Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

VN-tribunaal naar hoofdstad Rwanda

Home

ERIC BRASSEM

AMSTERDAM - Het VN-tribunaal dat medeplichtigen aan de genocide in Rwanda gaat vervolgen, opent nog deze maand een kantoor in de Rwandese hoofdstad, Kigali. De eerste medewerkers van rechter Richard Goldstone, die aan het hoofd staat van het tribunaal, zullen volgende week afreizen naar Kigali.

De zes beoogde rechters die vonnis moeten wijzen zijn nog niet benoemd, maar dat is voor het kantoor in Kigali geen beletsel om te beginnen aan zijn voorbereidende werkzaamheden, aldus Goldstones woordvoerder Christian Chartier gisteren. Hij zei dat het tribunaal, waartoe de VN-veiligheidsraad in november besloot, snel van start kan gaan, gebruik makend van de ervaringen die zijn opgedaan met het soortgelijke Joegoslavië-tribunaal. Hij noemde het ook een voordeel dat voor het Rwanda-tribunaal nu al een openbare aanklager is benoemd (de Malagasiër Honoré Rakotomana), wat bij het Joegoslavië-tribunaal langere tijd in beslag nam.

Herhaaldelijk hebben de Rwandese autoriteiten aangedrongen op spoedige aanvang van het tribunaal. Rwandese soldaten maken zich bij herhaling schuldig aan wraakacties op Hutu's, die zij verdenken van medeplichtigheid aan de massamoorden in de maanden april tot juli. Toen voerde het inmiddels verdreven extremistische Hutu-regime een genocide-campagne uit tegen Tutsi's en kritische Hutu's, waarbij tussen de 500 000 en 1 miljoen werden vermoord. De nieuwe Rwandese regering voert aan dat het moeilijk is om haar soldaten te weerhouden van het eigen rechter spelen zolang de moordenaars niet worden vervolgd.

Rwanda heeft daartoe zelf geen mogelijkheden, omdat het geschoold personeel en geld ontbeert. Maar bezwaren heeft het bewind in Kigali ook tegen het tribunaal. Zo zal dit geen doodvonnissen kunnen vellen - dat kan wel onder de Rwandese wetgeving - en de zittingen zullen vermoedelijk niet in Rwanda zelf plaatsvinden.

Het is nog niet zeker wanneer het Rwanda-tribunaal van start zal gaan. In december zei rechter Goldstone dat hij opening van de eerste zaak verwachtte in de tweede helft van dit jaar. Dat zou sneller zijn dan het met veel fanfare aangekondigde Joegoslavië-tribunaal, dat zijn eerste strafzaak nog moet beginnen: tot nog toe is slechts één verdachte, kampcommandant Dragan Nicolic, in staat van beschuldiging gesteld. Maar deze Bosnische Serviër bevindt zich vermoedelijk op Servisch grondgebied, en uitlevering lijkt niet waarschijnlijk.

Hoofdverdachten

Soortgelijke problemen kunnen het Rwandese tribunaal ook te wachten staan. Het tribunaal zal zich vooral bezig houden met hoofdverdachten van de volkerenmoord - hooggeplaatste politici en militairen. Rwandese gevangenissen puilen uit met mensen die verdacht worden van moorden, maar de politiek verantwoordelijken zijn gevlucht naar Zaïre en Tanzania.

In het corrupte Zaïre, bondgenoot van het verdreven bewind, hebben dezen zich gereorganiseerd bij de stad Bukavu. Zij beschikken over voldoende geld (geplunderd uit de staatskas, aangevuld met achterovergedrukte hulp die bestemd was voor de vluchtelingen) en militaire middelen om soldaten te trainen, met als doel het nieuwe Rwandese bewind te verdrijven. Milities doen vanuit deze kampen invallen in Rwanda, om het bewind te destabiliseren en de burgerbevolking angst aan te jagen. Ook trachten ze vluchtelingen ervan te weerhouden terug te keren naar Rwanda.

In Bukavu hebben de verdreven politici ook een 'regering in ballingschap' opgericht. Dat gaf gisteren een verklaring uit, waarin zij de internationale gemeenschap opriep af te zien van een economisch hulpprogramma aan Rwanda. De komende dagen vergaderen het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP en donor-landen in Genève over een verzoek van de Rwandese regering voor hulp ten bedrage van 764 miljoen dollar.

De 'regering in ballingschap' voert aan dat het nieuwe bewind in Kigali 'geen enkele voorwaarde' schept om de vluchtelingen te laten terugkeren, en klaagt erover dat het 'kader' van de Rwandese natie verbannen is. Daarmee suggereren de auteurs dat zonder de oude politici Rwanda niet bestuurd kan worden. Dat argument is chantage, maar niet geheel van logica gespeend: de meerderheid der vluchtelingen lijkt inderdaad nog steeds te vertrouwen op de leiders die het land hebben veranderd in een hel.

Deel dit artikel