Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Voor populistische PvdA en VVD wordt D66 het alternatief

Home

Hans Goslinga

Opinie

Een sterk land kan omgaan met extreme opvattingen, zei VVD-fractieleider Rutte deze week in de Kamer, zijn suggestie motiverend om de vrijheid van meningsuiting zoveel mogelijk op te rekken. Hoe minder krampachtig de samenleving reageert, hoe sneller de aanhang voor zulke opvattingen zal verschrompelen, is zijn veronderstelling.

Rutte maakte duidelijk dat het er hem niet alleen om te doen is het liberale paradijs voor de individuele burger wat dichterbij te brengen. Tenminste zo groot is zijn politieke belang de PVV van Wilders de wind uit de zeilen te nemen.

Wilders gebruikt de vrijheid van meningsuiting niet alleen als een recht, maar vooral als een politiek instrument. In zijn strijd tegen wat hij noemt de ’islamisering’ zoekt hij met zijn uitspraken voortdurend de grenzen van het toelaatbare op. Tegelijk hanteert hij de uitingsvrijheid als middel om zijn politieke opponenten te gijzelen in hun democratische fatsoen, zoals hij vorig jaar indringend heeft laten zien met de film Fitna. Welbeschouwd past Wilders een asymmetrische strijdwijze toe, die zijn tegenstanders steeds weer in verwarring brengt.

Hij doet dat door het rechtstreekse debat uit de weg te gaan, democratische spelregels en noties aan zijn laars te lappen, tegenspraak te beantwoorden met straattaal en als hij geen kant meer op kan zich in het kleed van de martelaar te hullen. Zijn fractiegenoot Hero Brinkman handelde met zijn beledigingen aan het adres van de Antillen exact volgens dezelfde strategie. Net zolang provoceren en tarten, totdat anderen hun geduld verliezen en vervolgens moord en brand schreeuwen. Het is begrijpelijk dat de opponenten van de PVV naar antwoorden zoeken op deze strijdwijze, maar bij de suggestie van Rutte rijst de vraag of het middel niet erger is dan de kwaal.

Het verruimen van de grenzen van de uitingsvrijheid kan gemakkelijk worden opgevat als een legitimatie van de scheld- en schoffeercultuur, die sinds een aantal jaren in Nederland opgang maakt.

Niet alleen de VVD, maar ook de PvdA-top geeft daar in haar notitie over de integratiekwestie aan toe door erkenning van het recht op beledigen. Beide partijen lijken nauwelijks stil te staan bij het effect van het vrijelijk krenken op de democratische cultuur, die veel meer omvat dan alleen het aanvaarden van de spelregel dat de meerderheid beslist.

Vanuit zijn optimistische mensbeeld veronderstelt Rutte dat het vanzelf wel goed komt als mensen alles mogen zeggen, zolang ze niet oproepen tot geweld. We moeten vertrouwen hebben, zei hij in de Kamer, in de wijsheid van de meerderheid. De PvdA-top meent daarentegen dat, naast een grote individuele uitingsvrijheid, een ’beschaafd nationalisme’ of ’patriottisme’ nodig is om de samenleving bij elkaar te houden. De notie dat democratie de kunst is om met verschillen om te gaan lijkt volledig uit het oog verloren.

De cultureel antropologe Halleh Ghorashi, hoogleraar diversiteit en integratie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, schrijft in het winternummer van CD Verkenningen dat een democratisch stelsel niet veel waard is zonder een democratische cultuur.

Die cultuur kan in haar visie niet bestaan zonder openheid, respect en tolerantie als basiswaarden. Mensen moeten zich in de publieke ruimte veilig en gerespecteerd weten en zich vrij voelen hun eigen keuzen te maken, anders gaat het mis met hun persoonlijke ontwikkeling als burger, maar ook met de gemeenschap en de democratie.

De essentie van Ghorashis visie is dat als immigranten in het publieke debat constant gekrenkt en geschoffeerd worden, zij zich niet kunnen verbinden met de Nederlandse samenleving. Het beschaafde nationalisme dat PvdA-leider Bos propageert, zal daar weinig aan verhelpen. Het lijkt een nogal geforceerde poging om de boel bijeen te houden, gekunsteld zolang dit patriottisme geen inhoud heeft, gevaarlijk en nieuwkomers uitsluitend als het wel inhoud zou krijgen.

De richting waarin Ghorashi, afkomstig uit Iran, sinds 1988 in Nederland wonend, de oplossing van de integratiekwestie zoekt, komt ironisch genoeg sterk overeen met de gedachte waaruit de PvdA is ontstaan. De sociaal-democraten wilden in 1946 de scherpe religieus-culturele scheidslijnen in het verzuilde Nederland doorbreken en een democratisch huis vormen met vele woningen. Deze doorbraak is maar zeer ten dele gelukt, waardoor er in de PvdA altijd een anti-religieuze reflex is blijven zitten, net als in de VVD.

De VU-hoogleraar blaast de doorbraakgedachte als het ware nieuw leven in en biedt PvdA en VVD daarmee een andere mogelijkheid dan een halve knieval voor het anti-islamitisch gekleurde populisme om het gedachtegoed van Wilders te bestrijden. Dat antwoord ziet er stevig, doordacht en consistent uit, gefundeerd op sterke democratische principes, zoals de notie dat het in een democratie niet alleen aankomt op de wil van de meerderheid, maar ook op de ruimte voor de minderheid.

CDA, D66 en ChristenUnie lijken daar dieper van doordrongen dan de PvdA en de VVD, die de indruk wekken vanuit electorale paniek te handelen. Onder aanvoering van Pechtold maken de democraten, die altijd als de seculiere tegenhanger van de christen-democratie golden, meer ruimte voor religie in het publieke domein.

Dat is een verrassende ontwikkeling. D66 is dankzij de scherpte van Pechtold al de uitgesproken tegenhanger van Wilders. Tussen de dolende PvdA en VVD kan de partij zich de komende tijd opnieuw ontwikkelen tot een redelijk alternatief voor deze partijen.

Deel dit artikel