Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vrijheid, maar niet voor iedereen

Home

MEINDERT VAN DER KAAIJ

Trouw werd opgericht als verzetskrant, die streed voor soevereiniteit en vrijheid. Hoe anders werd daarover gedacht als het ging om 'ons Indië'. De Indonesische strijd voor onafhankelijkheid moest desnoods met harde hand bestreden worden.

Oud-Trouw-redacteur Ben van Kaam (1931) was zelf nog een jongen toen Nederland duizenden soldaten naar Nederlandsch-Indië stuurde om daar met geweld 'het gezag' te herstellen. Hij kwam uit een gereformeerd nest en wist niet beter dan dat Nederland in zijn volste recht stond om dat te doen. Vanaf eind jaren vijftig leerde hij zijn hoofdredacteur Sieuwert Bruins Slot goed kennen. Na diens dood in 1972 bewerkte Van Kaam zijn onvoltooide autobiografie.

Juist omdat Van Kaam hem zo van dichtbij had meegemaakt kwam in latere jaren telkens weer de verbijstering boven. "Hoe kon deze man, die in de bezettingsjaren echt niet uit gekwetste nationalistische gevoelens in het verzet was gestapt, in deze hoek terecht zijn gekomen." Dan kwam ook de twijfel boven: "Zou de poging om het onbegrijpelijke, begrijpelijk te maken opgevat kunnen worden als goedpraten?"

De verbijstering kwam in 2006 terug toen Herman Smit promoveerde op zijn dissertatie 'Gezag is gezag', die de houding en vooral de denkwereld van gereformeerden tijdens de dekolonisatie tot in detail beschreef. "Het kwam allemaal weer boven. Het was allemaal nog veel erger geweest dan ik had gedacht."

Herman Smit (1934) was lid van de ARP, later het CDA, en was tot aan het eind van zijn carrière voor die partij burgemeester van onder meer Dalfsen en Zwartsluis. Als gymnasiast veroordeelde hij de opstand van de rebellen tegen het 'wettige gezag' van de Nederlanders. Soekarno vond hij de Indische Mussert en hij was ervan overtuigd dat het overgrote deel van de inlandse bevolking snakte naar de terugkeer van de Nederlanders die orde op zaken moesten stellen. Hij herinnert zich levendig de juichstemming op school toen eindelijk de politionele acties begonnen, zoals die eufemistisch werden genoemd.

Veel later groeide bij Smit de verbazing over de standpunten die gereformeerden innamen, maar meer nog over de zelfverzekerdheid en de stelligheid waarmee die werden verdedigd. Tegenstanders kregen, ook in Trouw, forse verwijten naar het hoofd geslingerd. "Landverraad of hoogverraad, lafhartige desertie, neo-hitlerisme en fascisme, streven naar een nationaal-socialistische dictatuur, het is maar een bloemlezing", zegt Smit. "Bruins Slot haalde mensen door het slijk. Over een toch zeer gematigd koloniaal bestuurder als Van Mook schreef hij zo'n honderd stukken, die dropen van haat en verdachtmakingen. Dat had met christelijke naastenliefde weinig te maken. Het was schandalig, ik heb er geen ander woord voor."

Toen na de bevrijding van Nederlandsch-Indië in augustus 1945 de eerste nationalistische stemmen klonken, stond de ARP snel met een oordeel klaar. Het ging om de rebellie van een extremistische minderheid, om misleide intellectuelen, door Japan vergiftigde jongeren, om rampokkende bendes die door terreur en intimidatie de goedwillende meerderheid onderdrukten.

Die geluiden waren afkomstig van Jan Schouten, op dat moment de onbetwiste leider van de ARP. Hij behoorde tot de oprichters van het illegale Trouw en was in 1943, overigens voor iets anders, gearresteerd en opgesloten in concentratiekamp Mauthausen. Dat overleefde hij en hij werd vervolgens fractievoorzitter in de Tweede Kamer. Zijn gezag kon in 1945 moeilijk worden overschat. Iedereen keek tegen hem op, hij had zich immers geen 'schuilkelderpoliticus' getoond. Schouten had zijn leven geriskeerd voor zijn overtuiging en dat maakte indruk.

