Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vrachtwagenchauffeur Henry Overeem rijdt met het zweet in de handen naar Calais

Home

Romana Abels

Henry Overeem zet koffie tijdens een verplichte pauze op het industrieterrein. © Romana Abels

Versterkt doek op de vrachtwagens, laaddeuren stevig verzegeld, en dan maar hopen dat hij de Albanezen van zijn vrachtwagen houdt. Op weg naar Engeland met chauffeur Henry Overeem, die opziet tegen de brexit. Nog meer vertraging bij de grens, nog meer kansen dat zijn truck besprongen wordt. En waar is in Dover in hemelsnaam plek om 10.000 vrachtwagens per dag te controleren? Hij ziet het niet.

Donderdag 7 februari, 6.45 uur

Lees verder na de advertentie

Op de tweede dag van zijn vijfdaagse tocht klimt Henry Overeem in zijn cabine. Hij heeft net zijn handen en zijn gezicht gewassen met water uit een 5-liter jerrycan die hij meenam uit Veenendaal, Nederland. Hij kijkt door zijn voorruit: vandaag werd hij wakker naast de parkeerplaats van een Britse handel in bouwmaterialen, Homeleigh, building and timber.

“Op de basisschool zat ik altijd uit het raam te koekeloeren. Die school, moet je weten, stond in het bos. Ik zag er van alles. ‘Met uit het raam kijken kun je later geen geld verdienen Henry’, zei mijn juf altijd. Ze leeft niet meer, maar anders was ik nog eens langs gegaan. Dat kan dus wel.”

Henry heeft zoals de meeste nachten van zijn week net de nacht doorgebracht in de cabine van zijn 16 meter lange vrachtwagen. Dit keer stond hij stil op een industrieterrein in Aylesford, een plaatsje ten oosten van Londen. Nog geen tien meter van zijn hoofdkussen en zijn kussensloop met roze bloemen raasde de M20. Als de verslaggever die voor de gelegenheid met hem meereed hem niet mee had genomen naar een restaurant, had hij net als alle andere avonden aan het eind van zijn 13-urige rijdag zijn koelkast geopend, een magnetron-maaltijd eruit gepakt en had hij de rest van de avond uit hetzelfde raam zitten kijken waar hij de hele dag al door keek.

Zo meteen zal hij wegrijden, op naar een volgend adres, en dan naar een volgend, en een daarop volgend, tot hij na vijf dagen naar huis kan.

Op Engeland rijden is in de ogen van Henry Overeem de ultieme vorm van vrijheid. Hij heeft avonturiersbloed. Hij voelt zich op zijn best als hij aan de overkant is. “Ik vind links rijden makkelijker dan rechts.” Het is er mooi. Wales, Schotland, hij reed er in plaatsen waar de tijd honderden jaren leek te hebben stilgestaan.

Maar er staat iets te veranderen en Henry Overeem weet niet precies wat. Sinds drie jaar rijdt hij voor transportbedrijf Heebink op Engeland en al die drie jaar is er gepraat over de brexit.

Nog altijd weet hij niet wat dat betekent. Hij weet niet of hij na 29 maart nog steeds precies in een dag rijtijd naar ergens in de buurt van Londen kan komen. Hij weet niet of hij zich moet voorbereiden op intensieve douanecontroles. Hij weet niet of hij met zijn Nederlandse kenteken nog spullen van daar naar hier kan brengen. Hij weet niet eens waar de douane-controle zou moeten plaatsvinden.

Hij weet al helemaal niet hoe het moet met de migranten.

Hij zegt het niet graag, want Overeem gunt iedereen een goed leven. Maar op de reis van Veenendaal naar Londen krijgt hij op de kilometers voor Calais vaak wel het zweet in de handen.

Het zijn de kilometers waar hij graag twee paar ogen zou willen hebben, of drie. Waar hij tegelijk in zijn spiegels links en rechts zou willen kunnen kijken, waar hij vreest voor zijn vrachtwagendak en voor de verzegeling van de deuren aan de achterkant. “Zij zijn op weg naar een beter leven, dat snap ik. Maar ik ga achter de tralies als ze er één in mijn wagen vinden.”

Hij heeft er één keer één onder zijn wagen gehad, toen hij nog maar net op de vrachtwagen reed. Zag hij opeens een paar schoenen onder de vrachtwagen uit steken. Hij heeft daarna nog heel lang moeten bijkomen. Een maat van hem had ze onlangs in de oplader: hij zag het gebeuren en heeft het toen maar meteen bij de douane verteld.

