Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Voelen kon ik het niet meer

Home

Josha Zwaan

© Censuur

De buitenkant: een stralende vrouw. De binnenkant: een chaos. Schrijfster Josha Zwaan doet, in deze Week van de Psychiatrie, een boek open over haar angsten, haar depressies en haar schaamte. 'Door te vertellen laat ik zien dat ik kan functioneren.'

Ze is mooi. Ze is intelligent. Ze is grappig. Ze was twee keer suïcidaal. Myrthe van der Meer vertelde openhartig over haar psychische problemen in het programma '24 uur met...' Ik vond het pijnlijk herkenbaar. Achter de stralende buitenkant van een succesvolle vrouw schuilt een pikzwart en soms wanhopig innerlijk. Het was alsof ik in de spiegel keek.

Hoe vaak heb ik niet geprobeerd mijn omgeving uit te leggen dat mijn presentatie niets zegt over hoe ik mij voel. Hoe ik, als ik in gezelschap ben, mijn hele trukendoos inzet om mee te kunnen doen, om contact te maken en te houden. Dat ik vrolijk doe, maar het niet ben. De buitenkant is goed ontwikkeld, van binnen is de chaos soms niet te overzien.

Bevroren
Veel mensen kunnen zich niet voorstellen hoe het is om somber en angstig te zijn, gevangen in gedachten over wat mis kan gaan of al mis is. Uren bevroren op een stoel zitten, niet in staat om iets te ondernemen. Dagen bezig met het plannen van een treinreis van anderhalf uur. Uiteindelijk toch gaan, een tas vol voorzorgsmaatregelen op mijn rug. Voorzorgen voor wat? Alles wat een mens maar kan bedenken. Of toch maar niet gaan en huilend toevlucht zoeken in mijn veilige bed. Afbellen met een smoes.

Veel mensen willen het niet horen. Vrienden en geliefden willen dat het goed met mij gaat, houden van het beeld dat ze hebben van een sterke en succesvolle vrouw. Dat dat samen kan gaan met hevige worstelingen is moeilijk voorstelbaar.

Een jaar geleden bezocht ik de theatervoorstelling over angst van filosoof en psychiater Damiaan Denys. Deze hoogleraar psychiatrie merkte bij lezingen en colleges dat zijn toehoorders luisterden als buitenstaanders. Om hen meer te betrekken bij het onderwerp leek het toneel hem een geschikte vorm. Hij had gelijk. Zijn programma 'Angst' trok maandenlang volle zalen.

In de voorstelling van Denys komt de angst dichtbij. Hij laat zien hoe verleidelijk het is om magisch te denken. Elk kind maakt een fase door waarin het niet op de zwarte tegels mag lopen of elke lantaarnpaal aan moet tikken om grote en kleine rampen te voorkomen. Voor de angstigen onder ons kan zo'n gewoonte verworden tot pure noodzaak, als remedie tegen het immer dreigende onheil.

Lees verder na de advertentie
Veel mensen kunnen zich niet voorstellen hoe het is om somber en angstig te zijn, gevangen in gedachten over wat mis kan gaan of al mis is

Handen wassen
Kleine sketches en anekdotes trokken het publiek de voorstelling in. Ik zag een man die met eindeloos geduld keer op keer hetzelfde overhemd streek. Want het aantrekken van een shirt met nog een miniem kreukeltje erin zou desastreuse gevolgen kunnen hebben. Ik hoorde het verhaal over een vrouw die bij elke deur die ze opende een schietgebedje moest prevelen.

Denys maakte invoelbaar hoe één keer handen wassen kan overgaan in twee of drie keer, hoe het verlangen de werkelijkheid te controleren totaal de controle kan overnemen. Hij liet zien hoeveel tijd er opgaat aan het bezweren van onze angst, hoeveel wij nalaten uit vrees voor wat er zou kunnen gebeuren als...

De zaal mompelde instemmend. Het ging niet meer over 'hen', maar over ons.

Er is iets gaande in ons denken over wij en zij. In de loop van ons leven ervaren we dat 'wij' opeens verdacht veel lijken op die 'zij'. De financiering van de gezondheidszorg verandert; het gezin, de buurt, de samenleving moeten steeds meer zelf zorgen voor hun buitenbeentjes. Tegelijk blijkt uit cijfers dat die groep groeit. Het economisch tij leidt tot meer depressies en suïcide, maar ook tot meer verslaving en dakloosheid.