Schouten verkondigde al na de eerste ongeregeldheden dat het Nederlandse gezag in Indië het enige wettige en bevoegde gezag was. Verzet daartegen vond hij niets minder dan revolutie. Dat bleef hij tot aan zijn dood vinden. Die overtuiging was onwankelbaar, want gebaseerd, zoals Trouw dikwijls stipuleerde, op Romeinen 13, de brieven van apostel Paulus aan de Romeinen. Die tekst, de visie van gereformeerden op macht en bestuur, stelt dat alle machten op aarde afgeleid zijn van de macht van God. Verzet daartegen staat gelijk aan verzet tegen God. Het was die God die het Nederlandse volk had geholpen in de strijd tegen de Spaanse koning en 'wiens adem de Spaanse armada verstrooide'.

De Duitse bezetter had het lef om het wettige gezag te roven dat God de Nederlanders had toegekend. Dit was de reden waarom relatief zoveel gereformeerden het verzet zouden ingaan en verzetskrant Trouw oprichtten. Het was dat principe dat wederom bovenkwam toen nationalisten in Indië de onafhankelijke republiek Indonesië afkondigden. Het fascinerende is dat beginselen die in het ene tijdperk onmiskenbaar tot 'goed' leidde, in de jaren daarna naadloos overging in een 'fout' standpunt.

De Bersiap, de gewelddadige opstand die in oktober 1945 ontstond en die duizenden Nederlanders het leven kostte, bevestigde de gereformeerden in de juistheid van hun standpunt. Zij verwezen naar de geschriften van hun voorman Groen van Prinsterer die zich fel had verzet tegen revolutie. Hij voorspelde dat die uiteindelijk zijn eigen kinderen zou opeten en dat was precies wat er gebeurde. Nederland moest ingrijpen en als het niet anders kon met harde hand.

Het waren volgens Smit 'legalistische' argumenten waarmee gereformeerden hun standpunten verdedigden. Heel opvallend vond hij dat mannen als Schouten en Bruins Slot nooit een serieuze poging hebben ondernomen om te praten met de andere kant. "Want als één zuil in Nederland had kunnen weten wat er echt onder de opstandelingen leefde, dan was het de gereformeerde zuil wel. Door de zending waren er heel goede contacten in Indië. Alarmerende signalen van bekende gereformeerde zendingsmensen als Bavinck, Verkuyl en Van den Brink werden echter in de wind geslagen. Sterker nog, zij werden als verraders weggezet", zegt Smit.

Cruciaal was dat gereformeerden lang blind bleven voor de opvatting dat de koloniale verhoudingen onrechtvaardig en mensonterend waren. In Nederland overheerste het beeld dat inlanders al die jaren zeer tevreden waren over het bewind van de Nederlanders. Feiten werden genegeerd om de principes overeind te kunnen houden. "Trouw en andere christelijke bladen hebben nooit iets gedaan om de achtergronden van het Indonesische conflict te analyseren", stelt Smit. "Ze hebben volstaan met het onafgebroken inpompen van één mening. Daar slaagden ze voortreffelijk in."

De ARP was, laat dat gezegd zijn, beslist niet de enige partij in Nederland die pleitte voor een gewelddadig optreden tegen de opstand. Eigenlijk vonden alleen communisten dat er een eind moest komen aan het kolonialisme. De andere partijen zagen hierin het bewijs dat 'Moskou' achter de revolutie in Indië zat. De gemiddelde Nederlander verschool zich echter niet achter legalistische argumenten: men wilde Indië bij Holland houden. Het was immers 'ons' bezit.

Het was wel zo dat antirevolutionairen veel harder van leer trokken dan de andere partijen. Smit durft in zijn proefschrift de stelling aan dat de onverbiddelijke lijn van de ARP waarschijnlijk tot nog meer bloedvergieten had geleid als die partij niet in de oppositie maar in de regering had gezeten. Hardnekkiger en rechtlijniger en tegelijkertijd vruchtelozer en uitzichtlozer oppositie heeft Nederland volgens hem zelden meegemaakt.

Dat Nederland een verkeerd beeld van de kolonie had, herkent Ben van Kaam. Als kleine jongen rende hij in 1946 naar het station van zijn woonplaats Assen, omdat het gerucht ging dat koningin Wilhelmina daar in een treinstel te bewonderen was. "Het zichtbare kaarsrechte silhouet was onmiskenbaar van Wilhelmina. Zij kwam verzetsmensen onderscheiden en wilde meteen militairen uitzwaaien die naar Indië vertrokken. Pas veel later snapte ik die koppeling. Het was een voortgaande beweging. In lijn met verzetsstrijders voelden die soldaten zich bevrijders. Zij spiegelden zich aan de Canadezen, hun grote voorbeelden. Zij zouden zegenrijk werk verrichten voor het arme Indië. Het bleek later een zelfbeeld dat van geen kant klopte. Zij moesten meedoen aan een smerige guerrilla."

