Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vooruit of achteruit? Curaçao weet het nog niet

Home

Louis Cornelisse

Met de komst van premier Mirna Godett en haar broer en leidsman Anthony is politiek het gesprek van de dag op Curaçao. Stanley Brown, strijdmakker van hun vader, de legendarische Papa Godett, geeft zijn oordeel. Ook pastoor Simon Wilson en armoedebestrijder William de Luca spreken zich uit.

Anthony en Mirna komen nog wel eens langs. Want naast hun vader en inspirator Wilson 'Papa' Godett en Amador Nita was Stanley Brown de derde leider van de opstand op 30 mei 1969. Brown: ,,We hebben de Frente Obrero i Liberation opgericht. Wilson en Nita zijn dood, ik heb het archief. De kinderen komen documenten en foto's halen. Ik krijg nog wat spullen van ze.''

De nazaten van de charismatische Papa zullen het te druk hebben om het archief van de FOL-partij weer compleet te maken. Mirna is deze week als minister-president beëdigd. Als strovrouw zeggen ze op de Antillen. Haar broer Anthony, de huidige leider van de FOL, bepaalt wat ze doet. Zelf kan Anthony niet op het pluche plaatsnemen, zolang er een justitieel onderzoek wegens corruptie naar hem loopt. Het maakt allemaal niks uit, heeft hij gezegd: ,,Waar je Mirna ziet, zie je mij''.

De revolutionair Brown vindt de dwarse houding van de Godetts wel mooi. ,,Dat Mirna zegt dat ze Papiaments praat, ook tegen politici uit Holland, is sterk. De Antilliaan is altijd in het nadeel als Nederlands wordt gesproken. We moeten continu al dat ambtelijke en juridische taalgebruik vertalen in ons hoofd.'' Hun uitverkiezing van het Papiaments boven het Nederlands is een opsteker voor de machteloze arme bevolking, vindt Brown. ,,De Antilliaan komt door het gestuntel in het Nederlands als dom over. Dat is nu over''.

De nu 64-jarige oud-onderwijzer neemt nog steeds geen blad voor de mond. In 1969 verklaarde hij met Godett en Nita het koloniale bestuur en zijn handlangers de oorlog. Op de bewust 30ste mei liep een staking uit de hand. Betogers plunderden Willemstad en molesteerden blanken. Met spoed werden mariniers ingevlogen om de orde te herstellen. Er vielen twee doden. Godett, Nita en Brown werden helden van het volk.

Op de 30ste mei wordt de revolte nog steeds herdacht. Die datum markeert het begin van de zwarte emancipatie op de Antillen. Gedateerd lijkt de foto waarop Brown in tropenhemd en Godett en Nita, zoals altijd in Castro-tenue, poseren naast de toenmalige gouverneur Cola Debrot. Ze waren op last van Debrot uit de bloedhete cellen van gevangenis Koraal Specht gehaald. Debrot vond dat hun partij, Frente Obrero, moest meedoen aan de formatiebesprekingen. Wat niet gebeurde.

En nu zit de FOL niet alleen in de regering, maar levert ook de premier. Toch wordt Brown niet blij van de foto van een juichende Mirna en een dansende Anthony anno 2003 voor het gouvernement. ,,Het is een overwinning van de onderklasse dat ze er staan. Dat wel. Wat ze zeggen is ondoordacht. Ze voeren een poppenkast op.'' Hun stoere taal is niet aan Brown besteed. Dreigen met weghalen van de scan op vliegveld Hato, vindt hij een idiote suggestie. Dat zal wel te maken hebben met de aversie van Anthony tegen de Nederlanders. Als de scan weg is komen er op Schiphol nog meer bolletjesslikkers aan.

