Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vroeger waren de campagnes nog veel grover

Home

Co Welgraven

Het campagnefilmpje van de VVD was in 1972 ook al hard van toon. Op de foto Hans Wiegel in 1971. © ANP

Het filmpje is sterk gedateerd, langdradig en oubollig, maar de boodschap is glashelder: de politieke tegenstanders van de VVD deugen voor geen meter. Terwijl de jonge liberale leider Hans Wiegel rustig door het herfstbos wandelt en op de achtergrond aangename klassieke muziek klinkt, komen uit de mond van de lijsttrekker harde woorden: "De Partij van de Arbeid en D66 vallen ons altijd aan op het feit dat we geen echt sociaal beleid zouden voeren. In wezen zijn dat pure leugens."

Er is dus anno 2012 niks nieuws onder de zon, zegt politicoloog Annemarie Walter terwijl ze haar laptop dichtklapt. "Steeds lees ik in kranten en hoor ik op radio en tv dat de verkiezingscampagnes in Nederland aan het verharden zijn, dat ze negatiever worden nu politici elkaar voor leugenaar uitmaken en dat we Amerikaanse toestanden krijgen. Dat is echt niet het geval. Wie dat zegt, heeft geen historisch besef. Negatieve campagnes zijn van alle tijden."

Het filmpje van Wiegel dateert uit het najaar van 1972. De campagne dat jaar was snoeihard, net zoals die van vijf jaar later. Het was de tijd van de polarisatie tussen links en rechts. Maar ook in de jaren tachtig en negentig en begin deze eeuw ging het er soms fel aan toe.

Groter gevaar dan Osama Bin Laden
In haar laptop heeft Walter (27) vele filmpjes als illustratie, en ze bezit een vuistdik archief met krantenknipsels. De voorbeelden van negatieve campagnes, een onderwerp waarop zij dit voorjaar aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde, zijn talloos: politici die elkaar een zwak karakter en ijdeltuiterij toeschrijven, die 'stoten onder de gordel' uitdelen, die elkaar beschuldigen dat ze draaien en oneerlijk zijn, en die elkaar voor leugenaars uitmaken. Met als dieptepunt misschien wel de uitval van Pim Fortuyn naar D66-minister Els Borst: "Een gelukkig 2002 wens ik mevrouw Borst, onze dolende minister van wachtlijsten, die in haar eentje een groter gevaar vormt voor de Nederlandse volksgezondheid dan Osama Bin Laden." Let wel: dit was kort na de aanslagen op de Twin Towers in New York.

Zulke woorden zijn in deze verkiezingsstrijd nog niet gevallen. De leugentjes van Mark Rutte en Diederik Samsom zijn daarbij vergeleken klein bier. Dat desondanks het beeld bestaat dat campagnes in Nederland door de jaren heen aan het verharden zijn, komt volgens Walter doordat sommige uitspraken in de media sterk worden uitvergroot: "De woorden van Jan Peter Balkenende tegen Wouter Bos in een radiodebat in 2006: 'U draait en bent oneerlijk', domineerden toen de campagne. Ze komen steeds terug, zelfs nu, zes jaar later, hoor je ze weer, ze worden onevenredig vaak herhaald. Terwijl het in feite toch niet zo'n harde aanval was. In de jaren zeventig ging het er veel grover aan toe, ik heb genoeg materiaal om dat te bewijzen. Maar toen werden de uitspraken niet zo uitvergroot als nu."

Conflict
Met negatieve campagnes is trouwens helemaal niet zoveel mis, vindt Walter: "Politiek bestaat nu eenmaal bij de gratie van conflict, politiek ís conflict. Er zullen altijd over en weer aanvallen van politici zijn. Die kunnen voor de kiezers heel verhelderend zijn, ze maken de verschillen duidelijk. De ruzie tussen Rutte en Samsom vorige week ging in eerste instantie over CPB-cijfers in de verre toekomst, die zijn voor iedereen moeilijk. Maar de discussie die daarop ontstond maakte duidelijk hoe de twee dachten over het aanpakken van de werkloosheid, het zei iets over karakter en betrouwbaarheid. Dat is belangrijk voor de kiezer om te weten."

