Voor vijftigers telt nog maar één bloeddruk

home

Martin van der Laan

„Alles wat je behandelt onder de 95 is louter hobbyïsme", zei een cardioloog ooit op een congres. Begrijp goed, hij had het niet over leeftijd maar over bloeddruk. Na zijn betoog was de zaal te klein: dit was te dom voor woorden, een permanente onderdruk van 94 is zondermeer te hoog.

Ook de geneeskunde kent haar geloofsstrijd: over bloeddruk. Voor wie het niet meer weet, de onderdruk is de druk in de slagaderen als het hart tussen twee slagen in even in rust is en zich opnieuw met bloed vult. Vervolgens duwt de pomp het bloed weer de slagaderen in, en piekt de druk. Die wordt gemeten in millimeters kwikdruk (mm Hg). En de leek leerde dat 120 over 80 mm Hg een gezonde, mooie verhouding van boven- en onderdruk weergeeft.

Dat geldt voor medische modelmensen. Wat als de waarden te hoog zijn en de verhouding scheef, van welke druk moet de arts dan uitgaan? Jarenlang gold de onderdruk als dé graadmeter voor wel of niet behandelen. Maar deskundigen hameren er nu al tien jaar op dat de bovendruk, die stijgt met de leeftijd, zeker voor oudere mensen een betere voorspeller is van het risico op hart- en vaatziekten.

Toch lijkt dit voortschrijdend inzicht op de drempel van de spreekkamer te aarzelen: veel huisartsen schrikken nog altijd harder van een extreme onder- dan bovendruk. Deze week gooien drie hotemetoten op dit gebied in The Lancet de knuppel in het hoenderhok: meet bij vijftigers alleen nog de bovendruk, vergeet de onderdruk, stellen zij voor.

Ze zien vier voordelen: de bovendruk kun je preciezer meten en die voorspelt het risico beter. Daarbij raken al die lijders aan hoge bloeddruk alleen maar in de war: welke van de twee waarden is de belangrijkste? Bovendien is de huisarts direct verlost van de tegenstrijdige adviezen die hij jarenlang kreeg. En de farmaceut hoeft zich alleen nog te richten op pillen tegen een te hoge bovendruk.

Gaan de medici de knoop doorhakken? Dat valt te bezien. Dr. Michiel Bots, epidemioloog in het Utrechts Medisch Centrum, voelt er wel voor: „De argumenten zijn juist. De bovendruk is een betere voorspeller bij oudere mensen. In de regels voor de schatting van het risico op hart- en vaataandoeningen komt de onderdruk niet eens meer voor. Maar ik weet het, de medische praktijk is traditioneel.”

Even doorbijten? „Nee, niet doen”, reageert dr. Gert van Montfrans, internist in het Academisch Medisch Centrum. „Natuurlijk is de bovendruk belangrijk bij vijftig-plussers. Maar houd ook de onderdruk in de gaten: een erg hoge bovendruk tegenover een opvallend lage onderdruk wijst op verstijving van de bloedvaten en daarmee op een groter risico. Dat ontgaat je als je louter de bovendruk meet.”

„Nou, bij de meeste mensen hangen de boven- en onderdruk behoorlijk met elkaar samen”, relativeert Bots. „Ik denk dat je ook bij mensen onder de 45 jaar meestal goed uitkomt als je louter van de bovendruk zou uitgaan.”

Maar Van Montfrans ziet niets in een radicale ommezwaai. „Artsen letten bij ouderen allang meer op de bovendruk. Maar de onderdruk helemaal vergeten? Ik heb begrepen dat dit ferme standpunt een uitvloeisel is van een lekker etentje van de drie heren samen. Waarom toch? Net alsof we op ons vijftigste medisch gezien plotseling andere mensen worden.”

Lees verder na de advertentie

Trouw.nl is vernieuwd. Ter kennismaking mag u nu gratis onze artikelen lezen.

Deel dit artikel

Advertentie