,,Wat bedoelen ze als ze zeggen dat rechters en politiemensen die zich niet aan bepaalde normen houden, worden weggestuurd?'' Vermoed wordt dat het een waarschuwing is. Anthony moet immers maandag voor de rechter verschijnen. Brown: ,,Of gaat het over corruptie? Daar zou ik het maar niet te veel over hebben als ik hen was.'' Een belangrijk deel van de FOL-top zit vast op verdenking van het aannemen van smeergeld. Of is tijdelijk op vrije voeten, zoals Godett. Brown: ,,De politiek hier is vergeven van de corruptie. Er wordt gezegd dat de PNP pakt van de aannemers, de PLKP van de havenbaronnen krijgt en de FOL van de drugsmaffia. Het zijn allemaal marionetten''.

Harde taal. Straks staat Brown op 30 mei weer aan het graf van zijn strijdmakkers. Gaat hij weer met de Godetts naar de kerk en drinkt de gepensioneerde ambtenaar een glas met ze. ,,Ach, het is een klein eiland, Curaçao. Je komt elkaar vanzelf tegen.'' De kinderen Godett weten hoe Brown over de gang van zaken op het eiland denkt. ,,Ik ben kampioen inbeller bij discussieprogramma's op tv'', lacht hij. Heel het eiland weet ook dat hij zich heeft afgekeerd van de FOL. ,,Mijn droom van een onafhankelijk, socialistische eiland, is vervlogen. Ik ben op Cuba geweest en na de val van de Berlijnse muur, in het Oostblok. Toen de Amerikanen Grenada bombardeerden wist het zeker: die laten nooit toe dat Curaçao, zo dicht bij de VS, een onafhankelijke linkse staat wordt.''

Brown strijdt nu precies voor het tegendeel. ,,Mijn partij C'93 streeft naar aansluiting bij Nederland. Als ze eerlijk zijn, zullen Anthony en Mirna toegeven dat daar een democratie is met een menselijk gezicht. Als ze echt willen vervreemden van Nederland wordt de mensen- en kapitaalvlucht van het eiland nog groter.'' Zijn benadering - maar er maar een provincie van - is berekend. In een hecht verband met Nederland is Curaçao economisch en als rechtsstaat beter af. Daar heeft Anthony het niet over en dat ergert Brown. ,,Ze hebben het voortdurend over eer, respect, hetstelbetalingen vanwege de slavernij. Dat spreekt brede lagen van de bevolking aan. Dat weet ik als geen ander. Maar écht aanzien oogst je als je het voor elkaar krijgt dat het levenspeil van de mensen omhoog gaat. En dat kan alleen met Nederland, liever gezegd: binnen Nederland.''

In de Antilliaanse pers worden de uitlatingen van de Godetts breed uitgemeten. Als aan Mirna een mening over een politiek heet hangijzer wordt gevraagd, antwoordt Anthony: ,,Ze moet zich nog inwerken in het regeerakkoord''. Fijntjes wordt opgemerkt dat er zo'n papier (nog) niet is. De minister-president mag dan met woorden niet zo sterk zijn, ze is wel gewiekst in het kiezen voor symboliek. Na haar beëdiging ging het nieuwe kabinet niet als gewoonlijk naar de Frontkerk. De FOL-premier wilde niet in de schaduw van Fort Amsterdam, waar de regering zetelt, Gods zegen afsmeken. Nee, de oranje stoet (kleur van FOL) zwierde over de pontjesbrug naar de volkswijk Otrobanda. Daar, in de Basilika Santa Ana, voelt ze zich meer thuis.

Om alle nieuws op de voet te volgen leest pastoor Simon Wilson dezer dagen maar liefst vijf kranten. De partijdigheid van de media noopt hem zich zo breed te oriënteren. Zijn parochie, de Parokia Birgen di Altagracia, ligt in de arme wijk Steenrijk. Een buurt waar FOL dit keer goed heeft gescoord. ,,Wat wil je'', zegt Wilson, ,,de armoede en criminaliteit zetten het leven hier op z'n kop. In Anthony Godett zien mensen een aardse verlosser. Dat gevoel is losgekomen uit een enorme leegte en uitzichtloosheid.'' De wijkbewoners van Steenrijk weten ook wel dat de Godetts en hun regering ook geen ijzer met handen kunnen breken. ,,Godett heeft ze wel hoop gegeven, dat is al heel wat'', vindt de pastoor.