Van politicoloog Philip van Praag is de gevleugelde uitspraak dat politieke campagnes in Nederland kort, onprofessioneel en goedkoop zijn, zeker vergeleken met die in de VS. Daar is de campagne voor de presidentsverkiezingen van 6 november al ruim een jaar geleden begonnen. Barack Obama trekt maar liefst een miljard dollar uit, zijn rivaal Mitt Romney mogelijk nog meer.

Geen coalitie
Uit het onderzoek van Walter blijkt dat in de campagnes in Nederland minder vaak tegenstanders worden aangevallen dan in de VS. "Bij ons ligt het percentage negatieve uitingen over andere partijen tussen de 20 en 30, in Amerika tussen de 30 en 40. Kijk je naar persoonlijke aanvallen, dan komen die in de VS in 15 procent van de tv-spots voor, in Nederland is dat percentage 4."

De verschillen zijn heel goed verklaarbaar. De Verenigde Staten kennen een tweepartijenstelsel: een stem op de Democraten gaat rechtstreeks ten koste van de Republikeinen. Die partijen hoeven na de verkiezingen geen coalitie aan te gaan, ze kunnen elkaar dus onder uit de zak geven, en doen dat ook uitbundig. Groot-Brittannië kent iets dergelijks: Labour versus de Conservatieven, al moest die laatste partij twee jaar geleden wel een coalitie aangaan met de Liberaal-Democraten om een meerderheid te krijgen.

In Nederland moet er na de verkiezingen altijd een coalitie komen, van drie, en mogelijk nu wel van vier of vijf partijen. Dat maakt politici wat voorzichtiger in hun aanvallen, want je hebt je rivaal misschien nog nodig. Wat dat betreft lijkt de situatie in Nederland meer op die in Duitsland, waar de campagnes weliswaar fel kunnen zijn, maar sterk inhoudelijk, minder op de persoon en meer op de partijen gericht, en waar geen enkele partij de absolute meerderheid zal krijgen.

Effect niet aangetoond
Het is onder wetenschappers een permanente discussie of negatieve campagnes wel werken. Annemarie Walter: "Er zijn een heleboel experimenten gedaan. Sommige wetenschappers in de VS zeggen: ja, het helpt. Maar andere wetenschappers zeggen: we zien geen enkel effect, het slaat zelfs terug, het heeft een averechts effect. Er is hoe dan ook geen onomstotelijk bewijs. En in landen met een meerpartijenstelsel, zoals Nederland, is er nog nooit onderzoek op dit punt gedaan; ik zou dat graag doen."

Politieke partijen zouden wel eens in de verleiding kunnen komen hun toon te verharden, zegt de politicoloog: "De media willen het graag, want een conflict verkoopt en is goed voor de kijkcijfers. Neem een tv-presentator als Tijs van den Brink die tot drie keer toe aan een lijsttrekker vraagt: 'Zegt u nu dat hij jokt?' En er komt een steeds grotere groep zwevende kiezers die overgehaald moeten worden. Maar tot nu toe is niet aan te tonen dat de campagnes negatiever worden, niet in Nederland, maar ook niet in andere Europese landen."

Lees verder na de advertentie

Groot-Brittannië: het zieke oor van de arme Jennifer kon Labour niet redden
In 1992 was de angst onder Britse Conservatieven zo groot dat ze de verkiezingen voor het Lagerhuis zouden verliezen dat het rechtse pulpblad The Sun vrijwel over de volle voorpagina kopte: 'Als Kinnock vandaag wint, wil de laatste persoon die Groot-Brittannië verlaat dan het licht uitdoen?' Neil Kinnock was destijds de voorman van de socialistische Labourpartij. The Sun voerde een hetze tegen Labour waarbij de aanval van De Telegraaf op de SP van Emile Roemer deze week geheel en al verbleekt.

