Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

x

Vormt de commercie echt een bedreiging voor de roman?

home

Rob Schouten

Saskia Noort in De Wereld Draait Door. Als schrijver tel je tegenwoordig pas mee als je op tv verschijnt. Vooral goed bekeken programma's als De Wereld Draait Door stuwen de verkoopcijfers omhoog.
Opinie

Wat is er toch aan de hand met de Nederlandse literatuur? Ze lijkt ernstig in beroering, van slag, weet niet goed wat haar overkomt.

Overal schrijvers die in plaats van te lijden en te scheppen op hun zolderkamertje, met hun werk om aandacht en verkoopcijfers roepen.
Elders beteuterde kwaliteitsbewakers, omdat hun verheven ascetische werk in de verdrukking komt.

En functioneert die vroegere keurmeester, de literaire kritiek, eigenlijk nog wel? Of is het allemaal niet zo dramatisch en worden er alleen nieuwe posities ingenomen in een veranderd veld?

Commercialisering, popularisering, nieuwe media
Aandacht genoeg voor de triviale letteren, getuige de verkoopcijfers van Kluun en Saskia Noort. Maar werk dat er toe doet wordt van alle kanten bedreigd.

Bijvoorbeeld door een inmiddels demissionaire staatssecretaris, Halbe Zijlstra, die geld steekt in de export van publieksschrijvers, maar de subsidiekraan dichtdraait voor minder gewilde schrijvers, die allicht betekenisvollere literatuur schrijven.

Maar Halbe is een ondermaatse tegenstander. Grotere vijanden liggen op de loer zoals commercialisering, popularisering, nieuwe media. Allemaal slechte bekenden van dat aloude instituut, de 'haute literature'.

Onrust te over, maar ongeruste schrijvers krijg je moeilijk in beweging. Het zijn stoelzitters. Hun wapen is de pen, niet het spandoek. De apocalyptici, zoals Umberto Eco ze ooit smalend noemen, laten de laatste tijd overigens wel degelijk van zich horen, schriftelijk wel te verstaan.

Verzet tegen emotiecultuur
P.F. Thomése, schrijver van beslist hogere literatuur, is zo'n apocalypticus. Al jaren voert hij een heuse Kulturkampf tegen het populisme in de literatuur. Wie wint er, de modieuze publieksbespeler, of de serieuze schrijver?

In 'Het raadsel der verstaanbaarheid' trekt hij de wapenrusting weer aan. Hij verzet zich tegen de emotiecultuur, tegen de neo-onnozele honger naar oprechtheid, waarheid en echtheid, waarmee de triviale cultuur en dus ook de triviale schrijver zo graag schermt, en pleit voor de schrijver als dwarsligger, als dissident met een tegenstem.

"Het is een strijd met als inzet de hegemonie over de taal. Het gaat tussen de marketingagenten met hun massaal nagevolgde eenduidigheidsideaal, met hun allesomvattende, totalitaire gelijk, met hun voorgevormde inhoud, hun platgetreden nepauthenticiteit en de onafhankelijken van geest, die liever ronddwalen in de wilde tuinen van de tegenspraak."

Mooi gesproken en mij uit het hart gegrepen, maar heel nieuw klinkt zijn dégout niet. En het is jammer dat deze antipopulist zich zo nu en dan laat verleiden tot beledigingen aan het adres van tegenstanders, door het bijvoorbeeld te hebben over 'multiculticlown Abdolah' of Arthur Japin in verband brengt met een 'drol in een taartenwinkel'. Het sappige getoeter ondermijnt mijns inziens zijn ernstig gemeende betoog.

Nog spijtiger is dat hij geen echt soelaas biedt. De schrijver lijdt en foetert wel, maar weet niet goed hoe de kwaal precies te bestrijden.

Nieuw engagement
Ook Marc Reugebrink, net als Thomése een schrijver die met frisse tegenzin een grote commerciële literaire prijs in de wacht sleepte, wenst niet te buigen voor de macht van commercie en media.

In zijn essaybundel 'Het geluk van de kunst' ventileert hij de onderhand ingeburgerde klachten: "Literatuur maakt vandaag hoogstens nog deel uit van een marktgedreven amusementsindustrie en is alleen van belang voor zover men binnen die industrie bereid is haar amusant te vinden." De schrijver noemt hij een hofnar van die industrie.

