Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Volleyballers verjagen erfvijand in olympische finale

Home

JOHAN WOLDENDORP

ATLANTA - De Italiaanse volleybalploeg heeft onder zijn Argentijnse trainer Velasco een geweldige staat van dienst. Maar op de Olympische Spelen deden de lange mannen uit de lange laars van Europa het sinds 1988 nooit beter dan Nederland.

Gisteren was dat het verschil tussen goud en zilver. In een bloedstollende finale tussen de twee beste volleyballanden van de wereld, prolongeerde Oranje op weergaloze wijze het succes van de World Leaguefinale in Rotterdam: 3-2 (15-12 9-15 16-14 9-15 17-15). Ron Zwerver, die veel lief en leed met de onderscheidene ploegen heeft meegemaakt, noemde het de bekroning van zijn carrière. “Het is waanzinnig. Als iemand vier jaar geleden had gezegd dat we hier in de finale zouden staan, had ik hem niet geloofd.” Het zat wellicht in de geest van de Nederlandse olympische ploeg dat het succes er sneller dan verwacht zat aan te komen. De tweede plaats was een obsessie geworden - van de vijf finales die beide landen recent op grote toernooien tegen elkaar speelden, won Italië er vier - maar in Atlanta bleken enkele 'sportprojecten, made in Holland, de loodzware favorietenlast heel goed te kunnen dragen: de Holland Acht bij het roeien, mountainbiker Bart Brentjens en in zeker opzicht ook de hockeymannen.

Voor het verjagen van de erfvijand in volleyballand was uiteraard een absolute topdag nodig. Een glansrol voor Olof van der Meulen, Bas van de Goor en Ron Zwerver. De laatste scoorde veertien punten, de eerste twee ieder dertien. Van der Meulen en Van de Goor haalden daarnaast 23 keer de opslag terug. Bij Italië moest het in dat opzicht te veel van Andrea Giani (21+20) komen. Velasco moest bovendien al snel zijn jonge, veelbelovende spelverdeler Meoni inwisselen voor routinier Tofoli.

De sets zelf gaven wisselende situaties te zien. In de eerste periode kwam Nederland na een 4-6 achterstand en 12-9 voorsprong bij 13-12 toch nog even in gevaar. In de gewonnen derde set (ingezet bij 4-0) dreigde oranje de wedstrijd zelfs weg te geven. De tweede en vierde set gaven vooral een sterke Italiaanse dominantie te zien. Aldus werd bij de score 2-2 dezelfde patstelling bereikt als vorig jaar in de EK-finale in Piraeus en eind juni in Ahoy'. In Griekenland was de ploeg van Alberda volstrekt kansloos, ook al omdat Velasco door een stortvloed van wisselingen Nederland helemaal murw beukte. De World Leaguefinale was uiteraard niet meer dan een aardigheidje, in de gelijkopgaande ralley point-set in Atlanta ging het tot de eindstand 17-15 voortdurend gelijk op. “Het belangrijkste was dat we rustig bleven,” vertelde Zwerver.

De frustraties liggen sinds gisteravond bij Velasco. In de 42 wedstrijden dat hij nu als bondscoach aan het hoofd staat van de Italiaanse ploeg heeft de Argentijn een prachtige palmares opgebouwd. Liefst 32 overwinningen boekte hij, maar op de Olympische Spelen moest Italië de afgelopen drie keer steeds onderdoen voor oranje. In Seoul eindigde Nederland als vijfde en Italië als negende. In Barcelona waren de respectievelijke klasseringen twee en vijf.

De vraag of de klinkende overwinning meer een 'beperkte' toevalstreffer was dan een gestructeerde, was in het Omni Coliseum vanzelfsprekend niet van belang. Over de hele linie knokt Nederland nog wel vanuit een achterstandsituatie. In het boek 'De lange mannen' spreekt Joop Alberda de verwachting uit dat daar nog zeker drie generaties overheen gaan. Hij wijst in dat verband op het verschil tussen Jong Oranje en het jeugdteam van het Apennijns schiereiland. De spelers daaruit ogen een stuk volwassener dan hun Nederlandse collega's, is hem herhaaldelijk opgevallen. Zowel qua lichaamsbouw als uitstraling.

Generatiekloof

Het is onmiskenbaar dat Nederland in een hoog tempo bezig is de generatiekloof te dichten. Vier jaar geleden verloor de ploeg van (toen nog) bondscoach Arie Selinger in de finale van het olympisch toernooi van Brazilië. De Latijns-Amerikaanse ploeg leek in 1992 de kampioen van vele jaren. Afgezien van het feit dat de Brazilianen in de seizoenen erna in het geheel niet onoverwinnelijk bleken, vond Alberda dat zijn lange mannen dat zelf aan den lijve moesten ondervinden. Daarom spande hij zich in 1995 persoonlijk in om de selectie van zijn collega Jose Guimaraes voor enkele oefenwedstrijden naar Nederland te halen. Oranje verloor twee keer met 3-2, maar Alberda vond dat hij geen groter winstpunt kon scoren. Zwerver cs snoepten hun veel hoger ingeschatte collega's tweemaal twee sets af. “Wanneer je al één set kunt winnen,” sprak Alberda bij die gelegenheid, “kun je ook de wedstrijd winnen.”

Op het prestigieuze olympische kwalificatietoernooi in Japan, november vorig jaar, was het voor de eerste keer zover. Hoe snel een leerproces kan verlopen, stipte Nederland aan door het gemak waarmee het in Atlanta de eindstrijd bereikte: één dip tegen Italië in de poule weliswaar, een zwakke, doch wel duidelijk gewonnen kwartfinale tegen Bulgarije, maar voor de rest alleen maar 'veegpartijen'. Inclusief de slechts anderhalf uur vergende halve finale tegen Rusland van vrijdagnacht.

Het is een open deur dat Nederland op dit ogenblik nog slechts één tegenstander kent, al mag er in de nabije toekomst van de nummers drie en vier van Atlanta (Klein Joego-Slavië en Rusland) meer oppositie worden verwacht. Waarbij met name de Joego-Slavische coach Gajic over Nederland door dezelfde vraag gekweld wordt als Alberda met betrekking tot Italië: wanneer wordt de drempel overschreden?

Lage foutenlast

Dat antwoord kwam gisteravond. Italië's kracht ligt in de lage foutenlast en een brede basis. Nederland stelt er gevariëerder spel tegenover, maar leunt nog altijd te veel op zijn basiszes. Ook al zijn blokkeerder Posthuma en spelverdeler Latuhihin in Atlanta nuttige supersubs gebleken en kreeg ook Richard Schuil een aantal speelminuten. In ieder geval is de groei er in letterlijke zin uit. Alberda gelooft niet dat nog langere mannen effectief zullen zijn (bij de Russen lopen er overigens twee van respectievelijk 2,15 en 2,16 meter rond), het moet (figuurlijk) uit de breedte en de snelheid komen. Breed door de beschikbaarheid van de aanvallers met slagkracht, de pipe (de van midachter opgezette aanval door het centrum) en de eerste tempobal naar buiten. Dat zou de ultieme aanval zijn, daar staat dan maar een eenmans blok tegenover. Gisteravond leek het alsof drie jaar in drie uren waren ingehaald.

Deel dit artikel