Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Voorbereiden op de brexit? Bedrijven willen wel, maar de onzekerheid is te groot

Home

Koos Schwartz

Een flink deel van de handel in de Rotterdamse haven gaat van of naar het VK. © Hollandse Hoogte

Bereid je voor op de brexit, zeggen werkgeversorganisaties. Maar de onzekerheid over de nieuwe situatie is zo groot dat er weinig te doen valt.

Er zijn ondernemers die het doen. Die voorbij de brexit kijken. Ver ervoorbij zelfs. Robbert Wapstra van tapijtproducent Edel uit Genemuiden bijvoorbeeld. Edel levert veel tapijten aan Engeland en bezorgt ze 48 uur na bestelling. Zal dat na de brexit ook lukken? Wapstra vreest van niet. Daarom slaat hij nu al een voorraad tapijten in Engeland op – dan lukt die snelle levering wel. En hij zoekt nieuwe afzetgebieden. Want stel dat de Britse economie na de brexit in een crisis terechtkomt? Dan is het wijs om niet te afhankelijk te zijn van het Verenigd Koninkrijk. Wapstra heeft zich ook al ingedekt tegen een koersdaling van het Britse pond.

Lees verder na de advertentie
Slechts 18 procent van de bedrijven bereidt zich ‘in behoorlijke of zeer grote mate’ voor op de brexit

Wapstra doet zijn verhaal op de website hulpbijbrexit.nl die is opgezet door de rijksoverheid en de werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB Nederland. Die site bevat meer verhalen van ondernemers en bedrijven die zich voorbereiden op de brexit. In de tweewekelijkse nieuwsbrief die VNO-NCW op zijn eigen site publiceert, zijn zulke verhalen ook te vinden.

De werkgeversorganisaties en de rijksoverheid maken zich zorgen. Op 29 maart is de brexit een feit. De douane is daar al druk mee bezig. De dienst mag vanwege de naderende brexit negenhonderd extra mensen in dienst nemen en is al iets over de helft. Aan de andere kant van de Noordzee gaat de Britse douane minder voortvarend te werk.

Maar de bedrijven zelf lijken minder actief. Een flitspeiling in juni, gedaan in opdracht van het ministerie van buitenlandse zaken, leerde dat er niet veel Wapstra’s zijn. Slechts 18 procent van de bedrijven bereidt zich ‘in behoorlijke of zeer grote mate’ voor op de brexit. 46 procent doet dat in het geheel niet. Zo’n flitspeiling zegt natuurlijk niet alles, al was het maar omdat er bedrijven zijn die weinig of niets van de brexit te duchten hebben. Maar ze leert wel dat er nog wat schort aan de brexit­bewustheid.

Dat is ook niet zo vreemd – en dat blijkt impliciet ook uit de nieuwsbrieven van VNO-NCW en de informatie die andere branche­-organisaties hun leden verschaffen. Want hoe zij ook hun best doen om hun achterban op de hoogte te houden van het allerlaatste brexitnieuws, ook zij weten niet hoe het er uiteindelijk uit gaat zien. “Ja, we bereiden ons voor. Maar waarop?”, verwoordt een woordvoerder van vleesfabrikant Vion die verwarrende situatie.

Welke brexit?

Wordt het een ‘harde’ brexit, dan gaan voor de handel met het Verenigd Koninkrijk dezelfde voorwaarden gelden als voor de handel met veel andere niet-EU-landen. Dan komen er tarieven voor de Britse import en gaat dat land importheffingen op EU-producten invoeren. Mogelijk is ook dat er tot eind 2020 een overgangsperiode komt waarin er (misschien) niet veel verandert. Misschien komt er toch een handelsakkoord met de Britten, waarbij het Verenigd Koninkrijk de EU verlaat, maar er (bijvoorbeeld) afspraken komen over importheffingen en douaneprocedures. In theorie is zelfs niet uitgesloten dat die hele brexit niet doorgaat – zou er dan toch een tweede referendum over komen?

In al die onzekerheid is het lastig voor bedrijven om zich voor te bereiden. Want ja, waarop? Voor branche-organisaties en overheid is het lastig om te adviseren. ‘Bereid je voor op het ergste en doe wat je kunt doen’ is het motto van de adviesgevers. Het ergste? Dat is die ‘harde’ brexit. Doen? Dat is vooral stappen nemen om te zorgen dat er na de brexit geen gedoe komt met Nederlandse en Britse douaniers.

Bedrijven die handelen met niet-EU-landen moeten een zogeheten EORI-nummer hebben. Zonder zo’n nummer kan er niet geëxporteerd worden. Bedrijven die wel naar Groot-Brittannië exporteren maar niet naar niet-EU-landen hoefden zo’n nummer niet te hebben. Vanaf 29 maart 2019 wel.

Bij een harde brexit zouden er heffingen van 50 tot 100 procent kunnen komen op vlees

Regel nu zo’n nummer, adviseren VNO-NCW, overheid en douane. Nu kan zo’n verzoek nog binnen een week worden afgehandeld. Als bedrijven in maart massaal aanvragen doen, gaat dat veel langer duren, met alle risico’s van dien. Tot nu toe loopt het niet storm bij de douane. Het aantal aanvragen voor een EORI-nummer is niet groter dan een jaar geleden, meldt een woordvoerder van de dienst. Terwijl er toch zo’n 35.000 bedrijven zijn die wel naar het Verenigd Koninkrijk exporteren, maar geen EORI-nummer hebben.