Maar Reugebrink is niet alleen maar chagrijnig en wijt het verval niet uitsluitend aan de tegenstander; ook de hogere literatuur zelf heeft schuld. Auteurs kritiseren de bestaande mensbeelden wel, maar bieden geen nieuwe aan, vindt hij: "Wie bij de schrijver te rade gaat om te leren hoe het leven in elkaar steekt, leert vooral wat dat leven allemaal niet is en uit naam van een verder nauwelijks begrensde 'vrijheid' ook niet mag zijn. Dat is natuurlijk een serieuze handicap voor wie binnen de samenleving aanspraak wil maken op een leidende rol."

Waarmee hij wil zeggen dat de literatuur op zoek moet gaan naar nieuw engagement, zich meer op de omringende werkelijkheid moet oriënteren.

Thomése verdedigt de literatuur vanuit het elitaire standpunt, bij Reugebrink hoor je de ouderwetse sociaal-democraat: haute literature, prima, maar het moet de wereld ook wat te bieden hebben! Een sympathieke opvatting, maar ik vrees toch dat het een vergeefs ideaal zal blijven. Niet alleen is engagement onder Nederlandse schrijvers een kind met een groeistoornis, ook denk ik dat de lezer helemaal niet zit te wachten op romans over de multiculturele samenleving of de strijd tussen rechts en links.

Werkelijkheid beter begrijpen
Ook essayist Bas Heijne signaleert de crisis, maar hij relativeert die. Hij begint zijn bundel 'Echt zien, literatuur in het mediatijdperk', met een citaat van Couperus: "Ik ben ervan overtuigd dat binnen niet al te lange tijd, laat ons zeggen, binnen een eeuw, er geen romans meer zullen worden geschreven." Dat zegt eigenlijk genoeg: een eeuw geleden dachten schrijvers ook al dat het gedaan was met hun stiel; de literaire apocalyps als seizoenskwaal.

Heijne is niet zo bezorgd als Thomése en Reugebrink, of hij laat het niet zo merken. Zeker, zaken als populisme en de overheersing van de mediacultuur bedreigen de roman, maar zulke vijanden zijn er altijd geweest.

Daartegenover pleit hij vóór literatuur, die ons juist door het fictionele gehalte de werkelijkheid beter doet begrijpen, en tégen wat hij te veel om zich heen ziet gebeuren in hedendaagse romans: "De verbeelding die, in plaats van je ogen te openen, je opnieuw te laten zien, in zichzelf opgesloten raakt, je juist verhindert te zien."

Net als Reugebrink heeft Heijne oog voor de zelfsluiting en de autonomie waaraan onze literatuur lijdt, hij roept schrijvers op om oude waarden als twijfels en ambiguïteit weer van stal te halen en "de (...) wereld te lijf te gaan, om klaarheid te brengen in morele dilemma's, verschrikkingen onder ogen te zien, tegen de geriefelijke aannames van de tijdgeest in te denken". Ja! zie ik mijzelf bij zijn humanistische betoog denken. Het is misschien de ouderwetse methode, maar zo moet het!

Drang om iets groots te verrichten
Tegelijkertijd is duidelijk dat er heel wat moet gebeuren voor het weer zover is. Wie de literatuur van aanstormende jongeren onder ogen krijgt ziet nauwelijks nog drang om iets groots te verrichten, zich te meten met Kafka of Hermans, om literatuur te schrijven die je van je stoel gooit.

Niet de verbeelding of oorspronkelijkheid overheerst hier, maar het verlangen om een goed en lekker verhaal in elkaar te zetten en het de lezer naar de zin te maken. Wat dat betreft ligt er ook een mooie taak voor het onderwijs om het streven naar originaliteit en individualiteit weer aan te wakkeren in plaats van jongeren af te leveren die allemaal precies weten wat ze van elkaar kunnen verwachten en die zo snel mogelijk op tv willen.

