Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Voortaan zonder zeepbellen

home

Hans Labohm

Nadert het einde van het kapitalisme? Volgens econoom Hans Labohm zal het huidige systeem zeker een grondige renovatie moeten ondergaan. Maar te veel overheidsbemoeienis vindt hij geen optie. „Aan aanvechtingen in die richting dienen wij krachtig weerstand te bieden.”

Buitenwijk in Atlanta, Georgia (Trouw)

Vele berichten die in de media verschijnen, wekken de indruk dat de huidige kredietcrisis is veroorzaakt door wantoestanden in de financiële sector – in het bijzonder in de Verenigde Staten. Die zou door afkeurenswaardige hebzucht worden gedreven.

Daar zit ongetwijfeld een grote kern van waarheid in, maar dat is niet het hele verhaal. Zo zijn de rating agencies, die de solvabiliteit van bedrijven beoordelen, ernstig tekortgeschoten. De prikkels in de financiële sector, waarbij bonussen bijvoorbeeld waren gekoppeld aan het volume van de kredietverlening, zijn mede debet aan lichtzinnige verstrekking ervan. Daarnaast was er short selling: effectenhandelaren die gokten op koersdaling, waardoor een neerwaartse druk op de koersen werd versterkt. En er circuleerden valse geruchten. Verder zag je de opkomst van het securizeren (het herverpakken, bundelen en doorverkopen van veelal riskante hypothecaire leningen). Kwaliteitsbeoordeling was nagenoeg onmogelijk geworden, waardoor financiële instellingen die een graantje wilden meepikken in de bonanza, zich lelijk in de vingers sneden.

Maar de directe aanleiding voor de kredietcrisis vormde het bankroet van Fanny Mae en Freddie Mac. Deze grote hypotheekbanken, oorspronkelijk voortgekomen uit de New Deal van president Roosevelt, hadden tegen een aanvankelijk lage variabele rente te veel hypothecaire leningen verstrekt. Huiseigenaren hoefden geen eigen geld in te leggen en er werd ook niet gecontroleerd of ze wel over voldoende middelen beschikten. Dat kwam doordat op basis van de Community Reinvestment Act (CRA) uit 1977 hypotheekbanken verplicht waren „de kredietbehoeften van de hele gemeenschap te dienen”. Deze wet had tot doel om woningbezit ook voor de lagere inkomensklassen toegankelijk te maken. Méér dan bewoners van andere ontwikkelde landen zijn Amerikanen nu eenmaal overtuigd van hun recht op geluk en materiële welvaart – hier en nu. Het is een wezenlijk bestanddeel van de American dream. En een eigen woning hoort daarbij.

Door die CRA was de hypotheekverstrekking veel te ruim. Daarbij wisten potentiële huiseigenaren vaak ook niet precies waartoe zij zich verplichtten. De ’kleine lettertjes’ over de mogelijkheid van een hypotheekrenteverhoging in de toekomst, en dus van hun vaste lasten, zagen ze in hun enthousiasme dikwijls over het hoofd.

Het waren dus niet in eerste instantie de banken, het was een grootschalige overheidsinterventie in de economie – de wet uit 1977 – die tot de crisis heeft geleid. Hoe prijzenswaardig de intentie van dat beleid op zichzelf ook mag zijn geweest, het zijn bepaald geen doelstellingen die je snel met kapitalisme zou associëren. Eerder met socialisme.

Toen de rentestand in de VS omhoogging en moest worden doorberekend in de hypotheken, bleken talloze huiseigenaren niet in staat de gestegen lasten op te brengen. Zij moesten hun huis verkopen. Dit leidde tot een ineenstorting van de huizenmarkt, en tot faillissementen bij huizenbezitters en bij de hypotheekverstrekkers. Aangezien Mae en Mac in feite het beleid van de overheid uitvoerden, voelde de overheid zich verantwoordelijk voor de gevolgen ervan. Bovendien, als deze hypotheekverstrekkers failliet zouden zijn gegaan, zou dit ernstige gevolgen hebben voor het bankwezen en grote groepen van de bevolking. Daarom besloot de staat in te grijpen.

De schaduwkant daarvan is het probleem van moral hazard. Als de overheid eenmaal dit soort signalen afgeeft, komen banken in de verleiding om onverantwoorde risico’s te nemen – in de wetenschap dat zij ze wel uit de brand helpt als de zaak spaak loopt. Dat dit tot onverantwoorde economische beslissingen kan leiden zal duidelijk zijn.

Vooral politiek links klaagt in dit verband over privatisering van de winsten, met enorme bonussen voor het management, en over socialisering van de schulden, ten koste van de belastingbetaler. Dat is deels gerechtvaardigde kritiek. De klacht vindt overigens ook steun bij politiek rechts, dat in het algemeen voorstander is van beloning bij succes, maar sancties bij falen. Maar kritiek als zou overheidssteun een ’douceurtje’ zijn voor de banken is toch misplaatst. Die miskent de schade voor talloze spaarders én het gevaar dat dreigde voor de economie als geheel, als de overheid niet zou hebben ingegrepen.

