Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Voetbalprofs maken van de Watersnood een deugd

Home

Rob Pietersen

In de jaren '49-'54 speelde het Nederlands elftal 28 interlands, waarvan er 22 werden verloren. In die jaren konden de bondscoaches van de KNVB niet beschikken over profs als Faas Wilkes, Kees Rijvers, Cor van der Hart, Bram Appel, Bertus de Harder, Theo Timmermans en Frans de Munck.

Spelen zonder de Kluivert, Bergkamp, Van der Sar, Davids, Cocu, Overmars en de De Boertjes van toen. Onlangs speelde Oranje een oefenwedstrijd tegen Marokko. Zonder de beste voetballers van het land. Bondscoach Frank Rijkaard weet zich nog pijnlijk te herinneren hoe slecht dat kan aflopen.

De KNVB schreef zich nooit in voor de kwalificaties voor het WK van '50 en '54. Daar hebben we niets te zoeken. Te pijnlijk, te zielig, te sneu, zo werd er gedacht. In het Nederlands elftal van die tijd liep slechts één speler van internationaal topniveau: Abe Lenstra.

De KNVB hield lang vast aan de amateurbepalingen. Ondanks al het gesjoemel, ondanks de exodus van toptalent. Wilkes verdiende zijn geld bij Inter, doelman De Munck bij FC Köln. Rijvers, Van der Hart, Appel, De Harder en Timmermans leefden als God in Frankrijk. Abe Lenstra was een God in Friesland, hij bleef ondanks het dalende niveau in competitie en in Oranje trouw aan de amateurstatus.

Er was nog geen Eurosport om de liefhebbers te laten zien hoe goed er in het buitenland werd gevoetbald. Er was nog geen Annette van Trigt met de Serie A en de Primera Division. Het Nederlandse volk kreeg pas in maart 1953 echt door wat het miste. De in het buitenland voetballende profs speelden toen in het Parijse Parc des Princes een wedstrijd tegen de Franse nationale ploeg. Met het duel werd geld bijelkaar gebracht voor de slachtoffers van de Watersnood, de ramp die zich op 31 januari in Zuid-West Nederland had voltrokken.

De KNVB wilde van het duel, zo staat in het boek Om 't Spel en de Knikkers, 40 Jaar Betaald Voetbal in Nederland, niets weten. De initiators Timmermans en Appel zochten echter contact met Prins Bernhard en met diens toestemming konden ze verder. Maar zonder de officiële oranje shirts, zonder nationaal embleem, zonder Wilhelmus.

Tegenwerking of niet: De Watersnoodwedstrijd trok naast 6000 Nederlandse fans ook de belangstelling van de media, die trots berichtten over een 2-1 winst tegen een Europees topland. En dat in een tijd dat het 'echte Oranje - Lenstra met zijn minder getalenteerde 'neefjes' dus - de ene na de andere smadelijke nederlaag leed.

De Watersnood was toch nog ergens goed voor. De wedstrijd in Parijs vormde een dijkdoorbraak in het Nederlandse voetbal. Eind '53 richtten tien clubs de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond op. De drijvende kracht achter de NBVB was Egidius Joosten, een man zonder gevoel voor de bal, maar mét verstand van geld. De rijke Limburger slaagde erin Van der Hart en De Munck terug te lokken naar Nederland, naar zijn Fortuna'54. Ook De Harder tekende een contractje in Nederland, bij Den Haag.

Heel langzaam begon de KNVB zich te beseffen dat het profvoetbal niet tegen te houden was. De voornaamste tegenstander, Karel Lotsy, was net afgetreden als voorzitter van de bond. Diens opvolger Hans Hopster voelde zich in de zomer van '54 niet te groot met de NBVB te onderhandelen.

Op 14 augustus 1954 werd in Nederland de eerste profwedstrijd gespeeld. Nog niet onder de KNVB-vlag want de besprekingen verliepen stroef. Alkmaar'54 won met 3-0 van Venlo. Voor 13 000 toeschouwers, en dat was veel meer dan de KNVB-wedstrijden trokken. De Noord-Hollandse profs kregen een winstpremie van veertig piek.

In november werd de 'wilde' competitie van de NBVB gestaakt. Na vier maanden onderhandelingen met de KNVB was er een akkoord. Fortuna'54 (Angenent, De Munck, Notermans, Van der Hart) en Amsterdam (Vonhof, Kick, Mesman en Boskamp) waren op dat moment de nummers één en twee. Ook toen al stonden de clubs met het (een ietsepietsie minder) grote geld gewoon bovenaan.

Na de fusie tussen KNVB en NBVB, eind november '54, waren er vier eerste klassen, waarvan aan het eind van het seizoen de beste 36 clubs twee hoofdklassen zouden gaan vormen. De vier kampioenen van de eerste klasse (NAC, PSV, Eindhoven en Willem II) speelden om de landstitel. Die ging naar de Tilburgers, zeker niet de rijkste van alle clubs. Co Adriaanse was afgelopen seizoen niet de eerste die met Willem II een kunststuk uithaalde.

Deel dit artikel