Je kan niet uitstappen, je kan niets. “Ze jagen je zo een mes in je ribben”.

Nagenoeg alle vrachtwagens dragen tekenen van die messen: gaten die weer zijn dichtgeplakt. Kijkgaten, zegt Henry, om te zien wat je lading is. Bij Calais zijn kilometers van de weg met hekken afgezet, maar nu staan ze dus vóór die hekken. “Apen”, zegt Henry Overeem. “Ze klimmen je vrachtwagen in alsof het een boom is.”

Woensdag 6 februari 15.21 uur

Gisteren waren ze er al bij Duinkerken. Hij moest er vaart minderen vanwege wegwerkzaamheden aan de tussen kale stukken land lopende tweebaansweg richting Calais. De lange rij vrachtwagens op weg naar het Verenigd Koninkrijk reed stapvoets. Meteen dook langs de berm een groepje op: witte mannen met donkere wenkbrauwen onder zwarte mutsen.

Ze dragen allemaal zwart. Broeken, jassen, truien.

Albanezen, weet Overeem. Met drie tegelijk besprongen ze een vrachtwagen vóór hem, van drie verschillende kanten. Even leken ze beet te hebben, maar toen trok de vrachtwagen op en moesten ze loslaten. Overeem bleef maar in zijn spiegels kijken: links rechts, links, rechts.

Zelf had hij al in Oss zijn deuren verzegeld. De doeken van zijn vrachtwagen zijn gemaakt van met ijzerdraad versterkt plastic. Het scheelt misschien iets. Maar de mensen die op vrachtwagens springen zijn niet alleen wanhopigen die dolgraag naar de overkant willen, de georganiseerde misdaad heeft zijn tentakels al lang geleden tussen hen vastgezet. Als ze niet meekunnen, dan gaat het ze wel om de lading. Al lang geleden stopte Henry met slapen bij tankstations, op van die massa-vrachtwagenplekken. Het is hem te gevaarlijk. “Ze jatten alles. Wij rijden wel eens lege blikjes, daar moet dan nog deodorant in. Zelfs dat nemen ze mee.”

Op de politie hoeft hij niet te rekenen. Ja, voor een snelheidscontrole, dertig kilometer voor Calais. Maar op die laatste kilometers waar het net het Wilde Westen lijkt, waar de parkeerplaatsen zijn afgesloten en de mannen met zwarte capuchons steeds vaker langs de snelweg lopen, telt hij welgeteld één patrouille­wagen. Twee agenten, tegen tientallen landlopers en duizenden vrachtwagens.

“Ik zie ze niet als vluchtelingen”, zegt Overeem. “Niet als mensen die moeten vluchten voor oorlog in hun land.” Hij vreest dat hun aantal zal groeien.

Overeem is niet de enige. De voorzitter van de Engelse vereniging van transporteurs, Richard Burnett van de Road Haulage Association, heeft het ook gezegd: “Vertragingen bij de haven zullen als een nog grotere magneet werken op diegenen die van plan zijn om de Britse kusten te bereiken.”

De zee van vrachtwagens die wacht op de vrachttrein naar het Verenigd Koninkrijk. © Romana Abels

Woensdag 6 februari, 16.38 uur

Nu al is een groot deel van de weg naar Calais veranderd in een soort vesting, waar de vrachtwagens in lange rijen tussen hekken en camera’s door rijden. In zicht van de haven wordt iedere vrachtwagen gecontroleerd met honden.

Henry Overeem rijdt op routine het parcours door. Hij stopt waar hij moet, rijdt waar hij kan, in een zee van wriemelende vrachtwagens. Ergens wordt zijn vrachtwagen gewogen. Ergens anders moet iedereen uitstappen om speurhonden de kans te geven de auto te onderzoeken op verstekelingen. Een camera kijkt naar het dak, waarin tot Overeems opluchting ook dit keer geen gat zit.

Altijd kijkt hij even naar de kentekens van de andere vrachtwagens. In zijn tijd heeft hij de Oost-Europeanen de markt op zien komen, met hun lage lonen en hun andere moraal. “Platkoppen noemen wij ze”, zegt hij, vanwege de vierkante Slavische trekken. Ook hun gunt hij het een graantje mee te pikken, maar wat zou het schelen als ze een beetje netjes waren opgevoed. “Ze flikkeren alles het raam uit en schijten overal. Als je het netjes vraagt kun je echt overal naar de wc, maar zij doen het gewoon achter hun auto.”