Maar naast de bevordering van het woningbezit is er ook een dieperliggend probleem dat als het ware de voedingsbodem vormde voor de huidige crisis. En dat is het monetaire beleid van de Amerikaanse Centrale Bank, de FED.

Vooral aanhangers van de Oostenrijkste economische school (met als iconen Ludwig Mises en Friedrich Hayek) hebben daar al tientallen jaren voor gewaarschuwd. Een vooraanstaand hedendaagse vertegenwoordiger van die school is de Spanjaard Jesus Huerta de Soto. Hij schrijft de crisis toe aan het monetaire expansiebeleid dat na de laatste recessie in 1992 in gang werd gezet. Destijds gaf de FED de aanzet tot een kunstmatige uitbreiding van de kredietverlening, die niet werd gedekt door grotere besparingen bij het publiek. Gedurende vele jaren groeide de geldhoeveelheid met jaarlijks 10 procent. Dat leidde tot zeepbellen die tot uitdrukking kwamen in de prijzen van kapitaalgoederen, onroerend goed en aandelen.

Maar de economische theorie leert dat een kunstmatige vergroting van het kredietvolume geen wondermiddel is om stabiele en duurzame economische ontwikkeling tot stand te brengen. Daarvoor is de discipline van vrijwillige besparingen onontbeerlijk. Kunstmatige kredietexpansie kan hooguit op de korte termijn soelaas bieden, en zelfs dat is twijfelachtig. Door de verlening van goedkoop krediet worden ondernemers in de verleiding gebracht om te investeren in superambitieuze projecten (in het bijzonder in de bouw en in de onroerend goedsector), die later niet rendabel blijken te zijn. Een en ander leidt, kortom, tot scheefgroei (’misallocaties’ in economenjargon). Vroeg of laat komt er een einde aan dit proces en wacht er een recessie.

De rentevoet is een cruciale grootheid in de economie. Allerlei beslissingen van de burger en de ondernemer worden daardoor beïnvloed. Bij de burger geldt dit vooral bij de aankoop van een huis. Bij ondernemers geldt dit vooral bij hun bijna dagelijkse investeringsbeslissingen. Het is denkbaar dat de bepaling van de rentevoet aan de markt wordt overgelaten. In dat geval zal hij op een niveau komen dat voortvloeit uit de interactie tussen vraag en aanbod van geld en kapitaal.

Maar in onze ontwikkelde markteconomieën spelen de centrale banken daarbij een belangrijke rol. In het licht van macro-economische doelstellingen, zoals de bestrijding van inflatie en de wenselijk geachte economische groei, tracht de centrale bank de rentevoet te beheersen.

Voor de Europese Centrale Bank (ECB) geldt – formeel – de bestrijding van de inflatie als belangrijkste doelstelling. Dat geldt evenzeer voor de Amerikaanse Centrale Bank, maar de FED schenkt daarnaast ook aandacht aan groei- en werkgelegenheidsdoelstellingen – in ieder geval meer dan de ECB. Het gevolg is dat het monetaire beleid wat ruimer en de rentevoet wat lager is dan wenselijk zou zijn om een duurzame en evenwichtige economische ontwikkeling te bewerkstelligen.

Ook al heeft een centrale bank een strikt mandaat om ervoor te zorgen dat de waarde van geld zo goed mogelijk wordt beschermd (dus inflatiebestrijding), centrale bankiers zullen zich niet geheel kunnen onttrekken aan de – veelal impliciete – politieke en maatschappelijke druk waaraan zij bloot staan om te voorkomen dat er ongelukken gebeuren. Door zulke ongelukken, bijvoorbeeld op de aandelen- en huizenmarkten, zouden schadelijke kettingreacties in de economie kunnen ontstaan. Het resultaat is dat het feitelijke monetaire beleid vaak minder streng is dan het mandaat zou doen vermoeden. En als dat maar lang genoeg voortduurt, raakt de economie uit het lood – totdat een crisis uitbreekt.

Als nu opnieuw zou worden besloten tot een easy money-beleid, dan zal dat de liquidatie van onrendabele investeringen en sanering verhinderen. Het kan zelfs leiden tot een permanente recessie, zoals in het geval van de Japanse economie. Die reageerde, nadat alle mogelijke interventies waren geprobeerd, niet meer op welke stimulans dan ook.

De crisis kwam dus niet onverwacht. Naast de ’Oostenrijkers’ hebben ook anderen, zij het veel later, waarschuwingen laten horen, zoals George Soros en Nouriel Roubini. Zij voorzagen de ernstigste financiële crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Dat gold eveneens voor Danny Schechter, die daarover een boek schreef: ’Plunder’. Het manuscript werd in eerste instantie door 28 uitgevers afgewezen.

