Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vrouwen maakten Tiffany-lampen

Home

Cees Straus

De ontwerpers van de beroemde Tiffany-lampen waren vooral vrouwen. De mannen maakten bezwaar tegen gelijke betaling.

Klaproos, blauwe en goudenregen, pioenroos, sleutelbloem, narcis en Oost-Indische kers, maar ook vlinders en libellen–prachtig gestileerd zijn ze op de lampekappen van de beroemde verlichtingsarmaturen van Louis Comfort Tiffany terug te vinden.

Het zijn niet bij uitstek vrouwelijke onderwerpen die in het bont gekleurde glas zijn te vinden, maar sinds kort is wel bekend dat de lampen niet door Tiffany zelf maar door de zogeheten Tiffany-girls zijn ontworpen en vervolgens uitgevoerd. De werkplaats van de bekende New Yorkse ondernemer en vormgever werd grotendeels bevolkt door vrouwen.

Dat atelier stond onder leiding van de tot voor kort onbekende ontwerpster Clara Driscoll. De vondst van door haar geschreven brieven in de archieven van de Kent State University Library en de Queens Historical Society in New York heeft de opvattingen over het bedrijf van Tiffany zodanig op zijn kop gezet dat het tijd werd om door middel van een breed opgezette presentatie het beeld over de populaire lampen grondig te veranderen.

Het leidde ook tot een toernee van deze presentatie die eerder in een New Yorks historisch museum startte en nu het Singer Museum in Laren aan doet om later in het jaar naar de beroemde Villa Stuck in München te verhuizen. In het Singer wordt door middel van een intrigerende expositie alle recht aan de glasmakende girls gedaan.

Hoewel de naam Tiffany een bekende klank heeft, leidt dat ook tot een zekere mate van verwarring. Tiffany staat immers ook voor uiterst kostbare juwelen, die vanuit een al even chique zaak op Fifth Avenue worden verkocht. De lampen en verwante glasramen worden echter allang niet meer gemaakt noch als nieuw verkocht. Tiffany’s lampen werden geproduceerd, net zoals trouwens het glas dat er een wezenlijk bestanddeel van was, door Louis Comfort Tiffany, die leefde van 1848-1933. Louis Comforts vader runde de firma Tiffany & Co. in wiens opdracht de met diamanten bezette juwelen werden vervaardigd.

L.C. Tiffany moet zich bij het ontwerp van zijn glas-in-loodramen hebben laten leiden door de beroemde Engelse kunstenaars die deel uitmaakten van de Arts and Crafts Movement, zeg maar de Britse art nouveau. Aan het eind van de negentiende eeuw besloot hij om naast de ramen ook schemerlampen te gaan produceren.

Als ontwerpster voor de nieuwe lampen trok hij de jonge, zeer getalenteerde kunstenares Clara Driscoll aan, die in 1888 bij het bedrijf in het glasvak was geschoold. Vier jaar later kwam Driscoll aan het hoofd van de ontwerpafdeling te staan, waarbij ze leiding gaf aan enkele tientallen vrouwen. Zij voerden Driscolls ontwerpen uit, een bezigheid die met grote perfectie moest worden uitgevoerd.

Dat gebeurde in groepen: een of twee vrouwen deden het modelleerwerk (waarbij de ontwerptekening op koper werd overgebracht), vervolgens knipte een tweede groep vrouwen de glasplaten in kleine stukken, waarna een andere groep ze weer samenvoegde met koper- of bronsstrips.

In de maat van de lampen zitten weinig variaties: het ontwerp werd steeds getekend op een massieve houten bol met een doorsnee van 40 of 63 centimeter. Dat, gevoegd bij het feit dat het meeste glas nogal donker is gekleurd en bijna rechtstandig neervalt op de donker bronzen voet, leidt ertoe dat de lichtopbrengst uiteindelijk zeer gering is. De Tiffany-lampen waren dan ook eerder bedoeld als sfeermakers dan als lees- of bureaulampen.

Het feit dat Driscoll, die net als haar werkgever behoorlijk onder invloed van de Arts & Crafts Movement moet hebben gestaan, zo vaak voor florale motieven in combinatie met elegante insecten koos, ligt wel enigszins voor de hand, gezien de tijd waarin ze voor Tiffany werkte. Aan het einde van de negentiende eeuw stonden in Europa de toegepaste kunsten in het teken van de art nouveau in de romaans georiënteerde landen en de Jugendstil en Wiener Sezession in de Duitstalige landen (in Nederland werden beide termen beurtelings door elkaar gebruikt, in het geval van Jan Toorop en Johan Thorn Prikker wordt ook wel gesproken van de slaoliestijl).

In de tijd van de art nouveau stond eerlijk vakmanschap, gekoppeld aan een sterke hang naar de natuur en het oorspronkelijke voorop. Kunstenaars moesten niet alleen mooie schilderijen maken, ze mochten hun talent ook inzetten voor meubels, glaswerk, boekomslagen of zelfs complete woninginrichtingen. Kortom, het is de tijd van het Gesamtkunstwerk waarin de architect even goed vormgever als beeldend kunstenaar was. Om die reden kon L.C. Tiffany dus even goed een venster naar een beroemd schilderij in glas-in-lood laten maken als een lamp, een vaas of een muurmozaïek.

Met de komst van Clara Driscoll bij Tiffany brak een zeer vruchtbare periode voor het bedrijf aan. Er bleek behoorlijk veel vraag naar de glasproducten, al werd dat weer niet vertaald in hogere lonen. Wel kregen de Tiffany-girls (op de afdeling van Driscoll werden er soms 35 geteld, maar de meesten verdwenen na enige tijd omdat ze trouwden of ander werk vonden) voor hun werk even veel betaald als de mannelijke werknemers. De vrouwen konden ook hun loon verhogen met bonussen als ze een bepaalde productie bereikten, en als ze weinig glas braken.

De gelijkwaardige honorering leidde tot scheve ogen: in 1903 dreigde een staking onder de mannelijke personeelsleden die tegen gelijke honorering van vrouw en man waren. Hogere lonen leidden er niet toe dat de vrouwen zich ooit een kostbare lamp konden permitteren die ze zelf hadden gefabriceerd. Zelfs hoofdontwerpster Clara Driscoll heeft in haar tijd bij Tiffany geen lamp gekocht – zij kreeg voor een week werken slechts 35 dollar.

Wie de lampen wel kocht, was kunstkenner en -verzamelaar Anna Singer-Brugh. Met haar collectie legde zij de basis voor de twee musea in Laren (NH) en Hagerstown bij Washington (DC). De hanglamp met het goudenregenmotief die al een kleine eeuw in de eetkamer van villa De Wilde Zwanen (nu onderdeel van het Singer Museum) hangt, is nu ingezet als de binnenkomer op de expositie. Het is de enige lamp gebleven in de eigen collectie van het museum.

Op de tentoonstelling zijn lampen van overal op de wereld bijeengebracht, maar de organiserende New York Historical Society is het best vertegenwoordigd. Daar zit dan ook met 130 objecten dan ook een van de grootste Tiffany-collecties ter wereld.

Met Clara Driscoll is het nooit meer goed gekomen. Ze verliet Tiffany in 1909, vlak voor haar huwelijk met Edward Booth. Het zou haar einde als commercieel kunstenares betekenen. Hoewel ze nadien prachtige zijden sjaals heeft ontworpen, haalde ze daarmee nooit meer het succes van de kleurige lampen in Tiffany's naam..

Deel dit artikel