Zorgvraag
Ongeveer vijftig procent van de bevolking krijgt ergens in zijn leven last van psychische problemen. Daaruit kunnen we concluderen dat als we het zelf niet zijn, er in ieder geval een dierbare tot de 'zij' zal gaan behoren.

Psychiater en hoogleraar Jim van Os, lid van de internationale commissie die het nieuwe handboek voor de psychiatire (DSM-V) ontwikkelde, zei in een interview in Trouw (2013) dat de diagnose minder van belang is dan de zorgvraag. Hij gebruikt het handboek zelf dan ook nauwelijks.

"We weten als psychiaters gewoon niet zoveel", zegt Van Os. "We snappen eigenlijk alleen de zorgvraag. Daar moeten we naar kijken." Ook hij beaamt dat velen in de loop van hun leven te maken krijgen met angsten, depressies, soms een psychose. "Leefomgeving en netwerk zijn vervolgens bepalend voor de mate waarin het probleem groeit. Een stedelijke omgeving, stress en eenzaamheid zijn enorme triggers."

De zaal mompelde instemmend. Het ging niet meer over 'hen', maar over ons

Het thema van deze Week van de Psychiatrie is 'Psychiatrie op de schop..?!' Zowel hulpverleners als cliënten en hun familie voelen de noodzaak van verandering. Van 'weten wat de cliënt nodig heeft', gebaseerd op het gangbare medische model, groeit de behoefte aan 'vragen wat de cliënt nodig heeft'. Dit sluit aan bij de visie van Van Os, niet de stoornis is het probleem maar het onvermogen van de cliënt en zijn omgeving ermee om te gaan. Dit onvermogen is groter naarmate het wij/zij-denken groter is.

Lezersreacties
Leren omgaan met je stoornis is geen kleine opgave. Allereerst vraagt dat om erkenning en acceptatie van je probleem. Ik beschreef hiervoor al hoe moeilijk mijn omgeving het vindt om te erkennen dat mijn psychische gezondheid nogal kwetsbaar is, terwijl het nog zoveel erger zou kunnen zijn.

Ik heb de laatste jaren veel geleerd van mijn lezers. In het gesprek na de pauze bij iedere lezing, zijn er mensen die opstaan en vertellen hoe ze zichzelf hebben herkend in de worsteling van de hoofdpersonen in mijn romans, hoe ze zich erkend en gezien voelen omdat hun verhaal eindelijk is verteld. Steeds vaker vertelde ik na zo'n lezersreactie ook stukjes van mijn eigen verhaal. Het voelde bevrijdend om dat te doen.

Van steeds meer mensen in mijn omgeving weet ik dat ze ooit opgenomen zijn geweest, in behandeling zijn bij psycholoog of psychiater, dat ze medicatie gebruiken. Zelf was ik decennialang een groot tegenstander van het slikken van wat dan ook. Alle vooroordelen over het gebruik van antidepressiva, angstremmers of kalmeringsmiddelen huisden ook in mijn hoofd. Het leek me een te makkelijke oplossing, een versluiering van het probleem. Ik vond dat ik moest werken aan mijn herstel, niet mijn toevlucht mocht nemen tot wat ik zag als symptoombestrijding.

Ondanks cognitieve gedragstherapie, mindfulness, yoga, hardlopen en streng agendabeheer, sloeg de paniek steeds vaker toe en de periodes van somberheid groeiden opnieuw uit tot een depressie. De verstarring was deze keer bijna totaal; ik deed alleen nog het hoogstnoodzakelijke.

'Ik wil niet slikken, maar...'
Ik keek naar mijn man en kinderen, ik wist dat ik van ze hield, maar ik kon het niet meer voelen. Ik keek naar mijn prachtige tuin, ik wist dat die bloemenpracht mooi was maar ik kon er niet meer van genieten. In een helder moment belde ik een van mijn vriendinnen die al heel lang blij is met haar gebruik van antidepressiva. 'Vertel me er alles over', huilde ik. 'Ik wil niets slikken, maar misschien moet ik het gewoon doen.' Na haar verhaal gehoord te hebben belde ik een hele rij mensen van wie ik weet dat ze medicatie gebruiken. Allemaal vertelden ze wat ik al wist: dat ze blij waren die stap gezet te hebben. Toen pas durfde ik het aan. Gelukkig kreeg ik een doorverwijzing naar een geweldige psychiater.