Op de redactie van Trouw werd na de soevereiniteitsoverdracht in 1949 over de dekolonisatie steeds minder gepraat. Dat veranderde begin jaren zestig toen Indonesië aanspraak maakte op Nieuw-Guinea en met steun van de internationale wereld dreigde met een militaire aanval op het eiland. Tot grote schrik van de gereformeerde zuil besloot Bruins Slot als fractievoorzitter van de ARP plotseling om toch zonder voorwaarden met Indonesië over Nieuw-Guinea te willen praten. In 1962 werd het eiland zonder bloedvergieten aan Indonesië overgedragen. De 'ommezwaai' kostte Bruins Slot de vriendschap met Schouten. Van Kaam: "Dat moet hij verschrikkelijk hebben gevonden. Schouten was als een vader voor hem geweest".

Van Kaam is er nooit achtergekomen wat in de jaren tussen 1949 en 1962 echt door het hoofd van de hoofdredacteur van Trouw heeft gespookt. "Hij zei eens tegen me: 'Ik wil niet met leugens op mijn sterfbed liggen'. En hij zei ook dat het goed was om kritisch te staan tegenover de eigen goede bedoelingen. Voor mijn gevoel onderwierp hij zich in die jaren aan een genadeloos zelfonderzoek."

Tussen de papieren die de vrouw van Bruins Slot na diens overlijden aan Van Kaam gaf zat een opvallend document. Het was een bijna leeg blocnotevel met bovenin in zijn handschrift 'Hoofdstuk VIII De Indonesische crisis'. Verder niets. "Ik heb me wel eens afgevraagd hoe lang hij tegen dat lege vel heeft aangekeken."

Toen Trouw in 1968 25 jaar bestond blikte Bruins Slot terug op zijn verzetsperiode en daarin schreef hij iets waarin volgens Van Kaam een klein deel van het antwoord zat op de vraag: hoe was het mogelijk. Jaap de Berg, oud-hoofdredacteur van Trouw, haalde het ook in Trouw aan, een dag na het overlijden van Bruins Slot. "Wij hebben in de oorlog gevochten tegen de Hitler uit Duitsland. Nu, na 25 jaar ontdekken we dat we de Hitler in onszelf nog niet vermoord hebben. Hitler, dat is eigenwaan, rassenwaan, egoïsme en geloof in het recht van de sterkste."

Trouw-oprichter Sieuwert Bruins Slot
Sieuwert Bruins Slot was al op zijn 27ste burgemeester, van het Groningse plaatsje Adorp. In de oorlog was hij een van de eerste burgemeesters die uit protest ontslag namen. Vervolgens speelde hij een belangrijke rol bij de oprichting van Trouw en leidde hij de illegale ARP. Na de oorlog werd hij hoofdredacteur van Trouw en Kamerlid voor de ARP. In 1956 volgde hij zijn grote voorbeeld Jan Schouten op als fractievoorzitter. Na zijn 'ommezwaai' in de kwestie-Nieuw-Guinea raakte hij in de ARP uit de gratie en stapte in 1963 uit de fractie om zich geheel aan het hoofdredacteurschap te kunnen wijden. Hij overleed in 1972 aan een ongeneeslijke ziekte.

ARP-Kamerlid Jan Schouten
Jan Schouten was zoon van een haringvisser uit Maassluis die al vroeg ging werken. Een autodidact die via de jongerenvereniging van de ARP in de politiek terechtkwam. Uiteindelijk was hij ruim veertig jaar lid van de Tweede Kamer. Eind jaren dertig volgde hij Colijn op en hield die leidende positie bijna twintig jaar vast. Tijdens de oorlog gedroeg hij zich moedig en standvastig. Hij belandde in het beruchte concentratiekamp Mauthausen en keerde ongebroken terug. Hij kreeg na de oorlog het verwijt dat hij zijn partij onnodig buiten de regering had gehouden.

Deel dit artikel