Legendarisch is de rol die het oor van een Brits meisje, Jennifer, in de campagne dat jaar speelde. In een tv-spot liet Labour weten dat de vijfjarige Jennifer al ruim een jaar moest wachten op een eenvoudige ooroperatie, zozeer hadden de Conservatieven de National Health Service verkwanseld. Terwijl een rijkeluiskind met dezelfde klacht bij wijze van spreken dezelfde dag nog geholpen kon worden in een privékliniek.

Spijtig genoeg voor Labour was de grootvader van Jennifer een trouw lid van de Conservatieven die zijn partij ruim van tevoren inlichtte, zodat die meteen na de uitzending met een inhoudelijk sterke reactie kon komen. Er ontspon zich een felle discussie over het inzetten van een kleuter in een verkiezingsstrijd, met als onderliggende boodschap dat de gezondheidszorg bij de Conservatieven niet veilig was. Nog steeds wordt in Groot-Brittannië in debatten over wat wel en niet toelaatbaar is in politieke campagnes naar dit voorbeeld verwezen. Of het nou aan The Sun lag, of aan het spotje rond Jennifer, feit is dat Labour, dat vrijwel tot de dag van de verkiezingen in de peilingen voorlag, de slag uiteindelijk verloor. De Conservatief John Major bleef premier.

Verenigde Staten: opponenten afgeserveerd als homo, lafaard, buitenlander of moslim
In de Verenigde Staten kunnen aanvallen op politici zo hard en persoonlijk zijn dat ze erdoor in tranen uitbarsten. Dat overkwam de Democratische presidentskandidaat Edmund Muskie in 1972 toen hij zich buiten in de vrieskou voor het oog van de camera's verweerde tegen verhalen in de pers dat zijn vrouw aan de drank zou zijn. Muskie heeft altijd volgehouden dat het vocht op zijn wangen geen tranen waren, maar smeltende sneeuw. Maar zijn optreden betekende wel het einde van zijn campagne.

In 1988 kwam presidentskandidaat Michael Dukakis, ook een Democraat, in problemen toen een gedetineerde op proefverlof een vrouw verkrachtte. Dukakis, gouverneur van Massachusetts, had toestemming voor dat verlof gegeven. De Republikeinen maakten daarop gehakt van hem, en vergaten voor het gemak dat de procedure voor het proefverlof was ingesteld door de voorganger van Dukakis als gouverneur, een Republikein.

George W. Bush was een meester in negatieve campagnes. Hij serveerde in 2000 zijn Republikeinse concurrent John McCain af door te laten onthullen dat deze een buitenechtelijk kind had verwekt - in werkelijkheid was het een geadopteerd kind van McCain uit Bangladesh. Ook staken aanhangers van Bush tijdens de voorverkiezingen geruchten in dat McCain homo zou zijn. De arme man had vervolgens geen schijn van kans meer.

Vier jaar later werd de Democratische rivaal van Bush, John Kerry, doeltreffend onderuitgehaald. In ingenieuze tv-spotjes zaaiden veteranen twijfel over het heldhaftige optreden van Kerry in de Vietnamoorlog, waarvoor hij hoge onderscheidingen had gekregen. Algemeen wordt aangenomen dat de staf van Bush achter deze smear campaign zat. Kerry, die lange tijd een voorsprong had gehad in de peilingen, verloor de verkiezingen.

Vier jaar geleden kreeg Barack Obama het op vele fronten zwaar te verduren. Zijn contacten met de omstreden zwarte dominee Jeremiah Wright keerden zich tegen hem. Ook werden vraagtekens gezet bij zijn staatsburgerschap: was hij wel in de VS geboren? En was hij niet eigenlijk moslim? Zijn tegenstander McCain distantieerde zich van deze negatieve campagne.


Deel dit artikel