De armoede verspreidt zich steeds meer in de wijk. ,,Voor jongeren is hier niks. Daar zou de nieuwe regering meteen wat aan moeten doen. Dat is ook beloofd.'' Wilson denkt dat Nederland op den duur Curaçao wel de helpende hand zal toesteken. Dat de Godetts zich afzetten tegen Den Haag, daar tilt de geestelijke niet zo aan. Hij doet het af als een rituele dans aan beide kanten van de oceaan, die steeds weer terugkeert. Hooguit is het temperament dit keer wat heftiger. ,,We horen toch bij elkaar'', meent de priester.

De gevolgen van de crisis op het eiland ziet hij aan zijn deur. ,,Elke dag komen er vijf tot zes mensen aankloppen bij de pastorie. Die geef ik pakketten mee. Daar zit eten in. Heel simpele zaken die de mensen niet meer kunnen kopen. Brood, groenten in blik, olie, rijst''. De pastoor praat veel met zijn parochianen over politiek. ,,Op Curaçao is alles politiek. Donderdags komen tachtig tot negentig ouderen hier. Daar hoor je wijze woorden, die de regering ter harte zou moeten nemen. Ik noem er één: 'Geef geen vis. Leer ze vissen'.

De neergang van het eiland is voelbaar bij de sociale instelling Reda Sosial. Nog nooit is het zo pezen geweest bij deze organisatie. Tegen de klippen op worden initiatieven genomen om de armoede en andere achterstanden te bestrijden. William de Luca is somber: ,,De vorige regeringen hebben geen moer voor de bevolking gedaan, van deze verwacht ik nog minder.'' Beledigen wil hij niemand. Daarom slikt De Luca even zijn woorden in. Dan diplomatiek: ,,Ik ben niet onder de indruk van de intellectuele vermogens van de minister-president''. Mirna heeft mulo (vergelijkbaar met een iets uitgebreidere mavo-opleiding) en een boekhoudcursus gevolgd. De Luca: ,,Onze staatsschuld is zo torenhoog, hoe wil ze die terugdringen en ook nog alle sociale beloften inlossen?''

Zijn organisatie tracht in de wijken kleine kansrijke initiatieven te ontplooien. Crèches, zodat alleenstaande tienermoeders naar school of werk kunnen gaan. Mini-jobs opzetten als opstap naar echt werk. ,,Hier en daar hebben we zelfs een soort Melkertbanen. Al die projecten worden permanent bedreigd door geldgebrek. De laatste jaren waren we bezig met een inhaalslag om het afglijden zoveel mogelijk te beperken''.

De Antillianen zien met de wisseling van regering ook het weggeven van baantjes aan vriendjes weer loskomen. Zo wordt het overheidsapparaat weer topzwaar. Uit de gratie geraakte ambtenaren komen terecht bij De Luca of komen misschien wel bij pastoor Wilson bedelen. Ook zullen er weer worden weggezet in onzinnige functies. Stanley Brown kan er nu hartelijk om lachen, maar het overkwam ook hem. Na de opstand wilden ze hem niet meer als onderwijzer voor de klas hebben. Er werd wat voor hem gevonden, bij de dienst Economische Zaken.

Brown: ,,Wat ik moest doen, was varkens tellen. Op Curaçao waren er toen een stuk of veertig. In een dag was ik klaar.'' Met een subsidie is voor een vermogen een batterij varkensstallen neergezet met een abattoir erbij. Brown: ,,De varkens zijn er nooit gekomen. En maar tellen''.

Deel dit artikel