Hij belt een collega die hij in de wachtrij naast hem ziet staan. “Hé, wat denk jij van de brexit?” “Chaos”, antwoordt de collega.

In het busje naar de treincoupé voor chauffeurs. © Romana Abels

Woensdag 6 februari 17.00 uur

In een dag van een vrachtwagenchauffeur zit veel wachten. Wachten op je lading, wachten tot je verder mag rijden na een verplichte pauze, wachten op de trein. Het zijn momenten waarop Henry Overeem kijkt wat het hoofdkantoor te melden heeft, waarop hij zijn papieren checkt, zijn apparaten langsloopt.

De tachograaf boven hem, die vastlegt hoe lang hij rijdt en stilstaat. Het Belgische tolkastje op zijn dashboard, dat tot ruim 28 euro doortikte voor hij Frankrijk bereikte. Zijn telefoon en de boardcomputer waarmee hij met het hoofdkantoor in Veenendaal communiceert.

Het zijn ook momenten waarop hij zijn leven overdenkt. Een goed leven.

Vijftig is hij, bijna 51. Zijn hele leven rijdt hij al op vrachtwagens. School was niets voor hem – tenminste, niet de school waar hij heen werd gestuurd. Hij had wat graag de agrarische school gedaan, maar dat stond zijn vader niet toe. De technische school die ervoor in de plaats kwam was hem veel te eentonig. Daarna kwam het vrachtwagenbestaan eigenlijk als een uitweg – een mogelijkheid om tegelijk zo vrij als een vogel te zijn en geld te verdienen.

Met overuren erbij kom je op een mooie 3000 euro in de maand, genoeg om een paar keer per jaar op vakantie te gaan. Of om een eens een feestje te geven. Hij had zijn vijftigste verjaardag eigenlijk niet willen vieren, tot in zijn omgeving het noodlot toesloeg. Zijn broer werd ziek, een vriend kreeg een nare diag­nose. Plotseling realiseerde hij zich dat hij iedere minuut van het leven moet vieren, omdat het ook zomaar afgelopen kan zijn.

“Ik zei: ik huur een kroeg en iedereen mag komen. Ik heb een topavond gehad.”

Twee dochters heeft hij: Brenda en Daphne, nu vrouwen op de rand van volwassenheid. Daphne volgt de droom die haar vader voor zichzelf had gehad, zij studeert voor melkveehouder. Brenda aardt meer naar haar moeder: zij studeert voor kraamverzorgster.

Kijk, zegt hij, en hij laat foto’s zien. Thuis, op vakantie. “Ik had toen ik jong was nooit gedacht dat wandelen nog eens mijn hobby zou worden, maar het is toch gebeurd. Ik vind het hartstikke leuk.”

Hij heeft maar van twee dingen spijt in zijn leven: dat hij niet heeft geprobeerd een bestaan als boer op te bouwen in Australië, en dat hij niet in dienst ging toen hij daar de kans toe kreeg. In Australië was hij vóór de kinderen kwamen. Schitterend.

Dat met het leger was een ongelukkige samenloop van omstandigheden: eerst was hij uitgeloot, en toen ze een half jaar later schreven dat hij alsnog welkom was, heeft hij zich niet gemeld. “Achteraf had ik wel graag bij de marine gewild.”

Maar hij werd internationaal vrachtwagenchauffeur. Behalve toen de kinderen aan het opgroeien waren, toen reed hij in het binnenland. Hij was iedere avond thuis. Het had voordelen, maar dat hij sinds een paar jaar weer op Engeland rijdt, maakt hem gelukkiger.

De hekken met prikkeldraad bij Calais. © Romana Abels

Woensdag 6 februari, 17.45 uur

Hij manoeuvreert de vrachtwagen voorzichtig de trein naar Engeland op. Nu gaat het nog soepel, maar stel dat hij straks iets tussen zijn lading heeft waarvan de papieren niet helemaal in orde zijn?

Transport en Logistiek Nederland, zijn vakorganisatie, waarschuwde al voor die situatie. Het lijkt goed geregeld: niet de vervoerder, maar de klant is verantwoordelijk voor de juiste douane­papieren. Maar stel dat zo’n klant het niet meteen allemaal goed doet? Dan is, eenmaal teruggestuurd bij de grens, de vervoerder wel de pineut.

