Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Voor hem neem ik mijn petje niet af

Home

Rob Velthuis

René Sparenberg, de jongste (17) speler van het bronzen hockeyteam, nam de kadaverdiscipline en de verheerlijking van Hilter in 1936 niet serieus. Ali de Vries, de ervaren atlete, walgde van 'het angstaanjagende geblèr' in het stadion. Maar toch: ,,Voor een sporter blijft deelnemen aan de Olympische Spelen het hoogtepunt.''

Op oude zwart-witbeelden ziet René Sparenberg Kitei Son voor Japan als winnaar van de marathon finishen. ,,Dat had mijn latere commandant kunnen zijn, verdomme'', mompelt hij.

Wat Sparenberg nooit heeft geweten, is dat Son in zekere zin een soortgelijk lot was beschoren als hijzelf enige jaren later als dwangarbeider aan de beruchte Burma-spoorweg. Son was een Koreaan, die door de bezetter werd gedwongen Japan op de Spelen te vertegenwoordigen.

Sparenberg: ,,Die uitspraak kan toch juist zijn. Wij werden destijds krijgsgevangen gemaakt door Japanse gevechtstroepen, voor de permanente bewaking werden Koreanen ingezet. Het wrange daarvan was dat die nog wreder waren dan de Japanners, hun overheersers voor wie ze een heilig ontzag hadden.''

Als veertienjarige debuteerde Sparenberg (85) in het eerste van Hilversum; drie jaar later was hij op Aat de Roos na de jongste speler van het hockeyteam dat in Berlijn brons won. Hij speelde als linksbuiten alle wedstrijden.

Sparenberg vermoedt dat zijn hockeytalent hem zowel voor als tijdens de oorlog heeft gered. Tijdens het zware werk en de vele ziektes in Burma profiteerde hij van een goede conditie. ,,En ik was bestand tegen de kadaverdiscipline.''

In de jaren dertig zegt hij door zijn fixatie op hockey niet vatbaar te zijn geweest voor NSB-invloeden in zijn nabije omgeving. ,,Mijn ouders zaten in Indië, ik was ondergebracht in een kostschool die werd gerund door mijn oom en tante. Daar ben ik weggevlucht toen ik vijftien was.''

,,Mijn oom, die ervan overtuigd was dat Nederland naar de verdommenis zou gaan, was kringleider van de NSB in het Gooi, de hele top kwam bij ons over de vloer. Hij probeerde mij bij de Jeugdstorm te krijgen, maar daar wilde ik niet bij horen. Ik wilde sporten.''

Met Jong Oranje had Sparenberg in Duitsland al voor de Spelen iets meegekregen van de ontwikkelingen daar. ,,Tijdens een toernooi in Düsseldorf werden wij meegenomen naar een bijeenkomst van de Hitlerjugend. Wij zaten achter in de zaal een minuut of twintig een beetje spottend of meewarig neer te kijken op dat disciplinaire gedoe van jochies van een jaar of twaalf, dertien. Toen zijn we de stad ingegaan om plezier te maken.''

,,Ik was te jong om erbij stil te staan. Over wel of niet naar de Spelen gaan, is nooit gesproken. Dat was een zaak van de bonden, en die zonden een ploeg uit. Voor ons was het een eer om te mogen meedoen.''

,,Op de organisatie was niets aan te merken. Berlijn was er helemaal voor opgeknapt, alles stond nieuw in de verf, de hoerenbuurten waren schoongeveegd. In het olympisch dorp kregen we zelfs Hollands geörienteerd eten, zoals de Amerikanen hun eigen steaks kregen. En het publiek was sportief en behulpzaam.''

,,Wij kwamen voor de sport, we waren te jong om het over politiek te hebben. Natuurlijk wisten we dat Duitsland een dictatuur was, dat zag je aan de discipline, aan het bijna aanbidden van de leider. Maar daar hadden wij niets mee, we keken er een beetje op neer dat je zo onderdanig kon doen, dat namen wij niet serieus.''

,,Wel werd besloten tijdens de opening niet te groeten naar de eretribune. Die olympische groet leek te veel op de Hitlergroet. Karel Lotsy, onze chef d'equipe, zou het bevel 'pet af' geven, en dan moesten we die malle petjes oplichten. Maar wij waren natuurlijk geen militairen, we hadden al moeite om in de pas te blijven. Het werd dus een rommeltje. De ene zei 'Voor hem neem ik mijn pet niet af', de ander 'Ik gooi er met mijn pet naar', weer een ander had hem niet eens op.''

,,Pas later besef je hoe ongelofelijk Duitsland zich had voorbereid op de eigen overwinningsdrang. Hoe is het mogelijk dat wij allen, op een enkeling na, dit niet op tijd door hebben gehad. Dan voel je je wel belazerd. Maar hoe dan ook, het deelnemen aan de Olympische Spelen blijft een hoogtepunt.''

Deel dit artikel