Maar wat moet je ook beginnen met de waarschuwingen van mensen die sterk afwijken van de mainstream? De Russische ex-politicus Michail Gorbatsjov schetste eens het dilemma dat daarbij rijst. Toen hij vele jaren geleden deelnam aan de G8-top in Parijs vertelde hij een verhaaltje aan iedereen die het maar wilde horen. „De Amerikaanse president heeft vele bodyguards. Eén ervan is een terrorist. Maar hij weet niet wie. De Franse president heeft vele vriendinnen. Eén ervan is een flapuit. Maar hij weet niet wie. De secretaris van de communistische partij in de Sovjet-Unie heeft vele economische adviseurs. Eén ervan heeft gelijk. Maar hij weet niet wie.”

De cassandra’s zijn meestal te vinden bij de buitenbeentjes onder de economen. Collega’s die op een of andere manier hun brood verdienen in de financiële sector, maar ook beleidseconomen hebben de natuurlijke neiging om geen al te negatieve uitspraken te doen over de toekomstige economische ontwikkeling – al was het maar omdat zij weten dat die het effect van een self-fulfilling prophecy kunnen hebben. Dat betekent dat de economische berichtgeving vaak positiever zal zijn dan de economische werkelijkheid rechtvaardigt.

Wie herinnert zich bijvoorbeeld nog de uitspraak van Alan Greenspan, de vorige FED-voorzitter, in december 1996? Hij wees destijds op de mogelijkheid dat de koersen te hoog waren en dat er sprake zou kunnen zijn van irrational exuberance. De uitspraak leidde tot een onmiddellijke koersval. Maar de beurzen herstelden zich. Greenspan heeft nooit meer een dergelijke uitspraak herhaald. Kennelijk had hij zijn lesje geleerd. Sindsdien waren zijn uitspraken altijd voorzichtig optimistisch. Niemand heeft er immers belang bij dat er onrust op de markten ontstaat.

Voor de fijnproevers waren Greenspans periodieke analyses overigens een genot om naar te luisteren. Hij formuleerde zodanig dat het orakel van Delphi zich er niet voor had hoeven schamen. Wat Greenspan aan het begin van een zin beweerde, nam hij dikwijls aan het eind weer terug. Zelf sprak hij daar vrij openhartig over. „Sinds ik centraal bankier ben geworden, heb ik geleerd onsamenhangend te mompelen. Als ik ineens erg helder klink, dan moet u mij verkeerd hebben begrepen.”

Grappig, ja. En niet minder trefzeker.

De kredietcrisis heeft uiteraard grote invloed op de verkiezingsstrijd in de VS. De Amerikaanse presidentskandidaten proberen elkaar te overtreffen in beloften aan de kiezer – beloften die veel geld kosten en die in het licht van de torenhoge Amerikaanse staatschuld onmogelijk zijn waar te maken. Hierin manifesteert zich een duidelijke spanning tussen politieke en economische logica. Hoewel de VS op dit terrein een extreem voorbeeld bieden, komt het verschijnsel natuurlijk ook in andere landen voor.

Als het marktsysteem door overmatige eisen – bijvoorbeeld wat betreft belastingheffing, regulering, herverdeling van inkomen, milieu en klimaat, alsmede maatschappelijk verantwoord ondernemen – te zwaar wordt belast, komt het krakend tot stilstand, met alle nare gevolgen van dien. De beleidsreflex is er veelal een van nóg meer overheidsbemoeienis. Als daaraan wordt toegegeven, verwatert de huidige, door overheidsinterventie al sterk aangelengde markteconomie nóg verder en transformeert zij zich langzaam tot een soort geleide- of planeconomie. Gezien de ervaringen daarmee in het verleden belooft dat niet veel goeds. Aan aanvechtingen in die richting dienen wij dus krachtig weerstand te bieden.

„Deze vorm van kapitalisme is voorbij”, zei minister Wouter Bos. En inderdaad. In het licht van de huidige crisis zal – vooral – het Amerikaanse kapitalisme op een aantal terreinen ongetwijfeld grondig moeten worden gerenoveerd. Maar versterking van het toezicht op banken is toch grotendeels kurieren am Symptom.

Belangrijker is het voeren van een solide monetair beleid dat geen zeepbellen veroorzaakt. Daarnaast is goede marktwerking onontbeerlijk. Dat houdt onder meer in dat de overheid terughoudend dient te zijn met interventie en de markteconomie niet met allerlei toeters en bellen dient op te tuigen, onder de last waarvan zij uiteindelijk bezwijkt.

Het zou wel eens geruime tijd kunnen duren voordat de crisis over is. De neergaande spiraal op de beurzen is erg ver doorgeschoten en vormt vermoedelijk geen juiste afspiegeling van de staat waarin de reële economie verkeert. Voor een belangrijk deel is er nu sprake van een massapsychologisch fenomeen dat moet ’uitzieken’.

Maar is dit ook het einde van het kapitalisme? Zoals Mark Twain ooit opmerkte, nadat hij had gehoord dat zijn overlijdensbericht in de krant had gestaan: „De berichten over mijn dood zijn zwaar overtrokken.”

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.

Deel dit artikel

Advertentie

Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang tot Trouw.nl.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.