De andere kant uit, van het Verenigd Koninkrijk naar het vasteland, zal het evenmin soepel gaan. Een berekening uit een Brits onderzoeksrapport heeft de transportsector de stuipen op het lijf gejaagd. Die stelde heel eenvoudig: als het 70 seconden zou gaan kosten om elke truck die in Dover aankomt of vertrekt te controleren, komt de wachttijd op een dag of zes.

In Dover komen iedere dag 10.000 vrachtwagens aan. Dat betekent dat daar een file komt te staan die kan duren van maandagochtend tot zaterdag. Zie dan maar eens je spullen op tijd bij de klant te krijgen. De Britten hebben aangekondigd niet alle lading te gaan controleren, maar toch: voor de vervoerders van bederfelijke waar is het een angstig scenario, maar ook voor de wagens van Heebink.

Het bedrijf rijdt 200 ritten per week op Engeland. Ze doen er wat ‘groupagevervoer’ heet: in één trailer zitten spullen van verschillende klanten. Overeem: “Wij brengen bijvoorbeeld een stukje van een vleugel naar Airbus. Als dat er niet op tijd is, dan kunnen ze niet verder met dat toestel. Ik snap wel dat Airbus zegt dat ze bij een no-deal brexit het Verenigd Koninkrijk willen verlaten.”

“Mijn idee is: ze hebben dat referendum in de pub gewonnen. Allemaal mensen die normaal nooit gingen stemmen dachten: Ja! Onafhankelijkheid!, zonder dat ze het snapten. De mensen die weten hoe het echt werkt gingen niet stemmen. Vind je het gek dat Engeland naar de klote gaat.”

Overeem ziet ook weinig voorbereiding. “Ze zijn afhankelijk van spullen uit Europa.” Hij begint te wijzen op de andere vrachtwagens op de trein.

“Koelwagen. Koelwagen. Koelwagen. Nog een koelwagen. Koelwagen. Koelwagen. Koelwagen.” Het gaat nog minuten door, koelwagen na koelwagen. “Als ik in Engeland ben, zie ik nog niet hoe ze er heel spoedig zelfvoorzienend zullen worden. Ik kan het verkeerd hebben hoor, maar dat is mijn mening.”

Cijfers geven hem gelijk: er zijn maanden in het jaar waarin de helft van het voedsel dat in het Verenigd Koninkrijk wordt geconsumeerd geïmporteerd is. Van die helft komt 80 procent uit de EU en daarvan weer komt 90 procent van Calais naar Dover, in een vrachtwagen.

In het Verenigd Koninkrijk is een begin gemaakt met een noodplan: een voormalig vliegveld in de buurt van Dover is alvast ingericht tot reserve-vrachtwagenparkeerplaats, waar in geval van nood 13.000 wagens kunnen staan. Want, zo meldde de BBC begin dit jaar al eens heel matter-of-factly op: als het niet lukt om de wegen vrij te houden, dan kunnen scholieren niet naar school, werknemers niet naar hun werk, zieken niet naar het ziekenhuis en stapelen de lijken zich op in de lijkenhuizen.

Overeems truck rijdt van de trein af. © Romana Abels

Woensdag 6 februari 18.30 uur

Henry Overeem draait de trein af. Hij neemt de weg naar Londen via Dover. Het is al donker, maar met een beetje goede wil is daar nog net te zien hoe onmogelijk het bijvoorbeeld al zou zijn om daar, bij de ferryterminal, een douanepost in te richten. “Het zou niet passen. Het dorp zit tegen die witte krijtrotsen aangeplakt, daar past niets meer bij.”

Henry Overeem mag dan een avonturier zijn, hier zou hij graag wat meer orde in hebben. “Die brexit, het wordt één grote chaos.”

Lees ook:

De Russische roulette van Theresa May

Wachten, uitstellen, vertragen. De Britse premier Theresa May heeft het tot ambacht verheven. Al weken duwt ze een nieuwe confrontatie met het Lagerhuis over haar verguisde brexit-deal voor zich uit. En ook deed ze nog maar eens een dwingend beroep op alle parlementsleden: “We moeten kalm blijven.”

‘Als de Europeanen weggaan, stort de economie in elkaar’

In Birmingham (1 miljoen inwoners) komt alles samen: post-industriële armoede, migratie en een enorme diversiteit. Er zijn witte wijken die een zo hard mogelijke brexit willen, maar de stad is ook de zetel van de Britse auto-industrie, die het na vertrek uit de EU hard te verduren krijgt. Wat beweegt de inwoners?

Deel dit artikel