Publiekslievelingen
Een van de bijwerkingen van de literaire mediatisering is dat de literaire kritiek haar leidende rol in het debat en de smaakvorming lijkt te zijn kwijtgeraakt. Daarover schrijft Jos Joosten, hoogleraar neerlandistiek, in zijn essaybundel 'Staande receptie'.

Hij nuanceert weliswaar het idee dat alleen literaire prollen en prullen het voor het zeggen hebben en critici inmiddels dead men walking zijn geworden maar stelt wel vast dat 'de traditionele criticus zonder twijfel een gedaanteverandering ondergaat'. Een nogal veilige conclusie.

Scherpere pijlen richt hij op een aantal publiekslievelingen, die zichzelf juist tot de intelligentia rekenen, opmerkelijk genoeg allemaal vrouwen: Renate Dorrestein, Connie Palmen en Elsbeth Etty staan op de schietschijf.

Dorrestein en Palmen omdat ze er flodderige ideeën op nahouden en hun wijsheden over literatuur in slecht geciteerde vorm aan anderen ontlenen. Etty omdat ze als bijzonder hoogleraar literaire kritiek aan de VU onwetenschappelijk te werk zou gaan.

Inmiddels heeft Etty's plagiaatkwestie ook de publiciteit bereikt. Begrijpelijk, fraude is hot sinds Diederik Stapel en de overgeschreven proefschriften van toonaangevende politici in het buitenland. Maar wie Joostens beschuldiging leest merkt dat het om een licht spiekwerk gaat; Etty heeft wat regels zonder bronvermelding overgeschreven uit een Wikipedia-lemma en zo nog een tweetal alinea's van anderen voor eigen gebruik ingezet.

Onwetenschappelijke, populistische lorreboel
Veel fundamenteler is Joostens aantijging dat ze onwetenschappelijke, populistische lorreboel levert in haar 'ABC van de literaire kritiek', waarin ze overigens ook even de zijde van de verontruste literatuurliefhebbers kiest.

Onder het lemma 'Populisme' schrijft ze: "Literaire kritiek is niet bedoeld om bestaande ideeën te bevestigen, maar juist om zich daartegen te weer te stellen en nieuwe aan te dragen. Idealiter is literaire kritiek een antidotum tegen de vervlakking en banaliteit, de vercommercialisering en de in de reclamebureaus bedachte exploitatie van de smakeloosheid." Het verplichte nummer, ben je onderhand geneigd te zeggen.

Het probleem van Joostens aanval is dat Etty helemaal geen wetenschappelijkheid pretendeert met haar 'ABC', het is gewoon een vlot geschreven hulpboekje voor aankomende critici.

Maar zijn academische belangstelling is veelzeggend, de zorgen om literaire kwaliteit hebben nu ook de alma mater bereikt. Van een collectieve opstand is overigens ook nu nog lang geen sprake, dat bewijzen de verschillende standpunten van de debaters: elitair, links, humanistisch, academisch. De vijanden van het populisme lijken nogal verzuild.

Ik denk ook dat de populisten en de media betrekkelijk immuun zijn voor al die aanvalletjes uit hogere kringen. Zij krijgen nu eenmaal aandacht en macht en laten zich niet zomaar opzijzetten door een in hun ogen allicht sleetse bovenlaag. De Stones wijken allang niet meer voor Mozart, in de beeldspraak van Kluun, want goedgebekt zijn ze natuurlijk wel, die verderfelijke populisten.

P.F. Thomése: Het raadsel der verstaanbaarheid. Albert Verwey-lezing 2011. Contact, Amsterdam; 48 blz € 4,50

Marc Reugebrink: Het geluk van de kunst. De Bezige Bij, Antwerpen; 216 blz. € 19,95

Bas Heijne: Echt zien, literatuur in het mediatijdperk. Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam; 112 blz. € 12,50

Jos Joosten: Staande receptie. Vantilt, Nijmegen; 176 blz. € 14,95

Elsbeth Etty: ABC van de literaire kritiek. Balans, Amsterdam; 96 blz. € 6,95

Lees verder na de advertentie

 
Van een collectieve opstand is ook nu nog lang geen sprake, dat bewijzen de verschillende standpunten van de debaters: elitair, links, humanistisch, academisch. De vijanden van het populisme lijken nogal verzuild.
Rob Schouten

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.