Alle vooroordelen over het gebruik van an­ti­de­pres­si­va, angstremmers of kal­me­rings­mid­de­len huisden decennialang ook in mijn hoofd

Na vier weken opbouwen schoof er in mijn hoofd een gordijn open. Het cliché dat de zon weer ging schijnen bleek letterlijk waar. Na nog een aantal weken werden mijn angsten minder, werd treinreizen weer leuk, stapte ik zo nu en dan in een lift en vond mijzelf zelfs op een dag terug in de ondergrondse metro, een vervoermiddel dat ik al vijf jaar meed.

'Ik had dit jaren eerder moeten gaan slikken', zei ik tegen mijn psychiater. 'Maar het is onuitstaanbaar dat dat zo is.' Mijn calvinistische inborst vond nog steeds dat ik de makkelijkste weg gekozen had. Een soort schaamte bleef me achtervolgen.

Al een aantal jaren schrijf ik stukken over depressie, angst, hoarding en rouw, waarin ik vertel over mijn eigen angsten. Maar een jaar geleden ontkende ik nog medicatie te gebruiken. 'Dat is niet mijn weg, ik voel me meer thuis bij gesprekstherapie en mindfulness', schreef ik in 2014.

Niet waar dus. Pas toen ik besloot antidepressiva te gaan gebruiken, ben ik echt opgeknapt en kan ik beter rekening houden met wat ik nodig heb om goed te functioneren. Ik huil niet meer bij elk krantenbericht, ik pieker niet meer zoveel over de ellende in de wereld. Ik hoor mijzelf zachtjes neuriën en soms zie ik zelfs de humor in van voorvallen, waar ik voorheen alles veel te serieus nam. Ik ben nog steeds niet bepaald een losbol, maar het leven is wel lichter geworden. Inmiddels ben ik daar heel erg blij mee.

Pakket leefregels
Nu begrijp ik dat de mate van acceptatie door anderen voor een groot deel afhankelijk is van mijn eigen acceptatie. Mijn pas verworven openheid blijkt anderen uit te nodigen ook open te zijn. Onze schaamte slinkt bij de herkenning van het verhaal van de ander.

Nog steeds vindt het deel van mijn omgeving dat niet 'ervaringsdeskundig' is, het lastig om te geloven dat ik zo goed functioneer dankzij medicatie en een groot pakket leefregels. Maar door het te vertellen laat ik zien dat het kan.

Mijn kwetsbaarheid is een gegeven, mijn aanleg voor depressie en angst ook. De omstandigheden kunnen we niet altijd naar onze hand zetten. Hoe we ermee omgaan wel. Dat is een klus voor ons allen, of we nu tot de 'zij' of de 'wij' behoren.

De Week van de Psychiatrie duurt nog tot en met komende zondag. Informatie over inhoud en activiteiten is te vinden op weekvandepsychiatrie.nl

Josha Zwaan schrijft romans en artikelen. In 2010 debuteerde ze met Parnassia (19de druk 2014). Haar derde roman: Dwaallicht, over leven met een psychische stoornis, verscheen in februari 2015.

Pas toen ik besloot antidepressiva te gaan gebruiken, ben ik echt opgeknapt en kan ik beter rekening houden met wat ik nodig heb om goed te functioneren



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Veel mensen kunnen zich niet voorstellen hoe het is om somber en angstig te zijn, gevangen in gedachten over wat mis kan gaan of al mis is

De zaal mompelde instemmend. Het ging niet meer over 'hen', maar over ons

Alle vooroordelen over het gebruik van an­ti­de­pres­si­va, angstremmers of kal­me­rings­mid­de­len huisden decennialang ook in mijn hoofd

Pas toen ik besloot antidepressiva te gaan gebruiken, ben ik echt opgeknapt en kan ik beter rekening houden met wat ik nodig heb om goed te functioneren