Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Voetbaltrainers in het buitenland / ’Rwanda is het Zwitserland van Afrika’

Home

Geert Langendorff

Na eerdere avonturen in Koeweit en Eritrea verhuist René Feller (65) naar het Oost-Afrikaanse Rwanda, waar hij als clubtrainer en bondscoach aan de slag gaat.

Tijdens de Golfoorlog (1990-1991) sprak René Feller in Noord-Holland met een Koeweiter die was gevlucht voor de troepen van de toenmalige Iraakse president Saddam Hoessein. De man, een hooggeplaatste functionaris op het ministerie van sport, vroeg hem naar het oliestaatje te komen zodra de kruitdampen waren opgetrokken. Het immens rijke land had behoefte aan capabele voetbaltrainers. De belofte hield stand, waardoor het leven van Feller een abrupte wending nam.

De handelaar in glas, porselein en aardewerk ging in Koeweit aan de slag als professionele coach. De West-Fries, zonder ervaring in het betaald voetbal, bouwde in drie jaar een aardige reputatie op. Een decennium na zijn vertrek uit het Midden-Oosten leidde zijn faam tot een nieuw avontuur. Lovende kritieken van een emir bracht de ambassadeur van Eritrea in Koeweit ertoe Feller in 2004 bij zijn president aan te bevelen voor het ambt van bondscoach.

„Ze hadden niets”, blikt Feller terug op zijn kennismaking met de straatarme republiek. „Alle benodigde spullen moest ik opsnorren. Van Gaal, destijds technisch directeur bij Ajax, gaf me ballen van het Amsterdam-toernooi. Van Volendam en AZ kreeg ik oude tenues mee. Pionnen en hesjes regelde ik zelf.” Dit enthousiasme hield hij vast tot afgelopen Kerst. De politiek instabiele situatie noopte hem ontslag te nemen.

Zijn vrouw, gesteld op comfort, kon vóór die tijd al niet aarden in het Oost-Afrikaanse land. Niet de armoede of de corruptie, maar de voedselschaarste tastte haar humeur aan. De schappen van de winkels in de hoofdstad Asmara waren vaker leeg dan vol. Het chronische gebrek aan zuivelproducten, meel, vlees en frisdrank maakte het afwerken van haar boodschappenlijstje tot een crime. Daarom besloot ze, veel eerder dan haar man, terug te keren naar Nederland.

„Mijn echtgenote houdt van shoppen”, grinnikt Feller. „Dan moet je niet in Eritrea zijn. De kwaliteit van onze maaltijden leed er overigens nauwelijks onder. Als onze huishoudster op pad ging en vertelde dat de bestelling voor ’mister René’ was, kwam het gevraagde product meestal uit een achterkamertje tevoorschijn. Winkeliers houden een voorraadje apart voor mensen die het dubbele willen betalen of beschikken over dollars.”

Feller schudt zijn hoofd als hij praat over Scandinavische pensionados die prima gedijen in deze onwerkelijke omstandigheden. „In resorts rondom Asmara stikt het van de Zweden die met hun kleine Europese pensioentje tot de gelederen der rijken toetreden. Ik ken een Rotterdammer die hetzelfde doet. Met zijn AOW’tje van 1000 euro leeft hij in Eritrea als een koning in een prachtig, maar onontgonnen land. Zo zitten de wateren voor de 1200 kilometer lange kuststrook vol met koraal, maar is er slechts één duikschool.”

Zelf voelt hij geen behoefte terug te keren naar het getormenteerde gebied. De dreigende grensoorlog met buurland Ethiopië haalde het laatste restje glans van Eritrea. „De situatie is heel slecht”, zegt Feller met een vies gezicht. „De westerlingen vertrekken in rap tempo, ambassades gaan dicht, de troepen van de Verenigde Naties zijn weg en binnenlandse reizen maken gaat nauwelijks. Voor elke trip moet je over een vergunning beschikken.”

Ondanks de teloorgang praat Feller liefdevol over het land. „Wist je dat Eritrea vroeger een kolonie van Italië was?”, vraagt hij zonder het antwoord af te wachten. „Asmara lijkt op Toscane en de inwoners zijn Hirsi Ali-types met ranke lijven. Weinig mensen weten dat wielrennen na voetbal de meest populaire sport is. Die gasten hebben aanleg, al ligt hun grens bij 90 kilometer. Een direct gevolg van slechte voeding.”

Feller verwacht niet dat Eritrea zonder steun van de vertrokken Europese zakenlui en ondernemers weer opkrabbelt. „Kijk naar Zimbabwe”, doceert hij. „De economie ging kapot toen Mugabe de blanken over de grens zette. Mozambique, waar velen van hen neerstreken, vaart er wel bij. Dat is het probleem met Afrikanen. Ze hebben leiding nodig, anders gebeurt er helemaal niets. Slechte scholing versterkt dat gebrek aan initiatief.”

Rwanda, dat hem vorige week contracteerde, heeft volgens Feller een zonniger perspectief. „In alles beter dan Eritrea”, vertelt hij. „Onlusten komen de laatste tien jaar niet meer voor. Ze importeren geen voedsel en beschikken over bodemschatten als tin, koper, goud en diamanten. En, niet onbelangrijk, het ligt in een prachtig gebied met een gigantisch meer, bergwanden, gorilla’s en duizenden heuvels. Bill Gates heeft er niet voor niets een huis laten bouwen. Rwanda is het Zwitserland van Afrika.”

Sportief wacht hem in de hoofdstad Kigali het hoogtepunt van zijn loopbaan. Hij mag met APR, koploper in de competitie, waarschijnlijk deelnemen aan de Afrikaanse variant van de Champions League. Met de nationale ploeg, 115de op de wereldranglijst, wil hij stunten. „Kwalificatie voor het WK 2010 moet kunnen”, grijnst Feller. „Er is voldoende talent aanwezig. Ik krijg ze wel aan het voetballen.”

Of hij tegen die tijd nog in Rwanda werkt, is de vraag. Feller en zijn vrouw zinspelen op een terugkeer naar de lucratieve Perzische Golf. „Als Koeweit zich meldt, gaat mijn vrouw à la minute mee.”

Deel dit artikel