burgers in tijd van nood kunnen vertrouwen, hebben de opeenvolgende VVD-leiders de overheid jaren achtereen verdacht gemaakt. Hun mantra was en is: vrijheid voor de burgers door belastingverlaging en verkleining van de overheid.

Dit radicale evangelie van de economen Friedman en Hayek is hier niet zo ver doorgedrongen als in Amerika. Daar wil het meest geharnaste deel van de Tea Party-beweging zelfs van het ministerie van onderwijs af. Maar feit is dat ook de kredietcrisis de VVD niet van haar geloof heeft gebracht. Zo zal ook de verwoesting die de orkaan Sandy aan de oostkust van de Verenigde Staten heeft veroorzaakt, er niet toe leiden dat tegenstanders van overheidsbemoeienis met het milieu ineens van mening veranderen.

Het premie-oproer in de liberale gelederen is dus in zekere zin een koekje van het eigen dogmatische deeg. De 'hardwerkende Nederlander' die Rutte met succes tot zijn bondgenoot maakte, keert zich nu als vanzelf tegen hem. De ware staatsman let volgens Machiavelli altijd op tijd en omstandigheden en wendt die in zijn voordeel aan, maar dat is moeilijk voor Rutte. Doordat hij zijn boodschap van 'kleine overheid, vrije markt, lagere lasten' zowel in goede als slechte tijden verkondigde, heeft hij thans weinig ruimte om te manoeuvreren.

Die ruimte is nog kleiner geworden, nu zijn verre voorganger Wiegel de premiekwestie heeft gekoppeld aan het spookbeeld van het kabinet-Den Uyl (1973-77). Het is waar dat in die periode de inkomensverschillen zijn verkleind, maar in de jaren tachtig zijn zij door het verlagen van de uitkeringen weer vergroot en sindsdien grosso modo gelijk gebleven. Overigens bracht Den Uyl, al speelde hij wel met die gedachte, geen plafond in het loongebouw aan, maar legde hij alleen de vloer wat hoger. Het minimumloon werd al in 1968 ingevoerd onder het kabinet-De Jong, dat steunde op christen-democraten én liberalen.

Met de nivelleringsdrift van de PvdA is het, in weerwil van het beeld van 'socialistisch jaloeziedenken' dat Wiegel er vakkundig heeft ingeramd, dus nogal meegevallen. In de jaren negentig werkten de sociaal-democraten zelfs zo gretig mee aan het vergroten van de particuliere welvaart door belastingverlagingen, dat de armoe van publieke voorzieningen als onderwijs en zorg er schril bij begon af te steken. Daardoor ontstond een politieke voedingsbodem voor de Fortuynrevolte in 2002.

Of een inkomensherverdeling via de zorgpremies gelukkig is, is de vraag. De strategische betekenis is dat de door liberalen verfoeide nivellering de PvdA in staat stelt zich de SP van het lijf te houden, zoals het strenge immigratiebeleid en de verlaging van het ontwikkelingsbudget de VVD moeten dienen in de strijd met de PVV. Dat de PvdA-kiezers de prijs die hun partij betaalt voor de samenwerking zo gemakkelijk accepteren, zeker in vergelijking met de commotie bij de VVD-achterban, is misschien nog wel het opmerkelijkste in de gebeurtenissen van deze week. Het legt nogal pijnlijk de oude waarheid bloot dat het hemd nader is dan de rok.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie