Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vraagtekens bij afspraken Belastingdienst met multinationals

Home

Jan Kleinnijenhuis

© Trouw
Paradise Papers

Toen de Europese Commissie bepaalde afspraken tussen de Belastingdienst en multinationals in 2001 verbood, bleef de fiscus die in vergelijkbare vorm maken. Mocht dat wel?

Heeft Nederland zich wel gehouden aan politieke afspraken in Europa over schadelijke belastingconcurrentie? En is er misschien zelfs sprake van verboden staatssteun in afspraken die de Belastingdienst jarenlang heeft gemaakt met multinationals? Die vragen komen op na een opmerkelijke bekentenis van staatssecretaris Snel van financiën in een brief aan de Tweede Kamer.

Lees verder na de advertentie

Maandag schreef Snel (D66) aan het parlement dat Nederland jarenlang afspraken met multinationals heeft gemaakt over hun financieringsactiviteiten. Omdat de bedrijven in veel landen actief zijn, wordt er vaak een soort interne bank opgezet, die alle dochtermaatschappijen geld leent voor hun activiteiten. De rente die daarop wordt betaald, laten de multinationals het liefst stromen naar een land met weinig of geen winstbelasting.

Nederland wilde bedrijven en banen behouden en bedacht een gunstige regeling voor multinationals

Nederland was bang om de boot te missen, en steeds meer bedrijvigheid en banen naar het buitenland te zien vertrekken. Daarom is er in de jaren negentig al een eigen gunstige regeling opgetuigd, waardoor die interne banken ook in Nederland laag belast zouden worden. Het effectieve tarief zou minimaal 7 procent bedragen, zo schrijft Snel aan de Tweede Kamer.

Verboden

Al in 2001 werd die regeling verboden vanuit Europa, omdat die zou neerkomen op staatssteun en schadelijke belastingconcurrentie. Bedrijven die er op dat moment gebruik van maakten kregen een overgangsperiode tot 2010. Daarna zou het voordeel definitief verdwenen zijn.

Uit de brief van staatssecretaris Snel blijkt nu dat Nederlandse multinationals hun interne bank vanaf 2007 met instemming van de Nederlandse fiscus hebben verplaatst naar een land met weinig of geen belasting. De werknemers die de financieringsactiviteiten verrichtten, bleven echter grotendeels in Nederland. Op die manier zou de werkgelegenheid in Nederland blijven, maar zouden de bedrijven daar maar weinig belasting over moeten betalen.

Het tarief werd zelfs nog lager, zegt Snel: vijf procent in plaats van de eerder gehanteerde zeven procent. In de periode 2007 tot 2010 werd dat expliciet goedgekeurd door de staatssecretaris van financiën, destijds was dat Jan Kees de Jager (CDA). En in 2010 besliste de minister nogmaals dat de Belastingdienst door mocht gaan met het afgeven van de rulings. Het is niet duidelijk wie dat is: in 2010 was Wouter Bos (PvdA) eerst nog korte tijd minister, en werd hij daarna opgevolgd door De Jager. Vanaf eind 2016 krijgen bedrijven geen ruling meer op dit terrein: internationale afspraken over belastingontwijking zouden dat inmiddels verbieden.

Als ik de brief van de staats­se­cre­ta­ris lees, vraag ik mij af of de Nederlandse rulings stroken met deze Europese afspraken.

Jan van Streek, hoogleraar belastingrecht

De goedkeuring in het verleden is volgens Snel gebaseerd op ‘begrijpelijke beleidsmatige keuzes’, omdat er destijds andere regels golden en andere opvattingen waren over de toepassing daarvan. Dat is nog maar de vraag, zegt hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek. “In de periode 1999-2003 hebben de lidstaten al politieke afspraken gemaakt over welk type rulings kwalificeren als schadelijke belastingconcurrentie. Als ik de brief van de staatssecretaris lees, vraag ik mij af of de Nederlandse rulings stroken met deze Europese afspraken. En dan met name de afspraken die in Brusselse wandelgangen bekend zijn als de ‘2000 guidelines’. Potentieel schadelijke belastingruling-regimes hadden in elk geval moeten worden gemeld in Brussel.”

Van de Streek wijst erop dat Europa vorige week heeft besloten om te onderzoeken of lidstaten zich wel gehouden hebben aan die afspraken. “De bekentenis dat Nederland achter de schermen een vergelijkbare schadelijke belastingpraktijk heeft voortgezet, kan een nieuwe deuk zijn in het imago.” Dat imago is al niet goed. Vorig jaar werd bekend dat Nederland jarenlang doorging met het eenzijdig goedkeuren van zogeheten informeel kapitaalrulings, terwijl het in Brussel had toegezegd andere landen daarover te informeren.

Randen van de wet

Ook universitair hoofddocent belastingrecht Jan Vleggeert heeft zijn vraagtekens bij de gang van zaken. “Ik ben heel benieuwd over welke regels en opvattingen de staatssecretaris het heeft als hij zegt dat we er nu zo anders tegenaan kijken. Hij schrijft bovendien dat de Belastingdienst is uitgegaan van een ‘pleitbare’ invulling van de wet. Dat klinkt alsof de Belastingdienst de randen opzoekt van wat er wettelijk mag. Is dit afgestemd met de Europese Commissie?” Dat laatste is volgens Vleggeert relevant, om te vermijden dat de Europese Commissie gaat onderzoeken of sprake is van verboden staatssteun.

Snel benadrukt in zijn Kamerbrief dat de rulings belangrijk waren voor het behoud van werkgelegenheid in Nederland. De financieringsactiviteiten zijn doorgaans nauw verbonden met het hoofdkantoor, en het verlies ervan aan het buitenland zou ervoor kunnen zorgen dat bedrijven ook het hoofdkantoor uit Nederland weghalen.

Vooral Nederlandse multinationals maken gebruik van de ruling

De speciale afspraken die de Belastingdienst maakt met multinationals over hun financieringsactiviteiten, zijn in 1996 bedacht door toenmalig staatssecretaris van financiën Willem Vermeend (PvdA). Die waren bedoeld om te voorkomen dat Nederlandse multinationals nog langer hun financieringsactiviteiten naar het buitenland zouden verplaatsen, schreef Vermeend destijds aan de Tweede Kamer.

Toen de regeling in 2001 werd verboden door de Europese Commissie, is de Belastingdienst op een andere manier een soortgelijk voordeel blijven verlenen, aldus de huidige staatssecretaris van financiën Menno Snel maandag aan de Tweede Kamer. Volgens hoogleraar belastingrecht Jan van de Streek ligt het voor de hand dat ook de nieuwe regeling gericht was op voornamelijk Nederlandse bedrijven. “De oude regeling was bij uitstek bedoeld voor Nederlandse multinationals. Het zou mij niet verbazen als dit ook de doelgroep was van de rulings die in de jaren daarna zijn afgegeven.”

Lees ook het interview met staatssecretaris Snel: 'Onjuiste afspraken over rulings willen we aanpassen of beëindigen'

En meer bijdragen rondom de Paradise Papers vindt u in ons dossier


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Nederland wilde bedrijven en banen behouden en bedacht een gunstige regeling voor multinationals

Als ik de brief van de staats­se­cre­ta­ris lees, vraag ik mij af of de Nederlandse rulings stroken met deze Europese afspraken.

Jan van Streek, hoogleraar belastingrecht