Koop software om met de douane te kunnen communiceren of schakel een expediteur in die de douane-formaliteiten voor je regelt, is het tweede advies van overheid en branche-organisaties. Ook dat advies heeft nog weinig navolging gevonden. Bedrijven die zelf aangifte doen bij de douane moeten ook beschikken over een Registratie Elektronisch Berichtenverkeer. Maar ook het aantal aanvragen voor zo’n registratie is niet groter dan vorig jaar. Het aantal bedrijven dat bij de douane aanklopt voor brexitinformatie is ook al niet groot.

Wel of niet keuringsplichtig?

Voor een deel van de bedrijven die naar het Verenigd Koninkrijk exporteren, is de to do-lijst daarmee af. Voor andere niet. Bedrijven moeten er rekening mee houden dat producten keuringsplichtig worden als dat land de EU verlaat: het zou voor vlees kunnen gaan gelden en voor snijbloemen. Misschien komt die plicht er ook voor zuivelproducten. FrieslandCampina, Nederlands grootste zuivelproducent die op de Britse markt onder meer yoghurt en melk-met-een-fruitsmaak verkoopt, houdt daar wel rekening mee. Maar veel kan het concern nu niet doen. Want komt die plicht er wel?

Extra vergunningen zijn waarschijnlijk nodig voor producten die de Nederlandse en Britse grenzen een paar keer passeren voordat ze in een eindproduct terechtkomen – denk aan een schroef (uit Nederland) die in een portier-onderdeel terechtkomt (GB) dat in een portier belandt (Nederland) dat bestemd is voor een auto (GB). Ook voor onderdelen die zowel in gewone producten als in wapens kunnen worden verwerkt woren waarschijnlijk extra vergunningen nodig.

Linda van Beek, bij VNO-NCW verantwoordelijk voor de communicatie over de brexit met de achterban, heeft de indruk dat grote bedrijven en bedrijven die kwetsbare waar zoals vlees of snijbloemen naar het Verenigd Koninkrijk exporteren hun zaakjes wel voor elkaar hebben. Zij hebben zich voorbereid en hebben overleg gehad met hun Britse klanten, al weten die vaak nauwelijks meer dan hun Nederlandse leveranciers. Maar hoe bereid je je voor op de situatie na een brexit kan ontstaan?

Neem Vion, Nederlands grootste vleesproducent. Vion exporteert veel vlees naar het Verenigd Koninkrijk, bacon onder meer. Bij een harde brexit zouden er heffingen van 50 tot 100 procent kunnen komen op vlees. Dan kan de export naar dat land instorten. Als dat gebeurt, kan er ook een overschot aan vlees ontstaan in de EU-landen zelf, met prijsdalingen als gevolg. Dat overschot kan nog groter worden als niet-EU-landen vlees aan Groot-Brittannië verkopen. Misschien daalt het Britse pond na de brexit nog verder in waarde, waardoor het nog lastiger wordt om naar dat land te exporteren. Of stort de Britse economie na een brexit in.

Maar het kan allemaal ook meevallen. Dat de heffingen laag uitpakken. Dat de Britten zo dol blijken op de Hollandse bacon dat ze die blijven kopen, ook als die duurder wordt. “Tja, waar moet je je op voorbereiden?”, herhaalt de woordvoerder van Vion.

“Zeker is dat Engeland niet zelfvoorzienend is op vleesgebied en vlees zal moeten importeren.” En gaat Vion al zo ver dat het, net als Wapstra, op zoek is gegaan naar een nieuwe afzetmarkt? Nee, zegt de woordvoerder, dat doet Vion nog niet.

VK IS BELANGRIJKE PARTNER


Nederland exporteerde in 2017 voor 39 miljard euro aan goederen en diensten naar het Verenigd Koninkrijk. Daarmee is het na Duitsland en België het belangrijkste exportland. De import was ruim 23 miljard. Machines, chemie-producten en voedingsmiddelen gaan in groten getale de Noordzee over. De export van groente en fruit is goed voor 2 miljard euro, die van vlees voor circa 1,5 miljard. Zo’n 40 procent van alle tomaten die Britten eten komt uit Nederland, voor uien is dat 35 procent. Bacon en frites zijn ook belangrijke exportproducten.

De brexit kan grote gevolgen hebben voor de handel. Maar ook voor het personeel en het personeelsbestand van bedrijven die Britten in dienst hebben en van Britse bedrijven met Nederlandse werknemers. Het zou kunnen dat Nederlandse bedrijven na de brexit visa en werkvergunningen moeten aanvragen voor (nieuwe) Britse arbeidskrachten. En dat Britse bedrijven dat voor ‘hun’ Nederlanders moeten doen. Na een brexit kunnen er op allerlei terreinen dingen veranderen: sociale verzekeringen, arbeidsrecht en arbeidsvoorwaarden, pensioenen en de fiscale wetgeving. Minder dan 200 dagen voor de brexit is ook over dit soort zaken onzekerheid troef.

Lees ook: Britse autofabrikanten doodsbang voor 'harde' brexit. 
Nu de exit van Groot-Brittannië uit de EU naderbij komt, laat de Britse auto-industrie zich steeds luider horen.

Deel dit artikel

Slechts 18 procent van de bedrijven bereidt zich ‘in behoorlijke of zeer grote mate’ voor op de brexit

Bij een harde brexit zouden er heffingen van 50 tot 100 procent kunnen komen op vlees