Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vrouwensport heeft minder haantjes en meer opofferingsgezindheid

Home

Marijn de Vries

Shanice van de Sanden tijdens de wedstrijd tegen Zweden. © Getty Images
Column

Ik kan mijn ogen niet van haar afhouden. Dat had ik al bij de wedstrijden op tv, maar nu ik in het stadion zit, heb ik het helemaal. Ze is één brok vreugde op voetbalschoenen: Shanice van de Sanden. 

En dat niet alleen. Overal tegelijk is ze. In het achterveld, dreigend. Halverwege de flank, popelend om een bal aan te nemen. Trappelend van ongeduld om naar voren te stormen. Om, eenmaal daar, te constateren dat ze wéér te snel was - want er staat behalve de door vier verdedigers omringde Vivianne Miedema nog niemand voor het doel.

Lees verder na de advertentie

Als je tv kijkt, speelt het grootste deel daarvan zich buiten je blikveld af. Maar op de tribune van stadion De Vijverberg is kijken naar Van de Sanden al een feestje op zich. De focus op haar gezicht, de gretigheid in haar blik. De razendsnelle sprintjes, de trucs waarmee ze tegenstanders omzeilt. Haar lichaamstaal is een en al bravoure. Maar vooral het vieren vind ik mooi. Wat is het lang geleden dat ik een voetballer zo uitbundig vieren zag. Wat zeg ik? Ik heb misschien wel nooit een voetballer zo hartstochtelijk uit haar dak zien gaan als zij.

Dit is misschien wel het grootste misverstand over vrouwensport: de veronderstelde haat en nijd.

Misverstand

Als de coach haar wisselt, voor het publiek en voor de eer, zwaait ze haar armen in de lucht om het volle stadion tot meer gejuich op te zwepen. Met haar hand aan haar oor laat ze merken dat het nog best een tikkie harder kan. En eenmaal aan de kant, bij de wisselspeelsters vlak onder de plek waar ik op de tribune zit, ontsnapt er een euforische oerkreet aan Van de Sandens mond. Haar hele lijf doet mee, terwijl de bankzitters haar high fiven en omhelzen.

Dit is misschien wel het grootste misverstand over vrouwensport: de veronderstelde haat en nijd. Hoe vaak ik wel niet gehoord heb: jullie zullen wel veel roddelen achter elkaars ruggen om. Vrouwen zijn immers kattekoppen, ze gunnen elkaar niks. Maar niets is minder waar. Voor haat en nijd is geen ruimte als je professioneel je sport bedrijft. Tenminste, niet meer dan in mannenteams. De saamhorigheid onder vrouwen is daarentegen des te groter. Minder haantjes, meer opofferingsgezindheid, minder egoïsme, het écht samen willen doen.

Je mag het suf vinden, of iets voor in de kleedkamer, zoals ze na de wedstrijd in een kring staan voor een eindpraatje, armen om elkaar heen. Maar dit is wel wat een team een team maakt.

Ereronde

Dat zag je zaterdag na het eindsignaal perfect. Het samen vieren van Oranje met Van de Sanden gehuld in een Nederlandse vlag dansend voorop. Maar ook het samen treuren van de Zweden - of bijvoorbeeld de Belgen, in de poulewedstrijd daarvoor. Je mag het suf vinden, of iets voor in de kleedkamer, zoals ze na de wedstrijd in een kring staan voor een eindpraatje, armen om elkaar heen. Maar dit is wel wat een team een team maakt. Dat hoeft niet achter gesloten deuren. Laat dat maar in de openbaarheid zien. Niet alleen samen winnen. Ook samen verliezen.

Minder haantjes, meer op­of­fe­rings­ge­zind­heid, minder egoïsme, het écht samen willen doen.

De ereronde van Oranje lijkt intussen niet lang genoeg te kunnen duren, bijna beginnen de meiden nog een keer opnieuw. Alle tijd nemen ze voor selfies met volwassenen en kinderen langs de kant. Een kwartier na de wedstrijd lopen de Leeuwinnen nog altijd vierend over het veld - en ik betrap mezelf erop dat ik nog steeds sta te klappen om hun aanstekelijke uitbundigheid.

Je mag het niet vergelijken - en dat wil ik ook allerminst. Maar wat gun ik de mannen van Oranje, al was het maar voor vijf minuten, de onbevangenheid en het genieten van Van de Sanden en haar team.

Deel dit artikel

Dit is misschien wel het grootste misverstand over vrouwensport: de veronderstelde haat en nijd.

Je mag het suf vinden, of iets voor in de kleedkamer, zoals ze na de wedstrijd in een kring staan voor een eindpraatje, armen om elkaar heen. Maar dit is wel wat een team een team maakt.

Minder haantjes, meer op­of­fe­rings­ge­zind­heid, minder egoïsme, het écht samen willen doen.